Column: Het slipje uit Drieborg

Het dak vloog er gisteravond bijna af. Het had niks met de storm van doen. Het was de muziek. Muziek van een band. Zes jongens uit het land van het goudgele koren, het land van strokarton en suikerbiet.

Ze zongen zich schor, beukten de gitaren en geselden de vellen op het drumstel. Ze vierden een decennium samen muziek maken. Tien jaar van verlaten kroeg tot leeg en ijskoud winkelplein, van boerenbruiloft tot Fries Rockfestival.

In de aanloop naar het jubileumconcert hoorde ik hun verhalen, hun rock-'n-roll van de klei.

In 2009 zag de leraar van de muziekschool wel wat in vier gedreven getalenteerde jongens. Hij opperde dat ze wel een bandje konden vormen. De vier haalden er een zanger en een drummer bij en amper enkele weken later stonden ze te spelen in een volle kroeg.

De muziekboeken op een 'standerdje'. Een lampje erboven anders konden ze de tekst en de noten niet lezen. De gitarist had in zijn muziekboek een boterbriefje gestopt, want hij vroeg die avond op het podium de liefde van zijn leven ten huwelijk.

In tien jaar muziek maken gebeurt er natuurlijk heel veel. De drank, de lol, de rock-'n-roll.

De drummer die naakt achter het stuur van zijn bestelbusje naar een live-optreden op Radio Noord reed. Dat hij dat niet deed omdat hij een potloodventer was, maar omdat hij het bloedheet had omdat midden in de zomer de autokachel kapot was gegaan en alleen maar op standje tien stond te broezen.

Het manusje van alles van de band op een schier lege parkeerplaats zijn auto tegen de enige andere auto op de parkeerplaats wist te rijden.

De basgitarist die de auto van zijn manager volkotste omdat hij te veel bier gecombineerd had met te veel fout Chinees eten. Dat jaren later de bami-slierten nog in de speakers van de oude Volvo zaten.

Dat de bleue saxofonist tijdens de feestweek van Drieborg tijdens de pauze van het concert spoorloos verdwenen was. Hij pas ver na het concert teruggevonden werd met een meisje uit het dorp in de dug-out van het voetbalveld. Hij op de terugweg in de auto triomfantelijk het slipje van Drieborg als trofee uit zijn broekzak toverde.  

Diezelfde bleue saxofonist van het eerste uur de band verliet om te gaan spelen met DJ Sam Feldt. Hij nu over de hele wereld optreedt op mega-dancefestivals voor duizelachtige toeschouwersaantallen. De rest van de band hem dat van harte gunde. En nog steeds gunt.

De jongens van de band gingen gewoon vrolijk door met muziek maken. Op een vol marktplein, in een volle sporthal en in een volle theaterzaal. Ook zij proefden het succes. De grootste triomf kwam exact tien jaar na hun allereerste optreden in de inmiddels gesloten kroeg.

In Friesland In Ureterp - in Friesland zeggen ze: Oerterp - stond de band op Hemelvaartsdag op het Oerrockfestival. Een muziekfestival dat ooit begon met 250 bezoekers, waar nu tienduizenden fans op afkomen.

Het Oerterpse motto: Niks is onmogelijk.

Op het affiche namen als Golden Earring, Ilse de Lange, Waylon, Guus Meeuwis en Kraantje Pappie. En daartussen stonden zij ook. In een tent voor achtduizend uitzinnige Friezen en een bus vol meegereisde fans uit de Grunneger Graanrepubliek.

Een muzikaal succesverhaal in een notendop. In het privéleven ging het niet altijd voor de wind. Integendeel. Het leven was keihard. Verdriet en rouw om het tragisch verlies van dierbaren.

Een van de jongens van de band kreeg kanker. Met z'n allen gingen ze door het proces. Met z'n allen waren ze dankbaar dat het leven een tweede kans kreeg.

Tien jaar een band. Tien jaar lol, lief en leed. De dromen zijn nog niet op. De weg is nog lang niet afgereden. Ze willen 'all the way', de jongens van Alloway.

Niks is onmogelijk.

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns WINSCHOTEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws