Scheepsbouwers werken aan plan voor noordelijke robotwerf

Robots als scheepsbouwers. De noordelijke scheepsbouwsector denkt serieus na over de opzet van een gezamenlijke productiefaciliteit waar robots scheepsonderdelen gaan fabriceren. De werven willen er kosten mee drukken en beter kunnen concurreren.

Het idee voor de gezamenlijke 'robotwerf' werd donderdag uit de doeken gedaan op een bijeenkomst van Netherlands Maritime Technology, de brancheorganisatie van scheepsbouwers in het Van der Valk Hotel in Hoogkerk.

De nieuwe productiefaciliteit is een uitwerking van een plan dat begin dit jaar werd geopperd door de Groninger Maritime Board, opgericht om de Gronings-Friese scheepsbouw gezond en overeind te houden.

In de nieuwe fabriek worden kleinere, losse staaldelen zoals platen en profielen op een robotlijn in elkaar gezet tot grotere scheepsonderdelen, in scheepsbouwtermen micro-panelen geheten. Een wat misleidende term, want het gaat veelal om forse staaldelen, van meerdere meters lang en breed.

Legoblokken

De 'Lego-delen' gaan naar de werf die ze assembleert tot een schip. Die robotisering en automatisering van de scheepsbouwproductie is hard nodig om te moderniseren en om de kosten te drukken van de scheepsbouw. Maar voor een werf alleen is zo'n robotstraat een te grote investering. Samen kunnen de werven het wel betalen.

Maar zelfs dan blijft het veel geld en de werven zullen daarom ook aankloppen bij de overheid. Met een schuin oog wordt al gekeken naar het Nationaal Programma Groningen dat een miljard beschikbaar heeft voor stimulering van de regio.

Waar de productie gaat gebeuren is een volgende vraag. Volgens Guus van de Bles, directeur ontwikkeling bij scheepsontwerpbureau Conoship is een nieuwe locatie een serieuze optie, los van één bepaalde werf en logistiek handig gelegen.

Meedenken

Alle grote werven in de regio; Royal Bodewes en Ferus Smit in Hoogezand, Niestern Sander in Delfzijl en Thecla Bodewes Shipyards in onder meer Stroobos denken mee over het robotplan. Al is de bereidheid bij de een wel sterker dan bij de ander. Ferus Smit en Royal Bodewes bijvoorbeeld lieten eerder weten dat samenwerken wat hen betreft niet onmiddellijk bovenaan hun lijst staat.

Je moet niet je buurman willen beconcurreren, maar de rest van de wereld
Harry Doze - maritiem consultant

Maar dat verandert, stelt Van der Bles van Conoship. 'Op bijeenkomsten waar we het erover hebben, zijn ze er allemaal', zegt hij. 'Dat is een heel goed signaal.' Daar heeft de marktsituatie zeker mee te maken, want het kan de komende jaren wel eens erop of eronder zijn voor de noordelijke scheepsbouwsector.

Twee voor twaalf

De klok staat niet eens op vijf voor, maar eerder op twee voor twaalf, vond een van de aanwezigen. Werven in Azië, met name in China, leveren goedkopere schepen en ook Duitse, Spaanse of Noorse scheepsbouwers beconcurreren de werven hier fel, niet zelden geholpen door hun overheid.

De financiële positie van de werven is op dit moment overigens niet slecht en het orderboek is met zo'n dertig schepen in aanbouw ook op orde. Maar de winstgevendheid is laag, wat de sector zeer kwetsbaar maakt. Bovendien zijn productiemethoden verouderd. Waar in Azië en ook Oost-Europa lasrobots gemeengoed zijn, worden schepen hier nog altijd vrijwel volledig met de hand in elkaar gezet.

Slimmer schepen bouwen

Van der Bles deed samen met maritiem onderzoeker Harry Doze van het bureau Marstrat in opdracht van de provincie Groningen een studie naar verbetering van de concurrentiepositie van de noordelijke maritieme sector. Die bestaat uit een handvol werven, enkele tientallen toeleverende bedrijven en zo'n veertig reders die samen rond de vierhonderd schepen in de vaart houden.

De gezamenlijke robotlijn is het meest in het oog springende onderdeel in de studie van Van der Bles en Doze. 'In de rest van de wereld kunnen ze dit al, wij denken dat het nog slimmer kan', zei Van der Bles. Maar een robotstraat alleen is niet voldoende, voegde hij er aan toe.

Dertig procent besparen

Wanneer de werven willen moderniseren dan moet het hele proces van ontwerp tot assemblage beter op elkaar worden afgestemd. Doen de werven dat goed, dan kan slimmer schepen bouwen een besparing opleveren van zo'n dertig procent op de bouwkosten van een schip.

'Het gaat er niet om dat je hier je buurman beconcurreert, maar dat je met de rest van de wereld kunt concurreren', vatte Doze samen.

Om de werven verder te steunen zou er een investeringsfonds voor de (voor)financiering van de bouw van schepen moeten komen. Want het beschikbaar kapitaal van banken hiervoor is de afgelopen tien jaar gehalveerd.

Via het fonds NESEC, kunnen reders worden geholpen de koop van schepen te financieren. Aan de opzet van dat fonds van 250 miljoen euro wordt al meer dan anderhalf jaar gewerkt. Het zou begin 2020 beschikbaar moeten zijn.

Deel dit artikel:

Recent nieuws