Door de mand: Kees Vlietstra houdt niet van winterstop

'Voetbal is oorlog' zei bondscoach Rinus Michels ooit eens. Als dat al zo is, dan staat de winterstop in de Eredivisie gelijk aan een interbellum; de periode tussen twee oorlogen in.

Als sportcolumnist heb ik niet zo veel op met dit huidige interbellum. Randzaken in de sport worden hoofdzaken en dat moet je niet willen. Ik wil juichen om een goal van FC Groningen in plaats van te worden overspoeld met dat eeuwige schaatsen op binnen- en buitenbanen waar dan ook ter wereld.

Ik wil me ergeren aan de FC in plaats van weer een rondje 31.3 van Sven. Ook al doet hij dat met een lactaatpromilage van 4.2 op de schaal van Lacatus. Het interesseert me niet.

Ik wil het spel van Hakim Ziyech bewonderen in plaats van me te verwonderen over Belgische jeu de boules-spelers die per wedstrijd meer lijntjes cocaïne schijnen te snuiven dan dat Sergio Padt mixdrankjes na afloop van een thuiswedstrijd naar binnen tikt. Het zal me jeuken.

Nee, ik heb het niet zo op die hele winterstop. Laat de tweede helft van de oorlog maar weer beginnen.

Maar goed, toch nog even over afgelopen sportweek. Blijft tenslotte mijn werk. Zo was daar opeens die Nashville-verklaring. Je mag volgens gristelijke haatpredikers wel homo zijn, maar het niet praktiseren. Commotie alom.

Gek genoeg weinig reacties uit de sportwereld gehoord. Ik moest direct aan de 'tien plus één regel' van Paul denken. Paul was jarenlang de luie doelpuntenmachine van Engelbert 3. Als conservatieve voetballer (barbecueën doe je op kolen, voetballen op zwarte kicksen) had hij een zelfverzonnen theorie over homofilie in de voetbalwereld. 'Als één op de tien mensen homo is dan ben jij in ons elftal de homo, want jij zit op korfbal.' Was niet tegen aan te lullen.

Ander nieuws. Op de dag dat Max Verstappen te horen kreeg wat zijn taakstraf behelst naar aanleiding van zijn duwpartij tegen Ocon na afloop van de Grote Prijs van Brazilië deed de rechter in Groningen uitspraak in de zaak Sergio Padt. Verstappen moest twee dagen meelopen met de stewards in Marrakech tijdens de Formule E (elektrische auto's),terwijl de keeper van de FC 50 uur taakstraf kreeg opgelegd.

Als je beide zaken gaat combineren kom je tot de invulling van de taakstraf van Sergio. Hoogstwaarschijnlijk moet de keeper 50 uur 'meelopen' met Arriva. Padt moet 50 uur met een fluitje in zijn mond helpen met de elektrische modelspoorbaan van de bewuste conducteur. Op zolder. Zal hem leren.

Tsja, de rechtszaak van Padt was landelijk nieuws in dit interbellum. Het was live te volgen via Twitter. Marjan Buring deed als reporter van het Algemeen Drents Persbureau minutieus verslag. Haar mooiste tweet ging over het alcoholgebruik van Padt tijdens de bewuste dag. Citaat:

Over drankgebruik zegt Padt: 'Bij uitwedstrijden drinken we nooit. Bij thuiswedstrijden moeten we praten met sponsoren en zo'.
Rechter: 'Die gesprekken zijn zo vervelend, dat je dan drinkt?'

Rechter met humor. Zal ongemakkelijk zijn geweest voor onze keeper. Had met hem te doen. Toch bleef ik ook hangen in mijn gedachten over die verplichte sponsor bezoekjes van spelers zo direct na afloop van (meestal dit seizoen) verloren wedstrijden.

In mijn actieve korfbalcarrière (homo!) heb ik ook regelmatig na afloop van (meestal) gewonnen wedstrijden gesprekjes gevoerd met sponsoren. Ik vond dat geweldig. Die gesprekjes gingen uiteraard over de wedstrijd, over het niveau van de scheidsrechter, wanneer de bitterballen door kwamen en of het nou echt waar was dat er bij korfbal gemengd gedoucht werd. Na een uitnodiging voor dat gemengde douchen werd er meestal spontaan door de sponsor nog een rondje bier besteld.

Ook als international heb ik mijn steentje bijgedragen bij het in de watten leggen van sponsoren. Eind jaren negentig werden we als oud-internationals ingezet bij de Grote Finale in Ahoy'. Tafelheer bij potentiële sponsoren. In eerste instantie vond ik dat, net als Padt, niet tof. Ik wilde rondlopen over de eerste ring in Ahoy en met heel korfballend Nederland lekker dom lullen. Mijn kernkwaliteit. Maar nee, in een zaal met tienduizend kennissen moest ik in een VIP box aan een tafeltje met wildvreemde mensen zitten. In pak.

Er ontstond ondanks mijn weerzin en na een paar witte wijntjes alsnog een geanimeerd gesprek. Ik vertelde over de geschiedenis, het spel, de regels, de uitdagingen en de kansen van korfbal. Overmoedig beloofde ik mijn tafelgenoten dat mochten ze nu hoofdsponsor van het KNKV worden dat ze na afloop van de finale mochten mee douchen met de winnaars. Dat was het zogenaamde Gold Pakket. Mijn gasten genoten.

In de pauze van de finale was het dringen bij de urinoirs. Ik escorteerde mijn hoofdgast, de verantwoordelijke man sponsorzaken van Eneco, naar de pisbakken. Gold Pakket. Na tien minuten stonden we eindelijk te wateren. Naast elkaar. Het gesprek viel stil. Vind ik altijd een ongemakkelijk moment. Ook toen. Uit gewoonte begon ik een Gronings verhaaltje te vertellen.

'Hé meneer de sponsor, moet ik ineens aan denken. Laatst ben ik in de Molenberg in Delfzijl geweest. Mooi theater. We gingen naar een zeer serieus toneelstuk. Ook daar ging ik in de pauze naar de wc. Ook daar sta ik naast een man te urineren. Terwijl ik mijn straal op de sticker mug richtte zei ik: Zwoar stuk hè?', waarop die man zonder op te kijken zei: 'Veur die kieken.'

Voor de rest was het business as usual. PKC won de finale. Ik ging met een geldig treinkaartje moe maar voldaan naar Groningen. Een week later werd Eneco hoofdsponsor van het KNKV. Gold Pakket.

Meer over dit onderwerp:
valkjevolgen columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws