'Jongste piloot' uit Veendam in Amerika klaargestoomd voor de F-35

Nog niet zo lang geleden zat hij in de schoolbanken van SG Winkler Prins in Veendam, maar nu vliegt hij sneller dan het geluid boven Amerika. Dit is het verhaal van de 23-jarige Marc, een verhaal over een droom die uitkomt.

In 2012 maakte ik een filmpje over Marc, omdat hij destijds met zijn 16 jaar de jongste piloot van Nederland was. Ik filmde hem op en boven Groningen Airport Eelde. 

Om het brevet te halen, had Marc één keer in de maand vliegles gehad. Die lessen betaalde hij voor een deel zelf met het geld dat hij met een baantje verdiende. Zijn ouders sprongen ook bij.

Droom

Veel lessen had Marc niet nodig, want het vliegen zat hem in het bloed. In het filmpje vertelt de jonge piloot, nog maar net puber-af, dat het zijn grote droom is om jachtvlieger te worden.

Nu, zeven jaar later, blijkt dat hij hard gewerkt heeft om die droom waar te maken. Marc doorliep het vwo op scholengemeenschap Winkler Prins in Veendam vlotjes. Volgens zijn vader was het een serieuze jongen die goed met zijn studie bezig was, al had hij ook zo nu en dan 'net als iedere jongen een schop onder de kont nodig.'

Geselecteerd

Hij ging naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda en werd vervolgens geselecteerd om tot jachtvlieger te worden opgeleid. Dat beroep is ook de reden dat Marc in dit artikel alleen bij zijn voornaam wordt genoemd; het is voor mogelijke ontwikkelingen in de toekomst beter dat hij niet goed traceerbaar is.

Marc ontvangt zijn bul op de Koninklijke Militaire Academie (Foto: Steven Radersma/RTV Noord)

Afbeelding

 
Door de jaren heen hebben we via Facebook contact gehouden. Soms een hele tijd niet, soms wat vaker. Hij liet me weten dat hij door de strenge selectie was gekomen en naar de Verenigde Staten ging om de opleiding tot piloot te volgen. Inmiddels heeft hij niet alleen zijn wings gehaald, maar is hij zelf ook instructeur geworden.

Doorzetten en een beetje geluk

Op een avond begin november spreek ik hem over zijn geslaagde plan om vlieger te worden en over de (veelbelovende) toekomst. We doen dat beide met een grote steak voor onze neus, geflankeerd door een groot bord friet, bedekt met bacon and cheese. De locatie: een vestiging van Texas Roadhouse in Wichita Falls, Texas, Verenigde Staten.
 
Inderdaad, ik ben naar Texas afgereisd om het verhaal van zeven jaar geleden een vervolg te geven. Een verhaal over doorzetten en een beetje geluk hebben.
 
Marc pikt me op in het hotel waar ik verblijf. Zijn voertuig: een zwarte getunede Ford Mustang met, volgens Marc, 'ongeveer 400 pk onder de motorkap.'

Eindeloze uitgestrektheid

Dat past wel bij deze jongen, pardon, man, die nog duidelijk herkenbaar dezelfde Marc is maar vanzelfsprekend wel een stuk groter en volwassener is dan in 2012. Hij is nog steeds bezeten van snelheid en vliegen.

Behendig stuurt hij de grommende auto door de donkere avond in Wichita Falls, op weg naar de steak. 'Achterwielaandrijving', meldt Marc. 'Dus voorzichtig bij het optrekken, vooral als het nat of glad is.'
 
Daar, in de Texas Roadhouse dus, vertelt hij over zijn tijd op de KMA en over nog veel meer. Over heimwee, vliegen en de eindeloze uitgestrektheid van Texas. En over de F-35.

Instelling

'Eigenlijk was ik een beetje bang dat ik op de KMA niet geselecteerd zou worden om jachtvlieger te worden', blikt Marc terug. 'Het is afhankelijk van hoeveel plaatsen er zijn. Het jaar vóór mij gingen ze allemaal naar de opleiding voor helikopterpiloot. Ook mooi, maar ik wilde jachtvlieger worden.'
 
Maar Marc ('zeg maar luitenant Marc') gaat dus wel door naar de felbegeerde opleiding. Marc: 'Waar ze bij de selectie op letten? Ik weet het niet precies. Ze letten volgens mij ook op wat voor persoon je bent, je instelling.
 
Die opleiding volgt hij in Wichita Falls, een stad van ruim 100.000 inwoners in het noorden van Texas, ongeveer twee uur rijden vanaf Dallas.

De weg van Dallas naar het noorden voert door eindeloze, lege, woeste streken, met slechts hier en daar bebouwing. In het luchtruim cirkelen roofvogels, langs de weg ligt hier en daar een roadkill. Een ideaal gebied om te oefenen met straaljagers.

Het echte werk

Dat is dus ook wat ze doen op de “Sheppard Airforce Base' in Wichita Falls. Gemiddeld zo'n 150 tot 200 jonge mensen worden hier klaargestoomd voor het echte werk. Om te beginnen mogen ze in een T6 stappen. Dat is weliswaar geen straalvliegtuig, het heeft een propeller, maar evenzogoed gaat dit toestel al heel snel. Zeker als je het vergelijkt met een Cessna. Na een half jaar maken de piloten een overstap naar de T-38.
 
Dat is een supersonische straaljager, die dus sneller kan vliegen dan het geluid. Marc is inmiddels ook instructeur op dit toestel. Hij leidt mensen op uit heel Europa, maar ook uit de VS.

Vliegende computer

Het uiteindelijke doel is bijna bereikt. Over anderhalf jaar wordt Marc opgeleid tot piloot van de F-35, de vervanger van de F16. Onlangs landde het eerste Nederlandse exemplaar op de luchtmachtbasis in Leeuwarden. Die F-35 is het neusje van de zalm. 113 miljoen euro per stuk. Een vliegende computer, wordt het toestel wel genoemd.

 
Vóór Marc in Phoenix, Arizona, wordt opgeleid voor de F-35, geeft hij nog een tijdje les op de Sheppard Airforce Base. Niet te vergelijken met een vliegveld als Groningen Airport Eelde. Alles op de vliegbasis is groot, het is tenslotte in Amerika. Het vliegveld strekt zich eindeloos uit. 'Dagelijks zijn hier ongeveer 10.000 mensen aan het werk', zegt Marc. 'Dat zijn natuurlijk niet allemaal vliegers, er is ook veel onderhoudspersoneel.' 

Hij leidt mij een groot gebouw in, opgetrokken uit rode steen met binnenin een wirwar aan gangen. Overal in het gebouw is kunstlicht, want er zijn geen ramen. Marc: 'Dit is veertig jaar geleden gebouwd, dat vonden ze toen niet nodig.'

Van leerling naar leraar

In de gangen hangen veel foto's van illustere voorgangers van de piloten. De boomlange Marc, zijn voeten gestoken in degelijke pilotenkisten, beent met grote stappen door het complex, op weg naar zijn eigen bureau. Dat gebruikt hij onder meer voor het 'briefen' van leerling-piloten die hij onder zijn hoede heeft.

Buiten, onder speciale shields, staan de lestoestellen klaar. De piloten krijgen aan een speciale desk een kist toegewezen en worden bijgepraat over eventuele bijzonderheden.

Marc maakt zich klaar voor de vlucht: Hij hijst zich in een speciaal drukpak, dat moet voorkomen dat het bloed uit hun hoofd wegtrekt. Onderweg krijgen ze te maken met krachten van 3 á 4 G. Oftewel: 3 á 4 keer hun eigen gewicht. Daarna trekt hij een soort harnas aan, waarmee hij zich aan de schietstoel kan koppelen. Een helm met vizier completeert de uitrusting.

Vertrek

Dan gaat het richting het platform waar ongeveer 140 straaljagers zijn gestationeerd. De piloten worden daar in een busje naartoe gebracht.
 

 
Marc en zijn student zijn nu dus airborne en vliegen boven Texas. Dit zijn beelden die Marc zelf maakte vanuit de cockpit.
 

 
Het is Marc dus gelukt: hij is een piloot die vliegt in een straaljager die sneller kan dat het geluid. En over anderhalf jaar begint zijn opleiding om ook de F-35 te mogen vliegen, veel geavanceerder dan de T-38. Er is een groot verschil tussen de twee: de T-38 is een toestel om het vliegen te oefenen, de F-35 is een echte gevechtsmachine, een wapenplatform. Hoe vindt Marc het eigenlijk om daar straks in te gaan vliegen?
 

 
De Nederlandse luchtmacht heeft 46 van deze F-35's aangeschaft, waarvan de eerste inmiddels in Leeuwarden is gestationeerd. Eén daarvan wordt straks gevlogen door een jongen uit Veendam, die zijn droom heeft waargemaakt.

Meer over dit onderwerp:
Groningen
Deel dit artikel:

Recent nieuws