Column: Zitplaatszoeker

Zitplaatszoeker. Het is geen kwalificatie waar je trots op kunt zijn. Het klinkt een beetje bejaard. En zelfs voor bejaarden, heeft het een wat slome uitstraling. Niet vief, kwiek of actief. Niemand durft te bekennen dat hij in het leven eigenlijk een zitplaatszoeker is.

Een zitplaatszoeker bén je dan ook niet, een zitplaatszoeker héb je. Op je telefoon, in de reis-app van de NS. Sinds kort kunnen ook reizigers die bijvoorbeeld in Zwolle op de Trans Drenthe Express naar Groningen stappen, nog vóór het binnenrollen van de trein zien welke coupés overbevolkt zijn en zich strategisch opstellen voor die darwinistische struggle for life die begint zodra de treindeuren opengaan.

Want ook al zien we onszelf niet als zitplaatszoeker, een staanplaats helemaal tot Groningen laten we liever aan een medereiziger over. Dat zitten het nieuwe roken is, dat geloven we zo langzamerhand wel. Zitten is juist het nieuwe dénken.

En waar het vroeger dus een kwestie van pech of geluk was bij welke treincoupé je die strijd moest leveren, is er nu sprake van voorkennis. Er is geen level playing field meer. Uitgerekend de bejaarden met hun Nokia 3210 ('je moet toch echt bereikbaar zijn, pap') dolen hulpeloos rond op het perron, als schapen op weg naar de slachtbank, terwijl de smartphone-generatie zich ferm en in slagorde opstelt voor de treinstellen waar naar verluidt nog zitplaatsen te vergeven zijn. De laatst geborenen willen als eerste zitten.

De hoofdconductrice van de NS die in een filmpje uitlegt hoe het werkt, vertelt dat er dankzij die informatie sneller ingestapt kan worden en dat reizigers gelijkmatig verdeeld raken over de trein, maar ze houdt geen rekening met de verstorende werking van die kennis.

Zoals het leukste café van Nederland ophoudt dat te zijn zodra dat is uitgelekt (want dan komen er drommen nieuwsgierige parvenu's en zitplaatszoekers voorgoed de sfeer verpesten), zo wordt straks het hele perron naar de rustigste coupé gedirigeerd, die dan natuurlijk juist eivol geraakt. Misschien dat de onwetende Nokia-generatie er, against the odds, van profiteert. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. Vandaar ook het woord smartphone.

Zouden reizigers er wel behoefte aan hebben? Verrassingen maken het reizen juist zo spannend: gaat de trein überhaupt, rijdt hij op tijd, blijft hij niet bij Putten een uurtje staan en kan ik een zitplaats bemachtigen? Als dat laatste niet spannend meer is, verliest het reizen een deel van zijn charme. Zoals ons door al die review-sites van hotels, restaurants, vakanties, taxichauffeurs, hoeren en boeken, toch al zoveel verrassingen voor de voeten worden weggemaaid, in de vorm van beoordelingen van nul tot vijf sterren. We weten alles al, nog voor we eraan zijn begonnen.

We mogen dan, heimelijk, allemaal zitplaatszoekers zijn, op weg naar die zitplaats willen we wel wat spanning. Stel je voor dat we bij onze geboorte al te horen zouden krijgen: 'Er is voor u een baantje als hoofdconducteur gereserveerd.' Nee, die baan willen we bevéchten.

De zekerheid van een zitplaats is helemaal niet plezierig. Pas als we ons met strategisch opstellen, geducht ellebogenwerk en listig voordringen het zitplaatsje hebben verschaft dat we in gedachten hadden, jas aan het haakje, tas in het rek, kunnen we tevreden achteroverleunen en naar het thuisfront appen: 'Zo, de trein zit stampvol, maar ík zit.'

Willem van Reijendam

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws