Column: Autopech

Misschien heeft u het wel meegekregen vorige week. Mijn auto liet me zo maar staan. Een rood lampje in het dashboard van mijn bruin pantertje ging branden. Maar daar bleef het niet bij. Helemaal niet.

De volgende dag reed ik de snelweg op richting Stad, naar Noord. Meteen bij het invoegen reed er een vrachtwagen voor mij. Ik dacht: Die haal ik meteen maar even in. Beetje gas erbij, richtingaanwijzer uit en hup ernaast. 

Ik was bijna halverwege de vrachtwagen. STOP!! zeiden rode letters in het dashboard en de auto deed meteen niks meer. Maar ja, ik zat nog naast de vrachtwagen en achter mij kwam een 'dikke Duitse BMW' aangeraasd. De paniek sloeg toe in mijn auto. Ondertussen ging ik steeds langzamer en kwam de BMW wel heel snel dichterbij.

Instinctief drukte ik het knopje van de waarschuwingslichten in. De vrachtwagen rechts van mij ging ondertussen sneller dan ik. Ik dacht even dat die Duitser heel hard achterop mij zou botsen. In het spiegeltje zag ik dat de man achter het stuur boven op de rem ging. Hij zat, knipperend met zijn groot licht, bijna bij mij in het achterraam. 

Mits was de vrachtwagen mij al weer voorbijgereden. Ik stuurde met een ruk naar rechts, voor de Duitser en achter de vrachtwagen langs, naar de vluchtstrook. Toeett….!! Toeettt….!! De Duitser toeterde hard en boos en stak net zo boos zijn vuist naar mij omhoog. Hij riep er ook iets bij. Aan zijn mimiek, horen kon ik het natuurlijk niet, dacht ik Drecksau (ellendige klootzak) te herkennen. 

Ik was blij dat ik op de vluchtstrook stond. Ik deed de auto meteen uit en bleef een poosje zitten van de schrik. Mijn hart 'rappelde' in de keel. Eenmaal van de schrik bekomen startte ik de auto. 'Motorstoring' zei een lampje in het dashboard. 'Laat uw auto repareren', stond er onder. 

Ik volgde de wijze raad meteen op en reed heel langzaam naar garage De Vlammende Bougie. De man van de garage is een jongen uit mijn oude dorp. Zijn vader had ook al een garage en mijn vader was er klant. Dan ga je niet naar een ander. 

'Wie meten hom wel eem deur', zei de grote blonde monteur. Hij kon niks vinden behalve een korte storing van de oliedruk. Met al die moderne techniek in de auto's van tegenwoordig kon het ook nog wel eens een kapotte sensor zijn.

Maar in de auto rijden durfde ik niet meer. Het vertrouwen in het bruine pantertje was weg. De auto bleef bij de garage en ik kreeg een lutje leenautootje mee. De volgende dag belde de man van de Vlammende Bougie.

Ze hadden de auto nog eens even verder uitgelezen en zagen dat het oliepeil ook een keer te laag was geweest. Of ik ook olie had bijgevuld? Zeker had ik dat. Wat voor olie dat dan was? '5W30', zei ik nog trots omdat ik de kennis paraat had. 'Ik heb der nog wel n buske van', zei ik er achteraan. Het werd stil aan de andere kant van de telefoon. 

'Mor e dat is de verkeerde. Ie haren 0W30 hebben mouten', zei de garageman. Toen werd het stil aan mijn kant van de telefoon. Ik had nog nooit van 0W30 gehoord. 

Ik moest ineens denken aan mijn oude schoolkameraad Fransje. Ik kwam Fransje een tijd terug tegen in het autogangpad van klusmarkt De Klus. Ik pakte net twee busjes 5W30 uit het schap. Fransje zei dat ik oppassen moest met die goedkope olie. Je kon er volgens hem beter van die hele dure ingooien onder het motto Goedkoop is Duurkoop. 

Ik wuifde Fransjes advies weg. 'Kinst nait zeggen dat ik die nait woarschaauwt heb', zee Fransje nog. En nu zei garageman dat ik compleet de verkeerde olie erin gegooid had. Ik voelde me oliedom. 'Mor wie mokken hom wel weer kloar hor', stelde garageman mij gerust. 

Ik reed al drie dagen in het lutje leenautootje van de Vlammende Bougie en had nog niks gehoord van garageman. Ik ging toch maar eens even bellen. Garageman vertelde eerst dat het niet aan de olie had gelegen. Aha, zie je wel. Ik ben toch niet zo oliedom als ik eruit zie. Maar toen zei hij dat de distributieriem stuk was. Ik had wel eens gehoord dat dat heel erg is en ook heel erg duur. 

Ik zag mijn nieuwe douchetegels nog heel lang blijven liggen in het schap van De Klus. 'Dat wordt n dure zeker?' vroeg ik tussen hoop en vrees. 

'Ie hebben koelans' zei garageman. Wat zegt ie nou? dacht ik. Goulash? Sinds Lientje der niet meer is heb ik geen goulash meer gegeten. Maar nee, het was geen goulash op z'n Hongaars maar coulance op zijn Frans. Een soort van garantie. En dat betekende dat de garage de auto gratis ging maken. 'Kost joe gewoon niks', zei garageman. 

Van de week zou de auto wel klaar zijn. Zolang kon ik gewoon doorrijden in het lutje leenautootje. Ik stapte er meteen in voor een bijeenkomst in het Kruispunt in Vlagtwedde. Ik reed goed en wel de Winschoterweg op. En ja hoor… Werkelijk niet te geloven. 

Er ging een lampje branden in het dashboard. Eentje met een heel vet uitroepteken…..

Erik Hulsegge

Als je mij nu een keer tegenkomt en even met mij een praatje wil maken, één ding: begin dan niet over een lampje in het dashboard. En voor mensen die net als ik niet weten wat een lampje met uitroepteken betekent. Dat is voor de bandenspanning.

Meer over dit onderwerp:
columns WINSCHOTEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws