Column: Dikke snakkerd

'Moi, Noordman', hoor ik achter mijn rug. Ik bind net het zakje met twee pas gekochte boeken onder de snelbinders. Ik kijk om -nog gebukt over mijn fiets- in een onbekend gezicht. 'Goeiedag', zeg ik. 'Mou'je es heuren hè...'

De man heeft een plastic zak van de plaatselijke kledingwinkel met dames en herenafdeling in zijn ene hand en een rokend shagje in zijn andere. Hij vraagt of ik weet hoe het zit met Klouk. Of de kortste kwis van de wereld nog wel weer terugkomt op TV Noord?

'Ik speul altied mit, soamen mit de vraauw', vertelt hij. 'En zai is mainstieds de kloukste', zegt hij er lachend achteraan. Ik kan hem geruststellen. Voor zover ik weet komt Klouk in het voorjaar gewoon weer op tv. 'Waiten ie aiglieks ook wel dat bedocht het?', vraagt de man. 

'Joe kieken hom nou recht in t gezicht', zeg ik. De man begint te lachen. 'Mout ik leuven zeker. Ie binnen n dikke snakkerd.' Hij gooit zijn shagje op de grond en zet er bozig zijn voet op, stampt nog even, draait zich om en loopt de winkelstraat in, richting stadhuis. 

Dit heb ik vaker. Niemand gelooft dat ik Klouk heb bedacht. Het is echt zo. Echt. In het begin moest ik al die quizvragen zelf bedenken. Ik kreeg er een punthoofd van.

En Lientje ook. We zaten samen met rooie wangen tussen stapels woordenboeken en encyclopedieën. Wat is de bijnaam van een inwoner van Oude Pekela? Roegaarmer, Roegbainder of Roegkopper?*

Een van de eerste opnames herinner ik me ook nog goed. Een vrouw van 't Hebrecht was bijna aan de beurt. Ze was al gepoederd door de visagistes en had al een microfoontje opgespeld gekregen. Dat microfoontje zit met een draadje verbonden aan een zendertje dat aan je broekriem wordt gehaakt of in je zak wordt gestoken.

De vrouw had hem keurig aan haar riem vastgemaakt, toen ze werd opgeroepen om naar de studio te komen, waar presentator 'Moi Wiebe' al stond te wachten. De vrouw verschoot van kleur. 'Mor, mor... ik heb hoge nood', riep ze angstig. Ze moest van de zenuwen heel erg nodig naar de wc. Het meisje van de productie wees haar de weg. 

Wat er even was vergeten, is dat het zendertje en de microfoon al aan stonden en dus alles wat de vrouw deed al te horen was in de studio en in de regieruimte. 

We luisterden live mee in de wc. Eerst een enorm geklater, dan een enorme plons, tegelijkertijd een paniekerige vrouwengil en toen een enorme ruis.

Wat bleek: het zendertje was van de broekriem gegleden en met een plons in het water van de wc-pot beland. De ruis was het teken dat de zender het toiletballet niet had overleefd. 

Met microfoons is het altijd oppassen. Een paar weken geleden was ik in De Koetsier in Siddeburen. Ooit herberg met doorrit, nu een modern partycentrum met hapsalon. Ik trad er op voor de plaatselijke plattelandsvrouwen die voor deze gelegenheid ook hun mannen hadden meegenomen. 

De zaal zat zo vol dat de aanvangstijd werd verschoven, zodat in allerijl in het dorp nog wat extra prijsjes konden worden geregeld voor de verloting. Een half uur later mocht ik dan beginnen.

Eerst kreeg ik een soort halsketting omgehangen. Ik dacht even dat ik spontaan erelid werd gemaakt van de 'Sibboerster vraauwluuverainen'.

Dat was natuurlijk niet zo. De hanger was voor een oudere dame in de zaal. Ze was wat slechthorend en de hanger om mijn nek was een soort microfoon, waarvan zij het geluid in haar gehoorapparaatjes kreeg. De techniek stond voor niets. Ik was blij dat er maar 1 slechthorende vrouw was en niet 23.

Met 1 hanger om de nek vertelde ik over mijn inmiddels 23-jarige loopbaan bij Noord. Over dat Ronald Niemeijer en ik ooit in de bezemkast van de omroep zijn begonnen en dat we na een jaar samen uit de kast kwamen. Ik zei maar niets over Klouk.  

Achter in de zaal ging een hand van een man de lucht in. Of ik ook wist of Klouk ook weer op tv kwam. Instemmend gemompel in de zaal. Ik kon heel Siddeburen geruststellen. Klouk komt terug.

Vooraan bij een tafel vol met vrouwen ging nu ook een arm omhoog. Wie Klouk dan had bedacht? 'Hai staait nou veur joe mevrouw', zei ik vriendelijk en best wel trots. 

De hele tafel met vrouwen schoot in de lach. En daarna ook de zaal. Ik stond er beteuterd bij. Ik begin nooit meer over Klouk. 

In de pauze ging ik een tikje chagrijnig naar de wc. Mits trilde mijn telefoon in de zak. Een appje van mijn broer. Onze afspraak de volgende dag ging niet door. De ijdeltuit moest zo nodig naar de kapper. Van je broer moet je het maar hebben.

Tijdens het geklater in de wc-pot gooide ik er, in het verder lege toilet, hardop nog een paar scheldwoorden uit aan het adres van mijn broer. Rits omhoog, handen wassen en weer terug naar de zaal. In de gang ernaar toe voelde ik ineens iets om mijn nek. Een hanger. Mijn adem stokt. De microfoon van de dove mevrouw. 

'Ik sloeg de handen voor mijn gezicht. Wat ben ik toch een klootviool. De vrouw had nu gehoord hoe ik stond te plassen. Dat viel nog wel mee, maar al die scheldwoorden waar de honden geen brood van lusten. Och man, ik durfde de zaal niet meer in.

Ik keek om het hoekje van de zaaldeurin. Iedereen keuvelde alsof er niks gebeurd was, De mevrouw van de hanger zag ik niet. Ik besloot om het eerlijk op te biechten.

Na de pauze vertelde ik het hele verhaal aan de zaal. Die bulderde van het lachen. Ik ook, maar als een boer met kiespijn. De vrouw van de hanger bracht opluchting. 'Geft niks mejong hor. Ik haar microfoon aal nait aanstoan….' 

Als ik een dik uur later naar de auto loop moet ik om mezelf lachen. 'Noordman, Noordman',  hoor ik ineens achter me. Een vriendelijke vrouw uit de zaal. Ze brengt me het bedankbloemetje achterna dat ik schromelijk was vergeten. 

't Was echt hartstikke leuk', zegt ze. 'Wie hebben zo lacht he....Mor..nog eem serieus he. Wel het Klouk nou echt bedocht?' 

Erik Hulsegge

*Een inwoner van Oude Pekela is een roegbainder.

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws