Column: Piet

Journalist, presentator, dj, entertainer, interviewer, zanger, schrijver, columnist, man van de FC, drager van de erepenning van z'n eigen Big City. Een showman. Misschien wel een clown. Misschien ook wel niet.

Piet van Dijken valt nergens onder te scharen. Je moet Piet nergens onder scharen. Want Piet is Piet, je mag 'm of je mag 'm niet.

Mijn eerste echte kennismaking met Piet was ergens eind vorige eeuw. Op een zomerse zaterdagmiddag  vroeg hij me - we waren aan het werk bij Noord op het Martinikerkhof - om samen een broodje te gaan halen op de markt.

Ik wist niet wat me overkwam. 'Hé Piet….! Moi Piet…! Pietje…!' De hele Stad leek hem te kennen. De blonde juffrouw van de broodjeskraam kende hem ook maar al te goed. Piet hoefde zijn broodje niet te betalen. Ik wel.

Mijn zwak voor deze rare man met lange jas, opvallende bril en kekke schoenen was geboren. In Winschoten waar ik vandaan kom zeggen we dan: 'Ik mag die wel'. Maar in mijn Oostgroninger land ben ik één van de weinigen. Bij een optreden van Piet in een café aan het Winschoter marktplein stond ik achter een man te luisteren naar een verhaal van Piet, over Piet.

De man voor mij nam een slok bier, liet een vette boer en zei toen uit de grond van zijn hart. 'Kin dij plaaze zok nait de bek hòllen, hai kwakt allinneg mor over zokzulf…' (Voor degene die dit niet begrijpt een nette vertaling: vuilnisman kan deze eigengereide zak ook mee)

Piet. Je mag 'm of je mag 'm niet. Op Noord is het nooit anders geweest. De ene helft van de kijkers en luisteraars van de befaamde radioprogramma's De Straat of Toeters en Bellen prees hem de lucht in, de andere helft trapte hem diep de grond in. Gehaat en geliefd tegelijk. 'Zijn het z'n nukken? Zijn het z'n maniertjes? Zijn het z'n woorden?' Ik weet het niet. Piet is Piet.

Bijna 20 jaar nadat ik met Piet een eerste broodje kocht op de Grote Markt, loop ik weer met Piet door zijn Stad. Op het Kattendiep wacht ik tot Piet zijn fiets tegen een boom heeft gezet.

Aan de overkant verschijnt een Marokkaan. Ingevallen gezicht, jasje met capuchon, een vale joggingbroek en versleten sportschoenen. Overduidelijk een junk. Piet staat nog voorovergebogen over zijn fiets om 'm op slot te doen. Als hij zich opricht, kijkt hij recht in het gezicht van de Marokkaan.

Het duurt een fractie van een seconde, maar dan verschijnt er een grote glimlach op het magere gezicht van de Marokkaanse junk. 'Jij van tv! Jij goeie man! Jij goeie man!'

Ondertussen loopt de junk lachend door en duikt een steegje in. In de verte horen Piet en ik nog een keer: 'Jij goeie man…!'

En zo is het. In al zijn onhebbelijkheden, in al zijn rare gewoontes, in al zijn show is hij gewoon een goeie kerel. Een meelevende man met een luisterend oor. Ik kan het weten. Ik zat vaak een keer in de shit. Een verbroken relatie of sores op het werk.

Als ik even niet wist waar ik het moest zoeken, was er altijd Piet. Op de sportschool, op een terrasje of op het werk. Man, man. Ik heb veel tegen hem aan geluld. Misschien had ie het zelf niet zo door. Maar ik dank hem nog steeds dat hij er voor mij was.

En uitgerekend ik moest hem vijf jaar geleden, als zijn baas, gaan vertellen dat zijn pensioen er aan zat te komen. Dat hij moest stoppen bij Noord met iets wat hij meer dan heel graag deed. Waar hij misschien wel niet zonder kon. Waar hij ook niet zonder wilde. Dat raakt je. In je hart. In je ziel.

Maar Piet zou Piet niet zijn als hij zich bij zijn pensioen zou neerleggen. Wat ik ook zei, welke metafoor ik ook gebruikte. 'De deur is dicht Piet! Het boek is gesloten Piet…!' Piet hoorde het niet.

Collega's, hoofdredacteur Mischa van den Berg, directeur Gijs Lensink, burgemeester Vreeman van Groningen en zelfs commissaris van de koning Max van den Berg probeerde hij te paaien om zijn pensioen te voorkomen.

Maar het zat er niet in. De deur bij Noord ging definitief dicht. Piet zou Piet niet zijn als hij bij OOG TV niet gewoon doorging met zijn kindje Herestraat Helemaal.  

Elke week wandelend met een bekende Groninger van begin tot eind door de bekendste winkelstraat van Stad en Ommeland. Je kunt nu na 600 afleveringen, 600 keer Herestraat Helemaal met een gerust hart zeggen dat het zijn straat is geworden.

Al zijn het alleen maar zijn naambordjes die op de muur hangen op de kruising van de Herestraat met de Carolieweg.  

Piet wordt volgende week 70 jaar. In 70 jaar nog steeds het kind, het kind van de stad. Maar aan alles komt een eind, ook aan een Herestraat Helemaal.

De lichten gaan uit. Het applaus verstomt. Net zo onverbiddelijk als hijzelf is geweest voor zijn mensen in zijn Straat. Het einde van een fenomeen.

En mooier verwoorden dan Piet van Dijken zelf kan ik het niet. Daarom leen ik zijn woorden, zijn handelsmerk, voor een laatste keer...

'Uw tijd is om!'

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws