Column: Man alleen

Er zijn van die verhalen die je niet zou willen opschrijven. Alsof ze niet gebeurd zijn. Alsof het een nachtmerrie is, je ogen voorzichtig opent en dan beseft dat het niet echt is. Dit verhaal is maar al te echt.

Mijn moeder moest maandag onder het mes. In het UMCG werd een kwaadaardige tumor aan de nier met nier en al verwijderd. De uren durende operatie verliep goed en moeders van dik tachtig doorstond de loodzware ingreep als een grote.

Daags erna sprak de arts al van een snelle terugkeer naar huis. Het leven lachte ons weer toe. 

Woensdagmorgen in alle vroegte ging de telefoon. Slaapdronken met een angstig voorgevoel nam ik op. Een arts van het UMCG. 'Uw moeder heeft waarschijnlijk een herseninfarct gehad. Het spijt me het te moeten zeggen, maar ze kan momenteel niet meer praten.' 

Het matras werd hard onder mij weggetrokken. Verdoofd reed ik naar Stad, naar de afdeling Medicare. De aanblik van mijn moeder verbonden met een woud aan slangetjes en de angstige blik in haar ogen was hartverscheurend. 

Het verhaal krijgt nog een andere hartverscheurende wending. Iets waarvan je ook zou wensen dat het een boze droom zou zijn. Iets wat je diep zou willen wegstoppen. Dat je kon doorgaan alsof er niets aan de hand was. Het kan nu eenmaal niet. Het hoge woord moet er een keer uit. Eigenlijk drie woorden: Het is uit.

De liefde tussen Lientje en mij is voorbij. Verwelkt in de tijd. Opgedroogd en gescheurd als de klei van het Hogeland in de zomerzon. Het is zoals het is. Ik ben weer man alleen. 

Dat drong pas echt door in Huis de Beurs in hartje Stad. Mijn moeder wilde aan haar ziekenhuisbed dolgraag doodgewone biscuitjes.

Ik ging tussen de bezoekuren een pakje halen in de Korenbeurs-Appie op de Vismarkt. Ik koppelde aan het wandelingetje een hapje eten in het oeroude café-restaurant ernaast.

Eenmaal door de nostalgische draaideur werd ik opgevangen door een vriendelijke ober. 'Mag ik wel een tafeltje voor een man alleen?' Zo uit mijn mond klonk het best nog wel komisch. 

Gezeten aan het tafeltje met drie schelvisjes, frites met Brander-mayonaise en salade ging de grap er snel af en kwam het volle besef. De jongen aan de piano speelde stoïcijns 'She's always a woman to me' van Billy Joel. 

Teruglopend naar het ziekenhuis over de Vismarkt overpeinsde ik het leven. Het verlies van mijn vader, de malheur van mijn moeder en de vergane liefde met Lientje.

In het Koude Gat loopt een klein pezig mannetje, met een baardje, de broek op 'half zeuven'. Hij doet me denken aan de man waar ik ooit op de knieën naast lag tijdens het wieden van een rozenveld. 

Hij vertelde dat zijn zoon was omgekomen bij een auto-ongeluk, zijn dochter verslaafd was aan de heroïne en zijn vrouw niet meer het huis uit wilde omdat ze geestelijk kapot was. En hij - naast veertig uur hard werken op het land - de hele huishouding voor zijn rekening nam. 

Hij hield op met wieden, bleef zitten op zijn knieën, keek me aan met zijn helderblauwe ogen en sprak de woorden: 't Kin aaltied aarger Erik.' 

Zo is het: het kan altijd erger...

Erik Hulsegge

Mijn moeder knapt zienderogen op. Ze kan al weer praten. Waarschijnlijk mag ze deze week naar huis. t Komt aal goud moe...

Meer over dit onderwerp:
columns WINSCHOTEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws