Column: 'Heb jij ook al zo'n verdomd leuk tweede tiny house?'

Omdat de moderne mens altijd wat nieuws wil, is meer van hetzelfde ten slotte ook niet meer genoeg. Dan maar minder van hetzelfde. Afslanken, de dikke ik kwijtraken, consuminderen, welzijn stellen boven welvaart en weer in een hutje wonen. Vandaar die Tiny House Movement.

Eeuwenlang hebben we geprobeerd ruimte voor onszelf te scheppen: ouders de deur uit, kinderen de deur uit, een dakkapel, extra hobbykamers en een masterbedroom. Maar inmiddels ontdekken we dat ruimte een sterk aanzuigende werking heeft op nutteloze troep en dat de intensiteit van het liefdesleven omgekeerd evenredig is met het formaat van de slaapkamer. We slaan Rousseau er maar weer eens op na, huren een Japanse opruimfilosoof in en willen weer af van die ballast. Pipo de Clown en Mammaloe, díe waren pas gelukkig! Wég met dat kookeiland! In plaats van naar je tv, kun je ook uit het raam staren. En waar kan dat beter dan in een piepklein hutje dat wervend wordt neergezet als tiny house.

Groningen komt graag tegemoet aan deze romantische drang en staat dertig idyllische tiny houses toe op het Westpark, in het noordwesten van de stad. De bloemetjesvariant van de woonwagenkampen waar gemeenten zoveel mee te stellen hebben. Er komen dan ook geen asociale uitkeringstrekkers en drugshandelaren in te wonen, maar blije GroenLinks-adepten die voor hun plezier belasting betalen. Die domweg gelukkig kunnen zijn in een klein huisje (de kinderboeken van vroeger hebben diep in onze ziel een gevoelige snaar gespannen) zonder jacuzzi en 180-delig servies, inclusief zondagse messenleggers en bobesjes. Zeer benijdenswaardig en daarom zijn er maar liefst zeshonderd gegadigden voor. En nu maar hopen dat deze pioniers van het kleine wonen hun ligbad met apart toilet (Freek de Jonge: 'O, dus je hoeft niet in het bad te schijten') niet gaan missen.

Tegelijk maakt de gemeente zich zorgen dat private investeerders huizen op aantrekkelijke locaties opkopen en grijnslachend de huren verhogen, zodat wonen in het centrum een privilege wordt van de rijken en de geduldigen die twintig jaar op een wachtlijst willen staan. Het ligt in de rede dat de investeerders de tiny houses ook gaan opkopen, want die markt is blijkbaar nu al overspannen. Zeker al die vrijstaande tiny houses, met hun fantastische uitzicht, vormen een mooi beleggingsobject voor de elite: 'Heb jij ook al zo'n verdomd leuk tweede tiny house?'

En als de hutjes in het Westpark verkocht zijn, dan stort de markt zich op de vele duizenden tiny houses die de stad ongemerkt al rijk is. Het barst in Vinkhuizen, Paddepoel en andere stadswijken namelijk van de tiny houses, voor wie ze maar wil zien. Oké, het uitzicht is wat minder, maar klein dat ze zijn! Ideaal voor de beginnende belegger. Paar tussenwandjes erin, extra huurder erbij en zo maak je van elke flatwoning twee juweeltjes van tiny houses. Klein wonen wordt straks bereikbaar voor iedereen!

Maar het is begrijpelijk dat de stad inzet op de luxe-editie van het tiny house, want die zijn ook nog eens verplaatsbaar. Als gaswinning en windmolens voor de deur ons écht te gortig worden, nemen we ons huisje op onze rug en zetten we het elders neer. In de tijden van Abraham noemden we zo'n huisje een tent.

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws