Nieuw instituut voor doofblindheid wil internationaal onderzoek aanjagen

De Rijksuniversiteit Groningen opent vrijdag een nieuw instituut voor doofblindheid. In het instituut is aandacht voor onderzoek en onderwijs op het gebied van aangeboren en verworven doofblindheid.

Initiafneemster Marleen Janssen, de eerste hoogleraar doofblindheid ter wereld, noemt de oprichting van het instituut een belangrijke stap.

'We zijn al vijftien jaar bezig met wetenschappelijk onderzoek naar deze doelgroep, dus we hebben wat te bieden. Samen met internationale partners willen we in de toekomst nog meer opleidingen aanbieden en meer onderzoek doen', zegt ze in gesprek met het Radio 1 Journaal.

Onderdeel van het project zijn de ontwikkeling van pre- en postmasteropleidingen en het opzetten van een internationaal promotietraject.

De krant lezen en tv kijken kan niet meer. Hoe komt het nieuws dan tot je?
Marleen Janssen - Hoogleraar doofblindheid

Drie probleemgebieden

Vanuit haar achtergrond als leerkracht werkt Janssen al zo'n veertig jaar met doofblinden. Daarbij merkte ze dat dubbelbeperkten in hun leven tegen tal van problemen aanlopen. Wel zijn er drie gebieden die voor de hele groep gelden.

'Vooral communicatie is een probleem. Want hoe communiceer je als je niets hoort en ziet? Dat geldt voor kinderen, maar ook voor ouderen. Daarnaast is oriëntatie een punt. Hoe loop je van a naar b? Tot slot hebben veel mensen moeite met toegang tot informatie. De krant lezen en tv kijken kan niet meer. Hoe komt het nieuws dan tot je?'

Hoeveel Nederlanders zijn doofblind?
Exacte cijfers over doofblindheid zijn er volgens hoogleraar Janssen niet. Ze houdt het aantal 'dubbelbeperkte' Nederlanders op zo'n 50.000. 'Een paar duizend van hen zijn zo geboren, ongeveer tienduizend mensen waren eerst doof of blind en kregen later ook de andere beperking. De laatste groep is na hun 65ste doofblind geworden als gevolg van ouderdom.'

Speciale communicatie

Voor problemen die doofblinden ervaren zijn nog lang niet alle oplossingen in kaart gebracht. Janssen weet dan ook zeker dat haar onderzoek vruchten zal afwerpen.

'Het is zo speciaal hoe deze groep communiceert en leert. Je kunt elke dag wel nieuwe dingen onderzoeken. Alle resultaten kunnen we nu vastleggen in onze eigen database. Dat is van belang om ook de taalontwikkeling op de langere termijn te bestuderen.'

Juiste school

Dat onderwijs kan helpen bij de ontwikkeling van doofblinden, heeft Janssen in de praktijk ervaren.

'Ik werkte met een meisje dat het verschil tussen dag en nacht nog niet eens kende, maar na vijf jaar kon ze drie en vier woordzinnetjes spellen. Dat soort ontwikkelingen zie ik te weinig gebeuren omdat kinderen niet meer op de juiste school komen. Vaak belandden ze in de zorg voor verstandelijk gehandicapten, zonder het speciale aanbod dat bijvoorbeeld Kentalis te bieden heeft.'

Lees ook:

- RUG-onderzoek naar doofblindheid is verlengd
- Geen zicht, geen gehoor, maar wel communiceren

Meer over dit onderwerp:
GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws