Waarom Groningse zonneparken in buitenlandse handen komen

Het aantal zonneparken groeit in Groningen hard. Behalve Nederlandse bedrijven zijn er ook buitenlandse investeerders en ondernemingen mee bezig. Via de subsidie die ze ontvangen vloeit Nederlands belastinggeld naar Chinese, Duitse en andere buitenlandse ondernemingen.

Wat is de logica daarachter? Voor een antwoord op die vraag sprak NoordZaken meerdere deskundigen.

De cijfers: zonneparken in Groningen

Sinds de overheid subsidies voor duurzame energie verstrekt is aan zonneparken en zonnedaken in de provincie ruim één miljard euro subsidie toegekend, blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Het grootste deel, ruim zevenhonderd miljoen, is voor zonneparken bestemd. In onze provincie zijn dat er 43. Daarvan zijn, gemeten in augustus van dit jaar, inmiddels achttien daadwerkelijk gebouwd. De overige 25 die subsidie kunnen ontvangen zijn nog in ontwikkeling of in aanbouw.
 
Powerfield is in onze provincie met vijf zonneparken de grootste ontwikkelaar. In het ideale geval kunnen deze vijf parken jaarlijks 300.000 MegaWattuur (MWh) aan stroom opbrengen. Als je ervan uitgaat dat een gemiddeld huishouden van vier personen jaarlijks ongeveer 4.500 kiloWattuur (is 4,5 MWh) aan stroom verbruikt, dan zijn deze vijf parken goed voor het stroomverbruik van ruim 68.000 huishoudens.

Over vijftien jaar verdeeld kan Powerfield, onder andere afhankelijk van hoe zonnig het is in deze periode, hier maximaal bijna 350 miljoen euro aan subsidie voor krijgen.
 
Solarfields is een goede nummer twee. Met zeven parken kan Solarfields jaarlijks zo'n 79.000 MWh aan stroom opbrengen. Dat is goed voor het jaarlijkse stroomverbruik van ruim 17.000 huishoudens. Het bedrijf kan hier voor deze parken oplopen tot ruim 90 miljoen euro over 15 jaar.

Initiator versus eigenaar

De meeste parken worden ontwikkeld door Nederlandse bedrijven. Sommige parken worden weer doorverkocht aan een buitenlandse firma. Die heeft dan, net als een Nederlands bedrijf, recht op subsidie van de staat voor zonneparken, de zogenoemde SDE-subsidie (Stimulering Duurzame Energie).

Wat is de SDE-subsidie?
Om het voor bedrijven interessant te maken om  zonneparken te ontwikkelen is overheidssubsidie nodig. Deze subsidie wordt uitgekeerd voor maximaal 15 jaar. Deze 15 jaar gaan pas in als het zonnepark daadwerkelijk gebouwd is en stroom opbrengt. Het bedrijf heeft bij de aanvraag van de subsidie een bedrag per kiloWattuur (kWh) voorgesteld om het zonnepark mee te kunnen bouwen, zeg 88 cent.

Stel dat dit bedrijf de stroom op de markt maar voor 68 cent per kWh kan verkopen, dan komt het bedrijf dus twintig cent te kort. Die twintig cent wordt dan gesubsidieerd. De exacte hoogte van de subsidie is dus afhankelijk van de hoogte van de marktprijs en de exacte hoeveelheid stroom die door het zonnepark geproduceerd wordt. 


Zo zijn drie door Powerfield geïnitieerde Groningse zonneparken in handen gekomen van het Chinese Chint Solar. Het gaat om zonnepark Veendam (in bedrijf), zonnepark Midden-Groningen (in aanbouw) en zonnepark Stadskanaal (dit park is in de voorbereidende fase). Als de stroomprijs laag is en de zon flink schijnt de komende jaren, dan kan de aanleg van deze drie parken wordt gesteund met maximaal ruim 200 miljoen euro aan subsidie.

Verder is een zonnepark in Delfzijl (maximaal 47 miljoen euro subsidie) in Duitse handen. Ook Nuon, onderdeel van het Zweedse Vattenfall, is initiator van twee zonneparken in de Eemshaven waar totaal maximaal tien miljoen euro subsidie mee is gemoeid.
 
Is het niet vreemd dat buitenlandse bedrijven profiteren van Nederlandse subsidies? Subsidies die uiteindelijk door de Nederlandse belastingbetaler worden opgehoest...

Subsidieregelingen mogen geen onderscheid maken in nationaliteit
Machiel Mulder - hoogleraar Regulering van energiemarkten

Concurrentie en de interne markt EU

Volgens Machiel Mulder, hoogleraar Regulering van de Energiemarkten aan de RUG, is hier niets mis mee. Hij verwijst naar EU-regelgeving. 'Subsidieregelingen mogen geen onderscheid maken in nationaliteit. Als dat wel zou mogen, zou er van de interne markt in de EU weinig overblijven.'
 
'Subsidies zijn niet zozeer voor een type bedrijf, maar voor het aanleggen van het zonnepark', vervolgt Mulder. 'Dus als een Chinees bedrijf een zonnepark met subsidie aanlegt, kun je niet zeggen dat de subsidies naar China gaan, maar naar de aanleg van een zonnepark, want dat is wat er voor terugkrijgen. Een Chinees bedrijf dat in Europa is gevestigd heeft dezelfde rechten als ieder ander bedrijf.'

Als je de markt beperkt tot bedrijven die uit Nederland afkomstig zijn, betaalt de consument en de belastingbetaler de rekening
Machiel Mulder - hoogleraar Regulering van Energiemarkten

Hogere kosten bij alleen Nederlandse bedrijven

Daar voegt Mulder nog een argument aan toe. 'Het zou onverstandig zijn om duurzaamheidssubsidies alleen aan Nederlandse bedrijven toe te kennen. Dat leidt namelijk tot hogere kosten. Als je de markt beperkt tot bedrijven die uit Nederland afkomstig zijn, betaalt de consument en de belastingbetaler de rekening. Want doordat er minder concurrentie is, stijgen de prijzen.' 

Volgens Mulder is subsidiëring van zonnepark-ontwikkelaars uiteindelijk in het belang van de belastingbetaler. 'De belastingbetaler is uiteindelijk ook energieconsument. Uiteindelijk is het ook in zijn belang dat er zoveel mogelijk duurzame energie voor zo laag mogelijke kosten krijgt.'
 
Jouke van Dijk, hoogleraar Regionale Arbeidsmarkt analyse aan de RUG, beaamt dit. Hij trekt daarbij de vergelijking met het openbaar vervoer. 'Dat wordt in Nederland ook gesubsidieerd. Een buitenlandse onderneming als Arriva heeft daar profijt van en maakt daar ook winst op.' We moeten er dus niet van op kijken dat dit bij zonneparken ook gebeurt, vindt Van Dijk.

Ervaring

Chint Solar is dus een van de buitenlandse bedrijven die zich in onder meer Nederland op zonne-energie richt. Diederik Apotheker, hoofd van de Nederlandse tak van het Chinese bedrijf, legt uit dat landen als China, Duitsland en Engeland veel verder zijn op het gebied van zonne-energie dan Nederland.
 
'Zo'n tachtig procent van de alle zonnepanelen wordt in China geproduceerd. De rest wordt voor een groot deel ergens anders geproduceerd, ook door Chinese bedrijven. Ook Duitsland is verder met zonne-energie. Dat komt doordat daar in de jaren negentig al subsidieregels voor zonne-energie werden opgetuigd.' Volgens de Chint Solar-directeur is dat ook de reden dat veel Nederlandse ontwikkelaars met Chinese of Duitse bedrijven samenwerken.

De ontwikkeling van zonneparken brengt allemaal kosten met zich mee, zonder dat je zeker weet dat het park er ook daadwerkelijk komt
Niek Tamminga - projectmanager bij Solarfields

Doorverkoop van zonneparken

Om te begrijpen waarom parken soms doorverkocht worden is het belangrijk om eerst te weten dat het ontwikkelen van zonneparken risico's met zich meebrengt. Niek Tamminga, projectmanager van Solarfields, legt dit als volgt uit. 'De ontwikkeling van een zonnepark moet namelijk volledig uit eigen zak worden betaald.'

Dat gaat dan bijvoorbeeld om bijvoorbeeld het ontwerp, inspraakavonden, haalbaarheidsstudies en het regelen van vergunningen. Tamminga: 'Dat brengt allemaal kosten met zich mee, zonder dat je zeker weet dat het park er ook daadwerkelijk komt. Je hebt dus geen zekerheid dat je die investeringen ook terug kunt verdienen. '

Want het kan zijn dat een plan niet haalbaar is, dat er geen vergunningen worden verleend of dat omwonenden tegen het park procederen, waardoor vertraging op treedt.

Als het park eenmaal gebouwd is en stroom opbrengt, dan duurt het vijftien jaar voordat je uit alle kosten bent en echt aan het park kunt verdienen. Om daar niet op te hoeven wachten en direct al opbrengsten van het park te hebben, kan een ontwikkelaar ervoor kiezen het park door te verkopen. 'Alle verwachte opbrengsten haal je dan naar voren, zodat je bijvoorbeeld weer andere projecten kunt ontwikkelen.' Dat is volgens Tamminga de reden dat sommigen hun park doorverkopen.
 
Tekst gaat verder onder foto

Afbeelding

Risicospreiding

Voor de kopende partij zit het voordeel in het feit dat er minder risico's resteren als de vergunning eenmaal is verleend of het park er staat. Volgens Apotheker is het voor een bedrijf als Chint Solar, dat over de hele wereld opereert, prettig om risico's die horen bij het ontwikkelen van een zonnepark niet alleen te dragen, maar te delen met lokale partijen, zoals Powerfield. 'Chint Solar produceert namelijk zelf zonnepanelen onder de naam Astronergy. 'Daardoor willen wij graag zonneparken bouwen, op het moment dat we weten dat een zonnepark op een bepaalde plek mogelijk is.'
 
Dat is precies de reden waarom Chint Solar projecten van Powerfield heeft gekocht. Om ze vervolgens na ongeveer twee jaar ook weer door te verkopen. 'Als het park er eenmaal staat en zo'n twee jaar in bedrijf is, dan zijn de kinderziektes eruit. Op dat moment is ook bijna al het risico uit zo'n park. Daardoor wordt zo'n park interessant voor investeerders die zonder al te veel risico voor ruim 20 jaar zeker willen zijn van rendement. Denk bijvoorbeeld aan pensioenfondsen.'
 
Zo is het zonnepark in Veendam, waar Chint Solar nog wel de beheerder van is, doorverkocht aan het Blue Elephant Energy, een Duits bedrijf dat geld van pensioenfondsen en particulieren investeert in Duurzame energie.

Wij hebben een Duitse partner die de zonneparken bouwt. Maar al het materieel dat daarvoor nodig is wordt lokaal gehuurd
Niek Tamminga - projectmanager Solarfields

Regio van belang

Hoewel het dus niet vreemd is dat buitenlandse bedrijven in Nederland zonneparken ontwikkelen of kopen en daardoor kunnen profiteren van Nederlandse subsidies, is het volgens Tamminga, niet zo dat het vooral buitenlandse bedrijven zijn die aan de SDE-subsidies verdienen. Ten eerste blijft, volgens Solarfields, de geproduceerde stroom op de Nederlandse markt. Ten tweede wordt ook samengewerkt met lokale bedrijven. 

Tamminga: 'Als je kijkt naar hoe wij het doen: wij werken samen met een Duitse partner die de zonneparken bouwt, dus het schroeven van de rekken en panelen, zeg maar. Maar al het materieel dat daarvoor nodig is wordt lokaal gehuurd. Voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark huren we een lokale deskundige in, en ook de beveiliging gebeurt door een lokaal beveiligingsbedrijf. Daarom denken wij dat onze parken ook goed zijn voor de economische ontwikkeling van de regio.'
 
Die aandacht voor de regionale economie moet volgens Van Dijk wel nadrukkelijk in het oog blijven bij de ontwikkeling van zonneparken, ook in de toekomst. 'De Europese aanbestedingen gaan wel ver. Ik voel ook wel dat het voor de regio beter is als het geld daar blijft circuleren, maar dit gaat om investeringen waarbij er ook buitenlands geld naar onze regio komt.'

Lees ook:

- Alles over de zonneparken in onze provincie

Deel dit artikel:

Recent nieuws