Instellingen

Zeldzaam Gronings poppenhuis verhuist naar Twente (update)

Het poppenhuis van de Groningse Anna Maria Trip (1712-1778)
Het poppenhuis van de Groningse Anna Maria Trip (1712-1778) © Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

Het antieke poppenhuis van de Groningse Anna Maria Trip is verkocht aan de Utrechtse Martens-Mulder Stichting. Die leent het topstuk voor onbepaalde tijd uit aan het Rijksmuseum Twenthe in Enschede.

Het topstuk wisselde donderdag op kunstbeurs Tefaf in Maastricht voor bijna een miljoen euro van eigenaar, meldt de krant Tubantia. Dat is driekwart miljoen minder dan de vraagprijs.

Rijke familie

Het 1.70 meter hoge poppenhuis is één van de tien bewaard gebleven Hollandse poppenhuizen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Het was het laatste exemplaar dat nog niet in een museum stond en is rond 1750 gebouwd door een Groninger timmerman.

Die maakte het voor Anna Maria Trip (1712-1778), een geboren Amsterdamse uit de rijke familie Trip die trouwde met de Groningse Wicher van Swinderen.

Hobby

Poppenhuizen inrichten was destijds een veelvoorkomende hobby van rijke vrouwen. Na haar dood is het poppenhuis altijd in de familie Van Swinderen gebleven. Het werd jarenlang tentoongesteld in de Fraeylemaborg in Slochteren en meer recent in een Amsterdams museum.

Het zilver is goed, maar het meubilair niet helemaal authentiek. Daarom hebben we geen poging gedaan
Andreas Blühm - Directeur Groninger Museum

Groninger Museum deed geen poging

Het antieke bouwwerk werd ook aangeboden aan het Groninger Museum, maar dat zag af van de koop. Volgens museumdirecteur Andreas Blühm gebeurde dat na lang beraad.

'Uiteraard waren we geïnteresseerd, want het is heel mooi en er is een Groningse link. Onze conservator heeft het object dan ook uitvoerig geïnspecteerd. Maar in de afweging hebben we prijs en de nogal wisselende kwaliteit van het poppenhuis meegenomen. Het zilver is goed, maar het meubilair niet helemaal authentiek. Daarom hebben we geen poging gedaan het object te verwerven.'
Update: Dit bericht is aangevuld met een reactie van museumdirecteur Andreas Blühm