Column: Thuiskomen

Ik vind het altijd moeilijk. Thuiskomen. Wie de voordeur instapt, stapt zijn eigen leven weer in. En dat leven is altijd minder samen dan het was op vakantie.

Het is een soort afscheid nemen, dat thuiskomen.

Manlief stort zich op het uitpakken van de vakantiespullen. Dat brengt chagrijn met zich mee, want waar laten we al die troep. Na de weken op de camping voelt ons huis groot als een kasteel, maar zo vol als een bezemkast. Het leidt bij hem tot opruimwoede die strandt op de kinderen die verloren gewaand speelgoed terugzien. Wegdoen? Nee natuurlijk niet!

Terwijl ik de wassen draai in de bijkeuken en hij opruimt in de garage, bouwen de kinderen de woonkamer vol met spoor en duplo. We zijn in huis verder bij elkaar vandaan dan tijdens onze vakantie.

Ook in ons hoofd drijven we af. Wekenlang dienden mobiele telefoons alleen als navigatie naar nieuwe gezamenlijke avonturen. Nu beginnen social media weer aandacht te trekken. Eén klik is genoeg om de verslaving aan te wakkeren. Waar op vakantie de bergen aan de horizon mijn blik vulden, stop ik mijn hoofd nu weer vol. Ik weet het, ik wil het niet en toch doe ik het.

Dit jaar heb ik manlief gewaarschuwd. Blijf wat meer bij me. Af en toe aan aanraking in het voorbijgaan, even zitten in de zon, de laatste watermeloen samen eten. Iets minder snel wegzinken in onze overvolle zee van werk, school, sport, telefoons en vrienden. Het helpt.

Het is mij niet vreemd, dit gevoel. Ik kan het zo weer oproepen. De brok in mijn kinderkeel als we wegreden van de vriendjes op de camping in Frankrijk; de pubertranen op het dek van De Friesland die wegvaart van Terschelling; de weemoed na een schooluitwisseling met Meppen. Het weten dat iets moois voorbij is gegaan; altijd iets sneller dan ik bij kan benen.

Het went nooit helemaal, vermoed ik. Wie gevoelig is voor weemoed blijft dat. Een gevoel dat -heel stiekem- ook wel lekker is. Om nog even in te verdwijnen. In rond te wentelen, als overgang. Als uitstel van het dagelijkse ritme waarin iedereen zijn eigen pad weer kiest.

Dit jaar komt tijdens dat wentelen ook een besef: we blijven tenminste samen. Thuiskomen was als kind vooral weggaan: van vriendinnen, liefjes, vriendengroepen. Thuiskomen was altijd ook achterlaten. En dat is niet meer. Het voelt nog steeds als afscheid nemen, dat thuiskomen. Maar we komen wel samen thuis. Met z'n vieren, in het leven dat we hier samen hebben opgebouwd.

De weemoed kan weer in de kast merk ik. Manlief moet er maar een plekje voor zoeken, bij de vakantiespullen, wachtend op volgend jaar.

Ik ben weer thuis.

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws