'Schaf specialistische agrarische opleidingen af'

Waarom zou je specialistische boerenopleidingen aan het mbo en hbo overeind houden wanneer studenten daar nauwelijks nog belangstelling voor hebben?

Arbeidsmarktonderzoeker en NoordZaken-opiniemaker Jan Dirk Gardenier vindt dat veel van die opleidingen maar beter afgeschaft kunnen worden.

Door Jan Dirk Gardenier

In een smalle strook net onder de Waddenzee van Den Helder tot Delfzijl wordt bijna een kwart van de wereldwijde productie van pootaardappelen geteeld.

Pootaardappels zijn bedoeld als zaaigoed voor de oogst van het volgende jaar. Ruim vijfhonderd pootaardappeltelers zorgen daarvoor. Hun pootaardappels gaan via handelshuizen als HZPC en Agrico de wereld over. Dat levert een hoop werk op: vierduizend mensen verdienen hun brood in de pootaardappelsector.

Specialisten

Dat de sector hier zo sterk is heeft te maken met het gunstige microklimaat langs de kust, de goede poldergrond en de lage ziektedruk. Belangrijker nog is de specialistische kennis van de pootaardappeltelers. Deze kennis wordt hen onder meer bijgebracht op het mbo en hbo. Steeds meer boeren hebben trouwens gestudeerd aan de landbouwuniversiteit in Wageningen.

Het aantal studenten op de mbo en hbo-opleidingen loopt de laatste jaren echter fors terug. Op de mbo's in Groningen en Leeuwarden studeren nog geen vijftig studenten. Ongeveer twintig studenten halen elk jaar hun diploma op de hbo-opleiding in Leeuwarden, in Dronten zijn dat ongeveer zeventig studenten per jaar.

Potato Valley

The Potato Valley - het kennisplatform voor pootaardappelen - liet daarom onderzoek doen of deze aantallen voldoende zijn de pootaardappelsector in de toekomst van voldoende medewerkers te voorzien. Mijn bureau CAB maakte een analyse hoe vraag en aanbod van arbeid op elkaar aansluiten en wat er moet gebeuren om het kennisniveau in de sector op peil te houden.

De sector ziet zich trouwens voor meer uitdagingen gesteld: schaalvergroting - minder bedrijven worden steeds groter, klimaatverandering, verzilting van de bodem, concurrentie uit andere landen en strijd om de ruimte in ons dichtbevolkte land. De vraag is waar te beginnen?

Geen bestaansrecht

De conclusie uit het onderzoek naar de arbeidsmarkt door CAB was dat gespecialiseerde opleidingen in het agrarisch onderwijs in Groningen en Friesland geen bestaansrecht meer hebben.

Dat houdt deels ook verband met een sterk ontwikkelde infrastructuur van informeel leren in de pootaardappelsector. Om pootaardappel-boer of -boerin te worden is het bijna noodzakelijk dat je ouders pootaardappelboer zijn. Veel kennis over plantenteelt wordt van ouder op kind doorgegeven door mee te werken op het familiebedrijf. Daarnaast bestaan nog steeds de studieclubs van boeren in de winter.

[Quote:Jan Dirk Gardenier - Veel kennis wordt in de sector doorgegeven van ouder op kind]  

Daar komen boeren uit de omgeving bij elkaar en delen kennis en ervaring over teelt, rassen en techniek. Ook in de pootaardappelacademies, die in de provincies Groningen en Fryslân zijn georganiseerd, komen boeren samen met medewerkers van handelshuizen, toeleveranciers, financiële instellingen en andere betrokkenen uit de pootgoedsector.

Familiebedrijf

Die structuur is een goede basis om het informeel leren verder uit te bouwen. Kleine gespecialiseerde opleidingen zijn hiervoor niet meer nodig. Om deze reden, maar ook omdat op de (kleine) opleidingen niet de nieuwste kennis beschikbaar, is kiezen studenten steeds vaker voor bredere opleidingen zoals agrarische bedrijfskunde en agrarische techniek.

Daar doen ze algemene kennis op die heel noodzakelijk is voor de pootaardappelteler in de toekomst, maar juist niet via het familiebedrijf geleerd wordt. Er zijn zelfs steeds meer nieuwe pootaardappelboeren die helemaal geen agrarische opleiding hebben gehad. Zij hebben rechten of economie gestudeerd, een tijd buiten de sector gewerkt en beslissen uiteindelijk om de overstap te maken en worden pootaardappelboer. Maar het zijn vrijwel altijd kinderen van pootaardappeltelers.

Weinig studenten

Een heel gespecialiseerde opleiding zaadveredeling trekt nog geen vijf studenten, terwijl een opleiding toegepaste biologie met aandacht voor zaadveredeling zestig studenten krijgt, waarvan de helft een baan vindt in de zaadveredeling. Moet de sector dan nog wel nieuwe studenten aantrekken voor die kleine gespecialiseerde opleidingen? Vanuit de sector wordt inmiddels gepleit voor één bredere agrarische opleiding.

Het onderwijs voor de pootaardappelsector heeft dus zowel een verbreding via een algemene opleiding nodig als een verdieping. Verbreding om voldoende studenten te trekken, die steeds minder geïnteresseerd zijn in plantenteelt, maar gemotiveerd zijn voor leefbaarheid, duurzaamheid en voedsel.

Traditie

?
Tegelijk lijkt er plaats voor één gespecialiseerde opleiding plantenteelt in Nederland. Als de traditie en infrastructuur van het informeel leren blijven bestaan en doorontwikkeld worden zullen er zo voldoende mensen voor de pootaardappelsector beschikbaar blijven.

Jan Dirk Gardenier is onderzoeker en eigenaar van het bureau CAB in Groningen.

Meer over dit onderwerp:
economie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws