Instellingen

1910: Het begin van de luchtvaart in Groningen

© R. H. Herwig/Groninger Archieven
Minder passagiers, minder vluchten, meer verlies en een ontslagen directeur. Het was een slecht jaar voor Groningen Airport Eelde. En dat terwijl het meer dan honderd jaar geleden zo mooi begon met de luchtvaart in Groningen.
Het had zelfs niet veel gescheeld of Groningen had een eigen vliegtuigfabriek gehad.

De eerste vlucht in Groningen

Het publiek was in groten getale op komen dagen maar hun geduld werd aardig op de proef gesteld. Pas tegen de avond ging de wind liggen en werd de 'vliegmachien', een Blériot-monoplane, uit de geïmproviseerde hangar gereden en gereedgemaakt voor de vlucht.
'De Antwerpse Duivel' Jan Olieslagers klom aan boord en zijn mecaniciens startten de motor en om kwart voor zeven kwam het toestel, onder luid gejuich, van de grond.
Ansichtkaart Souvenir vliegweek Groningen 10 t/m 14 augustus (Helpman) Vliegweek 1910 Foto:Groninger Archieven
Olieslagers steeg op tot ongeveer twintig meter hoogte, vloog richting Haren, kwam weer terug en zweefde geruime tijd boven het veld. Na de landing van de vlucht die ruim een half uur duurde werd de 'koenen vlieger' op de schouders gehesen en rondgedragen. Op 11 augustus 1910 was ook in Groningen het tijdperk van de luchtvaart begonnen.
Jan Olieslagers met een Blériot-eendekker voor de start. Foto:P.B. Kramer/ Groninger Archieven

Niet achterblijven

In 1903 werd in Amerika voor het eerst gevlogen door de gebroeders Wright. Louis Bleriot stak in 1909 over het kanaal tussen Engeland en Frankrijk over en in hetzelfde jaar werd er voor het eerst in Nederland gevlogen. Overal in Nederland werden in de zomer van 1910 vliegdemonstraties georganiseerd.
Net als nu was al snel de teneur: 'Groningen kan en moet niet achterblijven'. Dus werd er een comité opgericht, er werden aandelen uitgegeven en een vliegterrein gezocht. Alles werd in gereedheid gebracht voor 'De Vliegweek in Helpman'.

De eerste vliegweek te Helpman

Die vond dus plaats van 10 tot 14 augustus 1910. Nu is Helpman een buitenwijk van de Stad, maar toen was nog een dorpje ten zuiden van Groningen. Aan de Savornin Lohmanlaan ligt tegenwoordig een complex tennisbanen. Maar honderd jaar geleden was hier 'de uitspanning Vorenkamp', een boerderijtje met een theeschenkerij. Voor de toenmalige Stadjers een populaire wandelbestemming.
De weilanden werden geëgaliseerd, de sloten afgedekt met planken en er werd een hangar gebouwd. Vliegeniers waren er in Nederland nog nauwelijks. Maar een lid van het organiserende comité was de uit België afkomstige biljartfabrikant Emile de Schepper en via hem werd de beroemde aviateur Jan Olieslagers uit Antwerpen gecontracteerd. Olieslagers had naam gemaakt met races met een andere noviteit, de motorfiets, en werd daarom 'De Antwerpse Duivel' genoemd.

Groen licht

Olieslagers kwam enkele dagen te voren naar Stad om het veld te inspecteren en hij gaf het groene licht om zijn vliegtuig per trein naar Groningen te brengen. Na aankomst zette hij met zijn broers, die als mecanicien waren meegekomen, het vliegtuig in elkaar. Daarna was het de hele dag wachten tot de wind ging liggen, tot Olieslagers uiteindelijk opsteeg voor een vlucht van een half uur.
De volgende twee dagen werd er niet gevlogen vanwege het slechte weer, maar op de veertiende maakte hij alles weer goed door tot een hoogte van zeshonderd meter te stijgen, zodat allen hem goed konden volgen. Bij zijn terugkeer werd hij uitbundig gehuldigd en vanaf dat moment begon een ware zegetocht langs Nederlandse steden waar ook vliegdemonstraties werden georganiseerd.
Jan Olieslagers met een Blériot-eendekker vliegend boven Helpman. Foto:Groninger Archieven

Vliegweek Veendam

De eerste vliegweek in Helpman was een groot succes. Er waren zo'n tienduizend tot dertienduizend bezoekers die vijftig cent voor een staanplaats of één gulden voor een plekje op de tribune betaalden. Maar niet alleen in de Stad Groningen sloeg de vliegkoorts toe.
Ook in de andere plaatsen in de provincie werden pogingen gedaan om een vliegdemonstratie te organiseren. In Winschoten mislukte dat, maar in Veendam kwam de Franse 'aviateur' Chailley zijn kunsten vertonen.
Leunende tegen het toestel monsieur Chailley, links van de aviateur de heer Willem Woldering, geheel links op de foto enige commissieleden, een monteur en een marechaussée. Foto:R. H. Herwig/ Groninger Archieven

Vliegweek in Helpman, 1911

Het succes van de eerste vliegweek vroeg uiteraard om een vervolg. En in juni 1911 werd er weer een vliegweek georganiseerd. Er kwamen minder mensen kijken maar er was wel een andere primeur. De eerste vrouwelijke piloot, de Belgische Hélene Dutrieu kwam haar vliegkunsten demonsteren samen met de Franse luchtvaartpionier Georges Legagneux.
Helène Dutrieu op haar Biplan. Foto:Groninger Archieven
Het weer zat dat jaar niet mee en veel vliegdemonstraties moesten worden afgelast wegens wind en regen. De tweede vliegweek was dan ook een minder groot succes. De broer van Jan Olieslagers, Max, was ondertussen gepromoveerd van monteur tot piloot en gaf in de zomer van 1911 een vliegdemonstratie in Winschoten.
De tweedekker van mejuffrouw Dutrieu. klaar om op te stijgen. Foto:Groninger Archieven

De Groninger luchtvaartindustrie

De demonstraties in 1910 en 1911 leiden tot verschillende initiatieven om een Groninger vliegtuigindustrie van de grond te krijgen.Een stukadoor uit Veendam, Willem Reinders, bouwde in 1911 een vliegtuig, maar had geen geld om een motor te kopen. Daarom ging hij voor vijftien cent entree zijn toestel tentoonstellen.
De belangstelling was groot en Reinders kon een motor kopen. In de zomer van 1911 werd het toestel naar het Drentse Zeijen (tussen Norg en Vries) gebracht waar de Groninger luchtvaartliefhebbers een vliegveldje hadden ingericht. Maar gevlogen heeft het toestel van Reinders nooit. Er was altijd weer een probleem waardoor de vlucht moest worden afgelast. Vermoedelijk kon of durfde Reinders niet te vliegen.
Hubert Hagens (l.) en Emile de Schepper voor hun vliegtuig Helpman 1. Foto:Groninger Archieven
Op het vliegveldje van Zeijen was nog een groepje Groningers neergestreken. Zij hadden meer succes. De Helpman 1 van De Schepper en Hagens maakte in de zomer van 1911 meerdere vluchten. Emile de Schepper jr., zoon van de biljartfabrikant uit Helpman die Jan Olieslagers naar Groningen had gehaald, bouwde samen met Hubert Hagens, een van de monteurs van Olieslagers, een vliegtuig in zijn vaders biljartfabriek.
Begin 1911 was de Helpman 1 klaar. Hij werd tentoongesteld in de rijwielschool van Fongers aan de Hereweg en in de zomer werd er mee gevlogen in Zeijen. Dat vliegen bleek moeilijker dan gedacht dus werd de meer ervaren aviateur Adriaan Mulder ingehuurd. Volgens hem vloog de Helpman 1 uitstekend. Maar het lukte niet om financiers te vinden om de productie van toestellen te starten.

Neergestort

Jan Evert Scholten, de aardappelmeelfabrikant met de diepste portemonnee van Groningen en een fijne neus voor zakelijke kansen zag er niets in. Volgens hem 'was Nederland te klein voor een eigen luchtvaartindustrie' en zo ging de droom van een eigen Groninger luchtvaartindustrie in rook op.
Tijdens een vliegdemonstratie in Wassenaar, eind 1911 stortte de Helpman 1 neer en raakte Mulder zwaar gewond. Het toestel was compleet vernield en zo kwam er een einde aan de pionierstijd van de Groninger luchtvaart. Maar jaren na dato zongen de kinderen tijdens het touwtje springen nog het lied van Jan Olieslagers: 'Als Olieslagers dood is, dan krijgen we misschien, de helleft van zijn centen, en een ouwe vliegmasjien...'
Vliegveld Zeijen in de zomer van 1911 met de Helpman 1 met helemaal rechts op de foto stukadoor Willem Reinders uit Veendam. Foto:Groninger Archieven