Column: Weggeefkinderen

Ik zie de vrouw nog staan in de grote hal. Een dik pak papier in haar hand. Ze gaf me een hand en overhandigde de stapel met papieren. Haar blik was er eentje die ik niet goed kon plaatsen. 'Je mag het lezen, maar begrijp dat dit juridisch gevoelig materiaal is…'

Dat zinnetje schiet me nog vaak door het hoofd. Deze week nog toen ik mijn driedaags rondje teletekst maakte. 

Dat dikke pak papier dat ik van de vrouw kreeg, was mijn dossier. Mijn dossier van de Kinderbescherming. Ik zou hier beter schrijven: ons dossier. Want in de stapel papieren staat beschreven hoe mijn tweelingbroer en ik bij onze biologische moeder zijn weggerukt. 

Op 16 mei 1967 meteen na de geboorte werden mijn broer en ik zonder moeder van het Academisch Ziekenhuis overgebracht naar Stichting Toevluchtsoord aan het Martinikerkhof in Groningen, het tehuis voor meisjes, vrouwen en afgestane baby's.

Onze biologische moeder zwichtte voor de druk van haar ouders tezamen met die van de Kinderbescherming. De druk om de schande van het gevolg van een buitenechtelijke relatie weg te poetsen. 

In het dossier over deze ingrijpende speling van het lot staat heel veel, maar ook heel veel niet. Namen die zijn doorgekrast. Passages die missen. Opvallend is dat er in dat pak papier een zin, ja slechts één zin, wordt gewijd aan de scheiding van de twee rooie broertjes.

Mijn moeder was weliswaar onder de druk bezweken om ons af te staan, maar had bedongen dat de tweeling altijd bij elkaar moest blijven. In het dossier staat die ene zin waarin staat dat de commissie die over de adoptiekinderen ging op dringend advies van psycholoog C. van het Academisch Ziekenhuis Groningen besloten had de tweeling uit elkaar te halen.

Dat was het. Eerder en later wordt er in al die papieren niet meer op teruggekomen. Het begin van mijn leven en dat van mijn broer. Het begin van een wonderbaarlijke levensgeschiedenis. 

'Wat heeft dat met jou zelf gedaan?' vroeg enkele weken geleden een vrouw toen ik er over verhaalde bij een lezing in een kerk. Die vraag had ik wel eens vaker gehad maar op een of andere manier kwam die nu ineens binnen. Ik antwoordde naar waarheid dat ik het niet wist. Maar dat het ongetwijfeld impact op mijn leven heeft gehad. 

En dat is natuurlijk ook zo. In het eerste half jaar van het leven krijgt een kind alles mee van zijn moeder. Mensenbaby's zijn in het eerste jaar de meest hulpeloze baby's van het dierenrijk. Ze zijn totaal afhankelijk van de moeder. Liefde, aanraking, hechting, veiligheid, geborgenheid, troost en de natuurlijke voeding.

Wat heeft dat voor invloed op de rest van je leven als dat in het eerste half jaar wordt afgepakt? Om een voorbeeld te noemen: als pasgeboren baby's vaak bij de moeder op de blote borst liggen, blijken ze gezonder, ademen ze rustiger, verloopt de groei van hun hersenen beter en gaat de motorische ontwikkeling sneller.
 
Ik heb de moederbasis van het leven moeten ontberen. Daarna werd mijn eeneiige tweelingbroer ook nog bij mij weggerukt, en andersom natuurlijk. Dat heeft invloed op een mens. Daar hoef je geen psychologie voor gestudeerd te hebben.

Van de week las ik op teletekst dat een groep van tien mensen die als baby in de jaren '50, '60 en '70 onder druk zijn afgestaan de Staat aansprakelijk gaan stellen. Ze slepen de Staat voor de rechter om wat de Kinderbescherming hen destijds voor leed heeft berokkend.  

Die mensen, die zich 'weggeefkinderen' noemen, hebben natuurlijk alle gelijk van de wereld. Ik hoor nu al het zinnetje van de verdediging: 'Je moet het zien in de tijdgeest waarin het gebeurde.' Nou die tijdgeest was om rijke familie-imago's hoog te houden, om schandes weg te poetsen.

En de Kinderbescherming - let op het woord 'bescherming' - liet zich daarvoor lenen. Sterker: Die werkte er naar hartelust aan mee. Dat is pas een schande. In mijn geval gooiden ze er als zogenaamde 'kinderbeschermer' nog een schepje bovenop door mijn broer en ik uit elkaar te rukken. 

Wij hadden het geluk dat we bij de allerbeste vaders en moeders terecht kwamen die je maar kan verzinnen. Wij hebben het geluk op een mooi leven. Maar dat is niet voor elk adoptiekind weggelegd. 

Door het teletekstberichtje komt weer dat zinnetje naar boven: 'Je begrijpt dat dit juridisch gevoelig materiaal is…', en de blik van de vrouw van de Kinderbescherming. Ik denk dat de kans groot is dat die rechtszaak tegen de Staat gewonnen gaat worden. 

Waar we het nog niet over gehad hebben zijn de biologische moeders. Jonge moeders die afstand moesten doen van hun zoon of dochter - en in ons geval haar rooie tweeling - onder een immense druk van familie en vreemden. 

Wat doet dat met een mens? Wat doet dat met een moeder? 

Iedereen met gezond verstand kan zich daar een voorstelling bij maken. Iedereen werkte niet bij de Kinderbescherming.

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns WINSCHOTEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws