Column: Lientje

Ik was 44 toen ik Lientje leerde kennen. Ik was bij Noord - zoals mijn zeer gewaardeerde collega het altijd zegt - eenvoudig bureauredacteur.

Ik was een man alleen die niet wist welke kant het leven op zou moeten gaan. 

En daar was plotseling Lientje. Als een schielijke zonnestraal door een grijs wolkendek, stond ze achter de finish van de RUN van Winschoten, in het wachtvak van de estafettelopers. 

Een meisje van 22 raakte mijn hart, raakte mijn alles.

Mijn vrienden versleten me voor gek. Wat moest ik nou met een meisje van 22? Ergens hoorde ik tussen de regels iets van jaloezie. Achter mijn rug hoorde ik mensen fluisteren. 'Is dat zijn dochter? of 'Dij Hulsegge, dat is n fout mannetje'. 

Het deed me niks. Lientje gaf me de glans in mijn ogen terug, glans in mijn leven. Ik ging aan. Van hier tot de maan. 

Ik, eenvoudig bureauredacteur, werd zo maar ineens baas van de redactie. Ik werd columnist, verhalenverteller op de radio, de schrijver van twee boeken, ambassadeur van het beste goede doel voor kankeronderzoek; de Samenloop voor Hoop. 

En ik stond op het podium van theaters met mannen als Marcel van Roosmalen, Henk Spaan en Arie Haan. Of wat ik nooit zal vergeten; ik droeg een gedicht voor op de indrukwekkende uitvaart van burgemeester Pieter Smit, nu alweer ruim een jaar geleden.

Lientje zat in de zaal en zag dat het goed was. 

Het motortje van succes pruttelde gewoon verder. Met Wiebe werd ik van de een op de andere dag presentator van Noordmannen, het radiofeestje op de zondagmorgen. 

Als klap op de vuurpijl mocht ik voor de landelijke televisie in gesprek met meesterinterviewer Coen Verbraak in een programma dat komende zomer wordt uitgezonden.

Lientje nam me, als ze zelf niet over ver ging, mee op verre reizen naar Amerika, naar Thailand. Of gewoon dicht bij huis, op zondagmiddag naar Termunten.  

Lientje gaf niet alleen glans aan mijn leven, maar ook aan dat van mijn overleden vader. Toen het al lang niet goed meer ging, was zij voor hem een reden om het nog even te rekken. Nooit mocht ze zonder kus weg. Bij mijn moeder stond trots in de ogen, trots op haar schoondochter. 

Net als mijn ouders, sloten ook de mensen thuis, die mijn verhalen lezen of beluisteren, Lientje in hun hart met haar cynische, soms harde, maar wijze uitspraken. Zelfs in China wilden ze met haar op de foto, met Lientje oet Grunnen. 

Zeven mooie jaren. Zeven mooie Lientje-jaren. Voorbij. Voor altijd. Ook al komen er nu zeven magere jaren, die zeven vette nemen ze me nooit meer af.

Mooi dat je er was. 

Erik

Dank voor alle liefdevolle reacties. Met moeders gaat het voorzichtig de goeie kant op. 

Meer over dit onderwerp:
columns opinie WINSCHOTEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws