Column: Juf Els

'Ik huf ze toch nait'. De man kijkt schuldig verontschuldigend. Het meisje van de groenteboer heeft net tien asperges voor hem geschild en op de toonbank gelegd. Ze kijkt hem vragend aan. 'Ik was even vergeten dat mijn vriendin ze niet lust.'

Het meisje tovert een glimlach op haar gezicht. 'Het kan verkeren' zegt ze vriendelijk. 'Dou mie mor n bakje ittjebeien..', zegt de man als goedmakertje. Ik ben toeschouwer van het tafereel en denk meteen aan juf Els. 

Zo maar op een mooie nazomerdag stond ze in de deuropening. Ze lachte verlegen met haar ogen. Rode lippen en een bos nog roder haar. Ze was het mooiste wat ik ooit had gezien. 

'Jongens dit is juf Els', zei de hoofdmeester. 'Ze is jullie nieuwe juf'. De klas hield de adem in. 'Hoi', zei ze zacht en ze ving mijn ogen. Het draaide in mijn maag en mijn wangen kleurden zo rood als mijn haar.   

Juf Els was de juffrouw aller juffrouwen van de tweede klas. Als je nul fout had bij het sommen maken of bij taal, kreeg je van haar een plakplaatje; een klein stickertje met een leeuw of een olifant of een ander wild dier.  

Je mocht ze zelf komen uitzoeken aan haar bureau. Ik kon haar bloemenparfum ruiken.Heel soms legde ze een hand op mijn schouder. Ik verzamelde een hele dierentuin aan plakplaatjes. 

Dat ik op het schoolplein werd uitgescholden voor 'He doe rooie' of 'stoplicht spring ais op gruin' deerde mij in het geheel niet meer. Juf Els had nog veel roder haar en mooier rood bestond niet. Wij waren van dezelfde soort.

Het schooljaar ging veel te snel. Toen het einde naderde, zo na Pasen kwam het hoogtepunt. Ik ging met mijn moeder op bezoek bij juf Els. Mijn moeder kon het goed vinden met juf Els en ze reed op een mooie woensdagmiddag de rooie Fiat Cinquecento het erf op van de boerderij aan het Termunterzijldiep. 

Juf Els stond ons op te wachten in de deur, in een blauwe zomerse bloemetjesjurk. Aan de keukentafel in de grote keuken kregen wij thee, ik met melk, en met zelfgemaakte cake. Mijn moeder kletste maar en kletste maar en Juf Els schonk terwijl ze antwoord gaf, met elegantie thee bij vanuit een grote witte theepot. 

Om bij mijn kopje te komen, moest juf Els zich voorover buigen. 'Uw man is toch ook leraar?' vroeg Juf Els aan mijn moeder toen de thee langzaam in het kopje stroomde. 

Mijn blik was niet  op de thee gericht, maar wat er voor me te zien was. iets wat ik in mijn jongensleven nog nooit had gezien. Ik keek in het decolleté van juf Els. Twee witroomkleurige bollen gehuld en half verhuld in een donkerblauwe bustehouder.

Mijn adem stokte. Het beeld zette zich voor altijd in mijn hoofd. Juf Els vertrok niet lang daarna met stille trom. Ik besloot haar nooit te vergeten.

Dik tien jaar later zat ik op een lange vrijdagmiddag in de schoolbanken van de Pedagogische Academie aan de Dirk Uipko Stikkerlaan. Vier uur pedagogieles, tot tien voor vijf van mijnheer Evenhuis. Op het immens grasveld achter de huizen van de Vincent van Goghlaan zochten twee scholeksters naar een hapje worm. 

Om vier uur bij het begin van het laatste uur zei mijnheer Evenhuis dat het wel genoeg was voor deze week. De hele klas richtte zich verbaasd naar onze leraar. 'Ik heb een afspraak met juffrouw Els in een cafe onder de toren', zei hij zonder schroom. 

De hele klas toog opgetogen naar buiten. Ik bleef in verwarring achter. Juffrouw Els? Mijn juffrouw Els? Mijn juf Els? Dat zal toch niet. Lopend in de gang naar buiten vraag ik het hem met kloppend hart. 'Mijnheer Evenhuis, is juffrouw Els soms onderwijzeres?' 'Jajajaja', zei mijn leraar haastig en verdween door de deur naar het schoolplein. 

Deze week zit ik uit te puffen in de kleedkamer van de fysiotherapeut, als de deur opengaat en een oudere man in grijze pantalon met blauwe blouse met korte mouwen en bretels behoedzaam komt binnengewandeld. 'Goedemiddag', zegt hij vriendelijk met zachte stem. 

De stem herken ik uit duizenden. De stem van mijn oude leraar van de Pedagogische Academie. De stem van pedagogieleraar Evenhuis. 

Wij raken aan de praat over de tijd van weleer. Ik herinner mij het moment van zijn afspraak met juffrouw Els. Het duurt even voordat ik het durf te vragen. Ik ben te nieuwsgierig om het niet te durven. 

' Ja.. ja ja ja...Juffrouw Els' , zegt hij met weemoed in zijn stem. Even is hij in gedachten.'Wij woonden acht jaar samen' gaat hij dan verder. 'In een boerderij aan  het Termunterzijldiep'. 

Ik ben te verrast om iets terug te zeggen. Leraar Evenhuis en juf Els. Sodejuters. Ik kan er niks aan doen. Er trekt een vleug jaloezie door mijn lijf. 

Leraar Evenhuis vertelt verder over juf Els. Dat ze na veel omzwervingen weer terug is in de provincie Groningen. 'En ze woont met een vrouw', voegt hij er aan toe. Ik weet weer niet wat ik hoor. Juf Els, de mooiste juf aller tijden, is van de vrouwenliefde. Ik weet ook niks te zeggen.

In de kleedkamer van de fysiotherapeut zitten twee mannen met elk hun eigen gedachten. Om de stilte te breken zeg ik:  'Zoals Bredero het zei...' Het antwoord vanmijn oude leraar komt meteen.

'Het kan verkeren….' 

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns Winschoten
Deel dit artikel:

Recent nieuws