Column: Een leven zonder broer

Op een bankje aan het meer in de schaduw van een boom zitten twee mannen. De bries van het water tempert de verzengende hitte. De ogen van de mannen spieden in stilte het water af.

Voor hun in het water duikt een meerkoet als een volleerd fuut onder, op zoek naar een middaghapje. In de verte springt een meisje in bikini van een steiger in het water. De plons gevolgd door haar lach galmt na over het meer. 

Twee jongens in korte broek en ontbloot bovenlijf zeulen tussen zich in een kratje bier met zich mee. Op het kratje bier liggen hun handdoeken. Met een klap gaan ze door het hek van de steiger naar de zeilbootjes. 

Een man met grijs kort haar komt op de fiets voorbij op het pad tussen het bankje en het water. Achterop zit een klein blond meisje. 'Mag ik hier ook wel zwemmen opa?', zegt ze tegen de rug van haar grootvader.

Zwaluwen scheren over het water. Het hoge getjilp doet vermoeden dat ze zich uitstekend vermaken in de gloeiende zomerzon. 

Een voor een strijken ze neer op een val van een zeilbootje. Op het schuin weglopende draad vormen de kleine vogels wasknijpers zonder was. De afstand  tussen de zwaluwen is exact gelijk. Behalve tussen de een-na-onderste en de onderste vogel, Daar is het gat groter. 

Net als een van de mannen er een opmerking over wil maken, vleit zich een zwaluw in het gat zodat de symmetrie op het zeildraad compleet is. 

'Toch bijzonder dat die zwaluwen dan precies twintig centimeter van elkaar gaan zitten', zegt de een zonder zijn blik van de vogels te halen. 'De natuur is een bijzonder wonder', zegt de ander die zijn ogen wendt naar de man naast hem.  

Het is het begin van een gesprek. Een gesprek over liefde, verloren liefde, onmogelijke liefde. De wonden van een liefde. De harde knal van een eerste liefde. 'The first cut is the deepest', merkt de een terloops op als ze even zijn stilgevallen in hun eigen gedachte.

Wat hun moeder daarmee te maken zou kunnen hebben.

Het gesprek vloeit over van hun moeder naar de relatie tussen hun twee. De relatie tussen een oudere en jongere broer. Wat ze wel en niet voor elkaar verborgen houden. Waarom ze dat doen. En over de pieken en de dalen van hun leven. 

In de tijd van het gesprek hebben de zonnestralen de boom omzeild en vallen nu op het bankje met de twee mannen. Een zweetdruppel parelt over de slaap van de man die het langst in de zon zit. Hij kijkt op zijn telefoon hoe laat het is. 'Tijd om te gaan', zegt hij abrupt.

De mannen van het gesprek op het bankje zijn mijn tweelingbroer en ik. 

Op de parkeerplaats nemen we afscheid met een omhelzing. 'Wat er ook gebeurt. Ik heb altijd nog jou', zegt mijn broer. 'Ja, maar hoe lang nog?' zeg ik. Er komt geen antwoord op de vraag. 

'We kunnen er ook samen uit gaan' zeg ik. 'Ja net als Herman', is het antwoord van mijn broer. 'Dan komt er misschien ook nog wel een berichtje in de krant....'  

Op de terugweg alleen in mijn auto denk ik aan een leven zonder mijn broer. Ik schud de gedachte uit mijn hoofd. 

Ik moet er niet aan denken aan een leven zonder mijn broer….

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns Groningen
Deel dit artikel:

Recent nieuws