Ruimteonderzoeksinstituut uit Stad dingt mee naar onderzoeksbudget van 550 miljoen

Ruim honderd sterrenkundigen van over de hele wereld praten deze week in Groningen over de vraag hoe ze een budget van 550 miljoen euro van de Europese Ruimtevaart Organisatie ESA kunnen binnenhalen.

Het Groningse sterrenkundige instituut SRON is in de race om de zogeheten SPICA-missie te leiden. In totaal is met die missie ongeveer een miljard euro gemoeid. Het gaat om de gevoeligste ruimtetelescoop ooit, die met gebruik van infrarood onder meer duidelijkheid moet verschaffen over het precieze ontstaan van planeten.

Twee concurrenten

Er zijn nog twee andere projecten in de race voor het budget. In 2021 wordt de keuze gemaakt. Nederland betaalt naar verhouding een klein deel, maar is toch in beeld om het onderzoek leiden.

'We hebben een goede naam', zegt projectleider Peter Roelfsema. 'We hebben ervaring in het bij elkaar brengen van honderden mensen en tientallen instituten van over de hele wereld. En in ervoor zorgen dat iedereen een deeltje maakt, dat alle neuzen in de juiste richting staan, dat alles op tijd klaar is om dat ding de lucht in te krijgen en dat het ook werkt.'

Twaalf miljard jaar geleden

De hypergeavanceerde telescoop waaraan wordt gewerkt, moet meer informatie geven over de ontstaansgeschiedenis van het heelal.

'Dat is ongeveer tien, twaalf miljard jaar geleden. Tot nu toe was dat niet mogelijk, we hebben nog nooit zo'n gevoelig apparaat gehad als deze telescoop die we nu gaan bouwen.'

Hoe bijzonder of hoe gewoon zijn wij eigenlijk in het universum?
Peter Roelfsema - projectleider

'We zullen ook kijken naar jonge planetenstelsels die aan het ontstaan zijn, maar dat is nog steeds honderdduizenden lichtjaren hier vandaan. Die willen we vergelijken met hoe ons eigen stelsel eruit ziet. Hoe bijzonder of hoe gewoon zijn wij eigenlijk in het universum? We weten een heleboel, maar we hebben ook nog een heleboel vragen.'

Van Tokyo tot Los Angeles

Deze week wordt in Groningen onder meer gepraat over hoe de andere twee projecten die in de race zijn, verslagen kunnen worden.

'Dat doen we letterlijk met mensen van Tokyo tot Los Angeles. Die allemaal debatteren over de verschillende deelfacetten, de wetenschappelijke doelen en de technische onderdelen. We moeten zover komen dat we een ultiem gevoelige telescoop in elkaar kunnen zetten.'

'Zowel de telelens als de camera's daarachter zijn zo complex, dat we in twee jaar nog maar deels hebben kunnen vaststellen hoe we dat kunnen gaan doen', zegt Roelfsema. 'Het belangrijkste is dat we bedenken hoe we de chip gaan maken. Als die niet goed is, maakt de rest niet meer uit. Wij houden ons hier vooral bezig met die chip en de coördinatie dat iedereen zijn werk doet.'

'Wat moeten we doen om er in 2021 voor te staan als het beste team van de hele wereld? En na die twee jaar om te laten zien dat we de beste zijn, hebben we ook nog zeven jaar nodig om het in elkaar te zetten.'

De sterrenkundigen van 2030 zitten nu misschien nog wel op de lagere school
Peter Roelfsema - projectleider

Appels met bakstenen vergelijken

Roelfsema zegt te weten hoe het gaat lukken. 'Wat wij kunnen doen, is zorgen dat we het meest interessant en best voorbereid zijn. Die andere teams doen zulke andere dingen dan wij: de ene gaat kijken naar Venus, de ander naar exploderende sterren. Dat zijn heel andere onderzoeksprojecten, het wordt echt het vergelijken van appels met bakstenen en fietsen. De commissie die dat moet gaan doen, heeft geen makkelijke taak.'

'Streepje voor'

'We hebben een streepje voor om drie redenen. We doen het interessantste onderzoek, want wij kijken naar de ontstaansgeschiedenis van het heelal. Daarnaast hebben we technologisch de meest unieke apparatuur, waarvan we weten dat het gaat werken in de ruimte. Want we kunnen het daar niet repareren. Verder is er een heel grote gemeenschap van sterrenkundigen die erop zit te wachten om dit onderzoek te kunnen doen.'

Als de telescoop in 2030 gelanceerd wordt, is Roelfsema zelf al met pensioen. 'Maar ik hoop het wel te kunnen zien. Ik ben dan niet meer actief, maar de sterrenkunde gaat door. De sterrenkundigen van dan zitten nu misschien nog wel op de lagere school. Maar zij hebben ook meetinstrumenten nodig. Zij moeten het doen, maar moeten wel gereedschap hebben. En ik zie het als mijn verantwoordelijkheid dat het dan ook echt van de beste kwaliteit is.'

Lees ook:

- Miljoenensubsidie voor Gronings ruimteonderzoek (april 2018)

Meer over dit onderwerp:
GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws