Column: Kerst 2018

Buiten wil het niet echt licht worden. Binnen komt het licht van de lampjes van de kerstboom en twee kaarsen op de schoorsteenmantel. De donkere dagen voor kerst.

Ik wil het niet maar het doet het toch. Het werkt op mijn gemoed.

Voor de een is Kerst een zegen. De gezelligheid, de saamhorigheid en de vreugde van het kerstlicht in de duisternis van december. Bij een ander, zoals ik, wordt het gemoed donkerder met het korten van de dagen.

Een gevoel gevoed door het verstrijken van de jaren en de weemoed naar wat achter ligt. Ik moet denken aan de mensen die er plotseling niet meer zijn. Aan de man die geen zin had om naar een bijeenkomst te komen in de Pekelahof.

Maar hij glunderend en genietend toch in de zaal zat omdat hij hoorde dat ik een verhaal kwam voorlezen. Dat ik deze week afscheid moest nemen van dezelfde man die heel vaak vooraan zat als ik iets te voorlezen had.

Ik moet denken aan de man die begin dit jaar, zo aan het eind van de winter, nog een nationaal schaatsrecord bij de senioren vestigde. Aan zijn blijheid toen zijn schaatsmakkers hem op de schouder klopten.

Dat diezelfde schaatsmakkers vorige week met de schaatsmuts in de hand op het ijs in gedachten afscheid van hem namen op het moment dat hij zijn laatste adem uitblies.  

Ik moet denken aan Pieter die zo maar omviel. Aan het indrukwekkend afscheid. Aan zijn allerlaatste rijtoer door zijn stad. Aan al die duizenden mensen uit zijn Oldambt, klappend aan de kant.

Ik moet denken aan mijn vader. Aan het gemis van mijn vader. Dat ik moeite heb om te accepteren dat hij er niet meer is. Dat ik hem zie zitten in zijn stoel voor de televisie. Dat het een gedachte is die door de harde werkelijkheid wordt weggevaagd. De stoel leeg is.

Ik probeer het gevoel van me af te schrijven in een gedicht.

t Gevuil is leeg en kold
nait waiten wat het is

d'Herinnerns binnen waarm
dien lach, dien blik
Tröts van n voader op zien zeun

t luit nait onverlet
ik mit baaide vouten op grond wer zet

Sums mit n simpel woord
sums mit n terloopse vroag

Ik kiek in spaigel en dink aan die
t gevuil is nait meer leeg en kold

Der is n stee veur t gemis
waiten wat het is

Ik moet denken aan de man die mij vrijdag in de hal van het ziekenhuis spontaan een knuffel gaf. Hij had net de uitslag gekregen. Dat het niet zo erg was dan hij dacht. De opluchting stond in zijn ogen geschreven.

En ik moet denken aan de man die op Kerstavond zijn vulpen uit het pennenpotje pakt en in een beduimeld schriftje zijn belevenissen van het jaar schrijft.

Dit jaar schrijft hij hoe bij hem de gevreesde ziekte werd geconstateerd. Dat de artsen hem een prognose gaven van hooguit enkele maanden. Dat hij zich doodverklaard voelde. Dat hij opstond en zich niet gewonnen wilde geven.

Hij in een ander ziekenhuis - als in een wonder - genezing vond.

Er is hoop, er is licht. Of zoals mijn vader het zei:

'21 december is geweest. We gaan we weer de goeie kant op'.

Erik Hulsegge

Fijne feestdagen en een gezond, springlevend 2019.

Meer over dit onderwerp:
columns Winschoten
Deel dit artikel:

Recent nieuws