'Jaag burgers niet op stang met bouw van windmolens op land'

Wil je mensen warm laten lopen voor de energietransitie, ga dan op zoek naar projecten die aantoonbaar wat opleveren. Een lagere energierekening, meer comfort of nieuwe producten. Jaag in elk geval burgers niet op op stang met windparken zoals in de Veenkoloniën en bij Meeden.

Voor een succesvol klimaatbeleid zijn die sowieso overbodig, zegt NoordZaken-opiniemaker Anton Buijs, werkzaam bij GasTerra.

Door Anton Buijs

Er was weer gedoe over een actie van Shell. Nu is dat niets bijzonders. Het olieconcern is in brede kring de favoriete kop van Jut. Groot, multinationaal en rijk door megawinsten in de fossiele sector, hoe afkeurenswaardig wil je het hebben.

Daar komt ook nog eens bij dat de producent van het Groningengas, NAM, een operationele dochteronderneming is van Shell. Verdere toelichting overbodig. Ziedaar de ingrediënten voor een uitermate giftige reputatiecocktail.

Onbegonnen werk

Verbeteren van het imago blijft dus lastig, zo niet onbegonnen werk voor Neerlands grootste onderneming. Niet dat ze het niet proberen. De actie waarover dat gedoe ontstond, is een manmoedige poging om niet alleen klimaatvriendelijker te worden maar ook als zodanig over te komen.

Automobilisten kunnen bij Shell sinds kort per liter brandstof vrijwillig een cent bovenop de pompprijs betalen. Het bedrijf gebruikt deze extra inkomsten om te investeren in de aanplant van bomen. Bomen nemen CO2 op dus wordt de uitstoot van dit broeikasgas door verbranding van de brandstof zodoende gecompenseerd.

De benzinecent van Shell is een sympathiek initiatief dat navolging verdient
Anton Buijs

Waar voor je geld

Ik vind het een sympathiek initiatief, dat navolging verdient. De burger krijgt op deze manier klimaatwaar voor zijn geld, ook al rijdt zijn of haar auto op fossiele brandstof. Duurzaamheid, vergeten de groenen al te gemakkelijk, is namelijk geen doel maar een middel. Het echte doel is de negatieve effecten van ons energieverbruik zoveel mogelijk weg te nemen.

Hoe we dat doen en waar, is, totdat de fossiele brandstoffen volledig van het toneel zijn verdwenen (iets wat nog wel even zal duren), van ondergeschikt belang. Shell speelt hier op in. De charme zit in de directe koppeling tussen inspanning en resultaat. En in de vrijwilligheid natuurlijk. Je mag meedoen; het hoeft niet.

Graat in de keel

Onze overheid kan aan deze benadering een voorbeeld nemen. Zij verdedigt lastenverzwaringen vaak met een beleidsdoel, maar laat vervolgens na aan te tonen dat het extra geld ook aan dat doel wordt besteed. Waarom steekt het 'tijdelijke' kwartje van Kok na bijna dertig jaar sommigen nog steeds als een graat in de keel?

De opbrengst verdween in de totale belastinginkomsten; de maatregel bleek niet tijdelijk maar permanent.

Deze manier van politiek bedrijven is een geschenk voor populisten. Burgers moeten zien dat wat de overheid van hen verlangt, ook echt resultaat oplevert. Vooral voor het klimaatbeleid is dat een essentiële voorwaarde.

Merkbare voordelen

Het is onder klimaatactivisten geen populaire waarheid, maar het effect van het terugdringen van broeikasemissies in een relatief kleine economie als de Nederlandse is op wereldschaal verwaarloosbaar. Dat maakt klimaatpolitiek haast onvermijdelijk controversieel, tenzij de overheid duidelijk kan maken dat tegenover het investeren in duurzame alternatieven tal van andere meetbare en merkbare voordelen staan.

Denk aan verbetering van de luchtkwaliteit, lagere energiekosten, verbetering van het wooncomfort, veiliger verkeer, financieel rendement. Om het draagvlak voor bijzondere milieuheffingen – zoals de verhoging van de energiebelasting - te versterken, zou het ook daarom aanbeveling verdienen de opbrengsten hieruit te oormerken voor specifieke energietransitieprojecten en subsidies waar burgers de voordelen van merken.

De overheid zou ten slotte in alle openheid verantwoording moeten afleggen over de resultaten van deze uitgaven.

Dat de bouw van windmolens zo veel weerstand oproept, hebben de betrokken bestuurders en politici vooral aan zichzelf te wijten
Anton Buijs

Dit voor-wat-hoort-wat-principe zou trouwens niet alleen moeten gelden voor bijzondere belastingen, accijnzen en dergelijke, maar ook voor ingrijpende en controversiële maatregelen zoals het bouwen van windmolens op land. Dat dit zo ongelooflijk veel weerstand oproept en het draagvlak hiervoor lokaal volledig lijkt te zijn verwaaid, hebben de betrokken bestuurders en politici hoofdzakelijk aan zichzelf te wijten.

Compenseren

Het rendement in termen van klimaatverandering is niet te meten; de financiële voordelen belanden bij een kleine groep maar de lasten bij vrijwel alle omwonenden. Dit probleem kun je alleen maar oplossen door óf iedereen die tegen deze molens moet aankijken, financieel ruim te compenseren óf geheel af te zien van plaatsing. Mijn voorkeur gaat uit naar het laatste.

Niet nodig

We hebben die windmolenparken niet nodig voor een succesvol klimaatbeleid. Daarvoor kunnen we veel beter investeren in projecten die een in ons land meetbaar rendement en/of technologische innovatie opleveren en de burgers niet nodeloos op stang jagen: isolatie van gebouwen en woningen, wind op zee en in het kielzog daarvan groene waterstof, zonnepanelen op de daken, meer energie-efficiëntie in de industrie, verhoogde productie van biogas.

Inspanningen en kosten koppelen aan zichtbare resultaten, dáár gaat het om. Net als met die cent van Shell.

Anton Buijs is manager externe communicatie van GasTerra. Hij schrijft voor NoordZaken columns op persoonlijke titel.

Meer over dit onderwerp:
economie windmolens opinie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws