Column: Het briefje van Herman Brood

'Eigenlijk bent u niet normaal', zegt de vrouw achter de toonbank lachend. 'Ja', zeg ik. 'Ik ben nu eenmaal een apart mens.' We hebben het over mijn griepbeeld. Dat strookt niet met dat van de vrouw van de drogist tegenover mij.

Ik werd eerst verkouden, kreeg daarna griepverschijnselen en toen het over leek te gaan, begon ik de longen uit mijn lijf te hoesten. Bij de vrouw is het net andersom. 'U bent een beetje raar', zegt ze. Ik geef het, met de allerlei andere bijzondere gewoontes die ik heb, lachend toe. 'Beterschap!' roept de vrouw mij na als ik het vroegere hotel uitloop. 

Met de zakken vol hoestdrankjes, Anta Flu, honingdrop en Vogelflesjes loop ik langs de kerk terug naar huis. Het gesprek van zojuist vliegt in flarden door mijn gedachten. Voor een raar en apart mens bestaat een Gronings woord. Maar ik kan er niet op komen. 

Als ik de hoek om ga richting huis, valt mijn oog op een briefje aan een witte brievenbus. 'Wie maakt onze brievenbus leeg? Niet doen. Dank U!!' staat er met viltstift op geschreven. Er is dus iemand die de brievenbus van deze lieve mensen (dat ze lief zijn maak ik op uit de aard van het briefje) leegsteelt. Wat een held. 

Ik moet onmiddellijk denken aan Rutger Bregman. Niet dat hij de man is achter deze laffe daad, maar om zijn denkbeelden. Rutger Bregman is een wereldberoemd denker en schrijver. Hij is de man achter het idee van een basisinkomen voor iedereen. En hij haalde alle televisies op de wereld toen hij in het Zwitserse Davos de vloer aanveegde met een zaal vol biljonairs, omdat zij massaal de belasting ontdoken. 

Onlangs kwam er een nieuw boek van hem uit. In dat boek gaat hij ervan uit dat de mens deugt. Dat wij allemaal goed zijn. Dat de maatschappij ons voorspiegelt dat we niet deugen. Bijvoorbeeld doordat nieuws altijd negatief is. En ook zo in de huiskamer wordt gebracht. En zo komt hij nog met talloze voorbeelden van manipulatie van de goede mens. 

Volgens hem is het beeld van de slechte mens geschapen om regeringen, politie en managers in stand te houden. Wij deugen van onszelf is de stellige overtuiging van Bregman. En als dat zo is, heb je geen overheden, rechtshandhavers en managers meer nodig om ons in het gareel te houden, meent hij.  

Ik staar nog eens naar het briefje op de brievenbus en denk aan een ander briefje. Het briefje van Herman Brood. Ergens in de jaren tachtig op de dag van de Asser TT zat Herman in het zonnige stadspark van mijn stad te schilderen.

De rest van de band, Bombita's en manager Koos zaten twee kilometer verderop op een terras onder de oude toren. Onder het schilderen in de junizon kreeg de Rock'n Roll Junkie dorst. Hij plakte een briefje op zijn natte schilderij 'Niet aankomen, ben zo terug' en toog naar het terras onder de toren. Na enkele  glazen sinas-rum keerde hij lopend terug naar het park om zijn schilderwerk af te maken.

Daar aangekomen bleken het schilderij en al zijn schilderspullen verdwenen. Het verkreukelde briefje lag als stille getuige op het gras. Herman keerde terug naar de rest van de band, leegde nog enkele glazen en legde zich zwaar gedesillusioneerd in de Amerikaanse tourbus te ruste. 

Als ik halverwege mijn straat ben, zie ik dat er een groot wit vel papier is geplakt op de ouderwetse groene lantaarnpaal voor mijn huis. Nieuwsgierig ga ik iets harder lopen. Op het wit papier is een foto geplakt van een step. Daaronder staat een geschreven tekst in een kinderhandschrift. 

Het handschrift is van buurmeisje Knuterman. De spacescooter van Knuterwichtje is gestolen. In mooie kinderzinnen doet het meisje een soort Opsporing Verzocht van haar ultramoderne step. De step is 's nachts door een of andere klootzak van de oprit gehaald, omdat buurmeisje even vergeten was om 'm die avond binnen te zetten.  

Ik word boos over zulke stompzinnige stompzinnigheid. En begin hardop te schelden: 'Wat n verstand. Dij kounavvel mos n beste schup onder de kloten hebben.'

Zo loop ik nog steeds hardop scheldend de oprit op. 'Gaait n beetje buurman?' Ik kijk recht in het gezicht van buurman Knuterman. Even ben ik uit het veld geslagen en stijgt het schaamrood me naar de kaken. 

't Is toch ook wat..', zeg ik dan. 'Wel steelt er nou n step van n leutje wichtje?' Buurman beaamt mijn beeld over de diefstal van de step van zijn dochter. Dan vraagt hij of ik altijd hardop tegen mezelf praat. Ik kijk hem aan en besef dat een van mijn verborgen bijzondere en rare gewoontes niet langer verborgen is.

'Dat doun allinneg ainzaalms', zegt buurman Knuterman en loopt lachend de garage in. Kijk dat is nou het Groninger woord dat ik zocht voor rare, bijzondere en misschien ook wel onnozele mensen: ainzaalm.

Ik heb er nog een woord voor. Twee zelfs: Rutger Bregman. 
 
Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns WINSCHOTEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws