Door de mand: Kees Vlietstra geniet van pure kunst

Soms is sport kunst. Als Messi speelt zoals vorige week tegen Real Betis dan is sport zelfs Kunst met een hoofdletter k.

Dan raakt me dat, die perfecte beheersing, die complete controle ontroert. Messi als een schilder. Zijn linkervoet als penseel. Kan dan zo'n samenvatting wel tien keer terug kijken. Doe dat dan ook. En steeds weer verbazing, kippenvel en bewondering. Ja, dan is sport kunst. En Messi een kunstenaar al doet hij voorkomen dat er geen kunst aan is. En dan ben je dus echt een echte kunstenaar.

Iets anders. Of eigenlijk niet: voor de gemeenteraadsverkiezingen in november gaf ik op deze plaats ongegeneerd stemadvies en kreeg daarna, terecht, op mijn flikker van RTV Noord. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. De Groningse sport was en is nog steeds de kapstok waaraan deze column dient te worden opgehangen. Dat heb ik vier maanden volgehouden.

Toch moet ik me nu weer even op politiek ijs begeven na de verkiezingsuitslag van afgelopen woensdag. Want, toen de voorman van wat de grootste partij in de Eerste Kamer is geworden, zijn overwinningsspeech hield en, na heel veel moeilijke woorden en citaten, vertelde dat 'de ellende waar we met zijn allen inzitten veroorzaakt is door journalisten, wetenschappers en kunstenaars', moest ik denken aan míjn kunstenaars: Lionel Messi, Ronald Koeman, Jan Uitham, Lois Abbingh, Ranomi Kromowidjojo, Taco Poelstra, Sake Porte, Arjen Robben, Peter Barla, Harry Zwiers, Hein Gerd Triemstra en natuurlijk Marianne Timmer.

Door deze kunstenaars zitten we niet in een poel van ellende maar juist op een berg van geluk. Deze kunstenaars gaven en geven door hun creaties vreugde, plezier, lol, verbazing, trots, liefde, bewondering en kippenvel.

Het is dus niet waar wat de voorman beweert. De voorman praat poep.

Sport kan dus geluk brengen. In de breedste zin van het woord. Breed geluk. Donderdag speelde het Nederlands Elftal van kunstenaar Ronald Koeman de eerste kwalificatiewedstrijd voor het Boreaalse Kampioenschap. Memphis Depay was de grote man in de met 4-0 gewonnen wedstrijd tegen Wit-Rusland.

Na afloop was Koeman blij met de overwinning maar geërgerd over de 'hakballetjes en andere frivoliteiten'. Analist Rafaël van de Vaart was het daar niet mee eens. 'De mensen komen toch ook om mooie dingen te zien.' Beide hebben vanuit hun functie gelijk. Dat kan dus meneer de voorman: meerdere meningen naast elkaar.

Diezelfde Van der Vaart zat trouwens een dag later in MartiniPlaza naar zijn verkerings te kijken. Estavana Polman speelde mee in het Nederlands handbalteam tegen Duitsland. Ik heb genoten. Handbal is keiharde kunst. Wat een kracht, souplesse, passie, beheersing, mooie benen, fingerspitzengefühl, flyers, reddingen, fast breaks, ambiance, veel te grote shirts en respect.

Ook het randgebeuren heeft me een aantal geluksmomentjes gebracht. Zo stond ik tijdens de volksliederen naast oud-Donar speler en oud-klasgenoot Hein Gerd Triemstra. Hein zong mooi. Passievol en toch zuiver. Dat vertelde ik hem na afloop. Had ik beter niet kunnen doen. De docent in Triemstra was weer wakker geschud. Hij begon een heel referaat over zangles en zijn toekomstige rol in een mannenkoor. Over de werking van de adamsappel bij een kopstem, over ademhalingstechnieken en hoe tweestemmig te zingen. Dat kan dus meneer de voorman, twee stemmen naast elkaar.

In de pauze even kort gesproken met vader Jan A. en zoon Martijn van der Veen van de prachtige website Sport in Stad. Martijn gaf me een compliment over mijn laatste column. 'De eerste en laatste zin moeten goed zijn zegt mien pa altijd. Dan maakt het geen reet uit wat er tussen staat.' Op weg naar de bar prentte ik mezelf in om die tip bij mijn volgende column te gebruiken.

Na afloop van de interland kwam de nieuwe bondscoach, de Fransman Emmanuel Mayonnade, naar de VIP ruimte. Mayonnade gaf daar in allo allo Engels een heldere nabeschouwing op de wedstrijd en ontvouwde hij de loodzware route naar de Olympische Spelen in Tokio. Natuurlijk doet Mayonnade het niet alleen. De technische staf bestaat naast de de Fransman uit een Rus en een Drent. Dat kan dus meneer de voorman, meerdere nationaliteiten in de kunst.

Vrijdag was ook het Boekenbal. Freek de Jonge, voorvechter van ons Groningers, verstoorde daar nogal tiepelzinneg de officiële opening door een verklaring te eisen tegen de uitspraken van de voorman. Het duizelde me toen ik laat ging slapen. De beelden van prachtige sportkunst (Messi, Memphis, Abbingh) en de uitspraken van de voorman, van Emmanuel Mayonnade, van Hein Gerd Triemstra, van Martijn van der Veen en van Freek de Jonge hadden ruzie in mijn hoofd. Het botste. Het maakte me verdrietig. Daar moet een einde aan komen.

Ook aan deze column. Denkend aan de tip van Martijn, de laatste zin moet altijd een knaller zijn, pieker ik over dé laatste zin in dit verhaal. Opeens herinner ik me een andere uitspraak van Freek de Jonge. Over het schrijven van de laatste zin. Dat dat helemaal niet zo moeilijk is. Als je stopt staat ie er.

Meer over dit onderwerp:
sport columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws