Door de mand: Kees Vlietstra over bijnamen (en een mes)

West End heette de kroeg van mijn ouders. Een ouderwetse buurtkroeg op de hoek van de Friesestraatweg en de Kraneweg in Stad. Er kwamen veel vaste klanten. Mijn ouders hanteerden er een ingenieus boekingssysteem.

Op een groot kladblok achter de bar noteerden ze de namen van de gasten met daarachter de bestelde drankjes. Zo wisten ze precies hoeveel de klanten aan het eind van de avond moesten afrekenen. Als er een nieuwe gast kwam, omschreef vader de onbekende aan de hand van een lichamelijk kenmerk. U moet dan denken aan 'kloede', 'schele', 'haakneus' of 'hompe'.

Mijn moeder wist dan precies wie bij welke omschrijving hoorde. Eén keer ging het fout. 'Blauwe trui' schreef mijn vader in het grote boek. Die blauwe trui ging uit bij het biljarten en werd een wit overhemd. Dat gaf wat onduidelijkheid bij het afrekenen. Vanaf dat moment kwamen er geen kledingstukken meer in het grote boek. Paps en mams waren in hun kroeg minutieus op elkaar ingespeeld. Ze konden lezen en schrijven met elkaar. 

Iets anders over namen. In tegenstelling tot zijn collega-trainers hanteert FC Groningen-coach Danny Buijs een voornaam-systeem. Bij het oplepelen van de opstelling komt Buijs met: Sergio, Mike, Amir, Samir, Deyovaisio, Ritsu, Kaj. Ik heb daar moeite mee. Vind het lastig om voornaam aan een achternaam te koppelen. Wie is wie? Als hij ze alle elf heeft genoemd, ben ik er net achter dat Sergio bij Padt hoort en weet dan al niet meer wie rechtsback staat. 

Ben benieuwd hoe Danny (!) zijn wedstrijdbespreking en analyse van de tegenstanders doet. Praat hij dan over Klaas-Jan of over Huntelaar? Ik verwacht Huntelaar. Met achternamen creëer je afstand. Afstand tot de vijand. 

Zelf gebruik ik als coach van de korfballers van Nic. in de wedstrijdbespreking een mix van voornamen, achternamen, lichamelijke kenmerken, bijnamen, kleur van het wedstrijdshirt en rugnummers. Mijn spelers weten meer van de tegenstanders dan over hun eigen teamgenoten. 

Sommige coaches in hockey gaan nog verder. Die sport is niet alleen in data-analyse, maar ook in spelregelwijziging behoorlijk vernieuwend. Afgelopen week werd het Europees Kampioenschap gespeeld in België. De 'Heren' van Oranje werden kansloos weggespeeld door Spanje in de halve finale, terwijl de 'Dames' voor de tiende keer Europees Kampioen werden door de Duitse Mädl met 2-0 te verslaan. Hulde. 

Heb het toernooi een beetje gevolgd. Vind het lastig om een hele wedstrijd te volgen op televisie. Is me dan ook niet gelukt. Vind hockeyers, dames en heren, wel leuke mensen. Ze nemen zichzelf namelijk heel serieus. Kan ik van genieten. Jaren geleden werd er op zaterdagmorgen altijd gehockeyd in de oude Wijerthal. 

(Even een tussendoortje: lieve dames en heren van de gemeente Groningen: hou wodt? Wanneer gaat de schop in de grond voor een nieuwe sporthal? Zal jullie het nog één keer voorrekenen: als er één sporthal gebouwd wordt en er worden er twee gesloopt, dan missen we toch echt ergens één hal. Twee min één is één. Hup, bouwen!)

Enfin, hockey in de Wijerthal. Een wedstrijd. Meisjes met bitjes in groen-witte shirts tegen meisjes met bitjes in oranje shirts. Ik zit bij Geert Noeken aan de bar in de kantine. Via de grote ramen hebben we mooi zicht op het hockeyspel. Er komt een meneer naar de bar lopen. Geert waggelt met zijn slechte heup naar de hockeyvader. 'Wat mag het zijn meneer?'

De hockeyvader kijkt over zijn leesbrilletje naar Geert en wijst naar de plank met snoep. 'Ik wil graag een Mars. En een mes alstublieft.'  Geert haalt zijn schouders op. 'Een mes zegt u?'
'Ja, een mes', antwoordt de hockeymeneer. 'Dan kan ik de Mars in stukjes snijden. Een stukje voor Anne-Fleur en een stukje voor Annelotje. Het is per slot zaterdag.'

Mooie kerel, die Geert. Geert stond samen met zijn Jopie jarenlang achter de bar in zijn Wijerthal. Geert en Jopie konden ook lezen en schrijven met elkaar. Gaven hun klanten ook bijnamen. De laatste keer dat ik ze tegenkwam was begin dit jaar in het Martini Ziekenhuis.

Jopie was net geopereerd aan haar schouder. Ik zat in de wachtkamer voor een afspraak met de orthopeed. Vooronderzoek voor een nieuwe heup. De begroeting was hartelijk. Drie klapzoenen van Jopie en Geert waggelde van links naar rechts. 'Heb al twee nieuwe heupen, jongen.' Ik begon te twijfelen. Moet ik het wel doen? Terwijl Geert en Jopie gearmd de wachtruimte verlaten, wordt mijn naam omgeroepen. 

Morgenvroeg gaat het gebeuren. Een nieuwe heup. Eindelijk. De orthopeed die me gaat opereren heet mevrouw Carina Gerritsma-Bleeker. Oud hockeyinternational. Dames. Jaren voor GHHC Groningen gespeeld. Voor mijn wedstrijdanalyse een interview gevonden waarin te lezen is dat Carina het geven van namen ook serieus neemt. Haar hond heette Tretjak, vernoemd naar de legendarische Russische ijshockeydoelman. Vind ik mooi. 

Ik leg mijn lot en heup dan ook vol vertrouwen in handen van een hockeydame. Met een mes. 

 

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws