Column: Postcodeloterij

'Ik kan er niks anders van maken, Joop. Óf Bello moet weg, óf we zeggen die postcodeloterij op. Anders komen we niet rond.' 'Doen we daar nog aan mee? Zeg maar op hoor Annie, we winnen toch nooit. Jij blijft, hè Bello? En laat Carolientje eens los!'

Zomaar een huishoudboekkundig gesprekje, in de dure dagen voor Sinterklaas, in een willekeurig gezin in Glimmen. Ooit zijn ze begonnen aan de Postcodeloterij, helemaal onpasselijk bij de gedachte dat die rotburen van nummer 68 straks wél een prijs zouden winnen en zijzelf niet. De jarenlange trouw aan deze perverse loterij had zich uitbetaald in twee keer de ijsprijs en een keer kaartjes voor een musical, waar ze uiteindelijk toch maar niet heen waren geweest. Geeft niet, want de buren hadden al die jaren ook niks gewonnen. Geluk zit soms in een klein hoekje.
 
Ook Joop en Annie werden afgelopen week, ('nee hoor, het doet ons niks dat we geen loten hadden'), meegezogen in de polonaise die door Glimmen trok na het winnen van de PostcodeKanjer. De buren hadden wél loten. Net als de 254 andere winnaars in het dorp.

Nou ja, winnaar…Dat is te zeggen, 76.765 euro per lot, voor wie niet in de hoofdprijzen was gevallen. Beter dan niks, natuurlijk, leuk zelfs, echt een opsteker, maar dan moet de kansspelbelasting er nog af, en oké, dan blijft er nog een half tonnetje van over, maar daar kun je niet stil van gaan leven. Het is op voor je het weet. En dan, er waren óók mensen die een paar miljoen konden incasseren. Rijkelui op de goudkust van Glimmen, omdat de duivel nu eenmaal altijd op de spreekwoordelijke grote hoop schijt, terwijl de armen naast de dito pot pissen.
 
Die hoofdprijswinnaars waren op hun beurt best wel een beetje tevreden. Gelukkig zijn ze daar in die villa's aan de Rijksstraatweg al gewend aan veel geld, zodat deze prijs tenminste verstandig besteed gaat worden, in plaats van uitgegeven aan Dorische zuilen voor het huis, een gasloze woonkeuken met twee kookeilanden, een borstvergroting, een levensgrote porseleinen panter, een cruise naar de Kaaiman-eilanden, een roomkleurige Tesla en ten slotte een dure scheiding. In handen van de vijf bemiddelde Glimmenaren, die samen die andere 27 miljoen mogen verdelen, wordt dat geld dankzij goede beleggingen binnen de kortste keren nog veel meer. Die kookeilanden hadden ze al.
 
Een bedrag is maar een getal. In De Kleine Prins merkt schrijver Antoine de Saint-Exupéry op dat als een kind tegen de grote mensen zegt: 'Ik heb een prachtig huis gezien van rose baksteen, met geraniums voor de ramen en duiven op het dak...', dat ze zich dan dat huis niet niet voorstellen. 'Je moet zeggen: 'Ik heb een huis van vijftigduizend gulden gezien.' Dan roepen ze: 'Wat mooi!'' Een paar miljoen betekent niet meer dan een paar duizend, tot je het vertaalt in bijvoorbeeld schoonheid, welzijn of geluk. Daarom hebben we niks aan het gemurmureer dat het niet eerlijk is dat deze bom duiten terecht is gekomen bij mensen 'die het niet echt nodig hebben.' Helemaal niemand heeft miljoenen euro's nodig.
 
Wat we wel nodig hebben, is een beetje geluk. En daarvoor hoeven we niet te wachten tot Gaston Starreveld met zijn postcodehoofd bij ons langs komt. We kunnen er ook naar op zoek, als een jutter die de stranden afstruint op zoek naar aangespoelde vrieskisten, schoenen en IKEA-meubelen. Met Bello aan onze zijde natuurlijk, want die hebben we gelukkig nog.
 

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws