Column: Acht haringen en de jenever van opa Jampie

'Wat is datten?' De man die het zegt heeft een dikke bos wit haar en een bruin gezicht. In zijn bruin leren jasje en spijkerbroek kijkt hij verbaasd over zijn winkelkar het gangpad in.

Het is derde Kerstdag. Een vrouw in blauwe stofjas en met bril is vakken aan het vullen. Het zijn de vakken met de niet-supermarktspullen als gereedschapskisten, twaalf paar witte stokken en luxe steengrillen. De laatste zijn in de aanbieding. De vrouw hoort de stem van de man.

Ze kijkt ook waar hij heen kijkt. 'Nou mijnheer, dat zijn geurstokjes', En ze wil ze ook al voor hem pakken. 'Nee hor', zegt de oude man met luide stem. 'Dat is mien klaaindochter. Kiek, doar komt ze aan..' Achter een winkelkar komt een mooi meisje met krullen aangewandeld en zet haar barstensvolle kar voor die van haar opa. 

'Moi opa eem op boodschap?' en ze kijkt hem in de kar. Een pakje roggebrood, roomboter, plakken oude kaas, een pak melk. En….acht zoute haringen. 

Opa kijkt met haar mee in zijn eigen kar en zegt:  'Wie mouten t nije joar natuurlek wel goud begunnen…' Opa is opa Jampie. Misschien kent u hem wel. Je komt hem overal tegen. Op de markt bij de nootjesman, op het bankje bij de bushalte voor het park of bij de visboer op de hoek. En altijd vergezeld van zijn fiets. 

Het verhaal wil dat opa Jampie altijd op de fiets is omdat het lopen niet meer wil zoals hij wil. En daarom neemt hij in de supermarkt ook altijd een grote kar en geen klein mandje voor die handvol boodschappen. Opa wil 'geen woord hebben' dat ie niet meer zo goed ter been is. 
Een rollator is wel het aller allerlaatste waar opa Jampie mee gezien wil worden. 

Zijn kleindochter Roos moet lachen om de Nieuwjaarsboodschappen van haar opa. Ze weet wel dat ie week in, week uit altijd hetzelfde koopt. En altijd acht zoute haringen. Voor elke dag in de week eentje. 

Nu zou je wel denken: dit klopt niet. Er zitten maar zeven dagen in een week. Nou dat vindt opa Jampie nou ook. Elke keer als hij bij het meisje van de kassa komt, orakelt opa met luide stem dat het hoog tijd wordt dat de haringen niet in duo- maar in eenvisverpakking verkocht moet worden, zodat hij eindelijk eens precies voor de hele week haring kan kopen.
 
Elke morgen bij het ontbijt pakt opa Jampie 'ain heern bie t steert' en die ene die overblijft - de achtste haring dus - snijdt ie op zondagmorgen in stukjes op roggebrood. Want dat is voor hem de ideale combinatie met zijn elfuurtje, zijn zondagochtendglas jonge jenever. 

Opa Jampie spuugt er niet in want net als haring krijgt hij elke dag n 'klokje', elke dag een glaasje jenever. Althans dat denkt Oma Jantje, dat hij er maar een op een dag krijgt. Die dagelijkse combinatie van haring en jenever is een goeie en gezonde, zo blijkt, want opa Jampie is al 96 jaar. 96 en-een-half om precies te zijn. En nog zo scherp als een vismes.

'Wat is datten?' Opa Jampie kijkt even later weer over zijn winkelkar de supermarkt in. 'Komt er nu nog een kleindochter aan?' vraagt de vrouw met bril en blauwe stofjas. 'Nee man', roept Opa Jampie. 'Mou' je kieken wat doar gebeurd is…' . Verder op in het gangpad bij het brood ligt een vrouw op de grond. Haar been zit vast onder een scootmobiel.  

De vrouw is aangereden door een man. Die had bij het afremmen van zijn scootmobiel in plaats van op de rem op het gaspedaal getrapt. En zo de vrouw pardoes ondersteboven gereden. Met de nodige commotie tot gevolg. 

De vrouw van de supermarkt laat alle spullen uit haar handen vallen en loopt naar het ongeluk bij het brood.'Loat mor liggen, zie gaait vanzulf dood', roept opa Jampie haar nog na. 

Opa Jampie heeft een hekel aan de vrouw die op de grond ligt, Hij kent haar uit de tijd dat hij nog rijinstructeur was. In zijn bruin leren jas zat opa Jampie dan naast de bestuurder om rijles te geven. Je kent het wel. Aan de kant van de bijrijder is een extra koppeling en een extra rem gemonteerd. En voor het zicht van de rijinstructeur ook nog een extra achteruitkijkspiegel. 

De vrouw op de grond had bij rijles nooit naar hem willen luisteren. Bij de hellingproef op de Stationsstraat had hij haar heel duidelijk verteld dat ze een heel klein beetje gas moest geven en de koppeling heel langzaam op moest laten komen. De vrouw had een enorme straal gas gegeven en de koppeling meteen losgelaten.  

Voordat opa Jampie ingrijpen kon, hadden ze met auto en al in het stationsgebouw gestaan. En opa Jampie had er de schuld van gekregen. 

Op z'n 96e rijdt opa Jampie zelf al lang geen auto meer. Hij heeft zijn rijbewijs persoonlijk op het gemeentehuis ingeleverd. Dat getuigt van zelfkennis, want opa Jampie weet precies hoeveel borrels hij op een dag krijgt. Oma Jantje rijdt daarentegen nog wel. In haar glimmend rooie Simca gaat ze overal nog heen. Opa Jampie ernaast. 

Dat Opa Jampie ooit rijles had gegeven, kon je nog heel goed zien in de rooie Simca. Naast de achteruitkijkspiegel had opa Jampie een extra spiegeltje gemonteerd zodat hij met oma Jantje kon meerijden en meekijken. Hij had er ook nog een extra koppeling en rem in laten zetten. Maar die moesten er onmiddellijk weer uit, want anders dreigde Oma Jantje scheiding aan te vragen.  

Op z'n oude dag verrichtte opa Jampie ook nog een heldendaad. Hij was net van de visboer bij de Spar gekomen. Op het spoor bij de melkfabriek stond een vrouw in een scootmobiel. 

Ze kon niet meer voor of achteruit omdat haar accu het had begeven.

De vrouw kon niet lopen en kon dus ook niet meer wegkomen. Daar had ze gestaan midden op de rails, terwijl de trein in de verte aan kwam stormen. Opa Jampie was van de fiets gestapt en had haar zo snel hij kon van het spoor geduwd. Een jongen op een scooter reed er net langs en maakte een foto met zijn telefoon, die hij op Facebook postte. 

'Wat is datten?' Kleindochter Roos weet niet wat ze ziet als ze de foto van Opa Jampie op Facebook voorbij ziet komen. Zie pakt meteen de telefoon en belt Opa. 'Moi Opa wat heb ik nou heurt. Ie binnen ja n held. Hou haar je dat wel?' Het wordt stil aan de andere kant. 'Tja',  zegt ie dan…..

'Ik wol aiglieks gewoon deurrieden mor zie bood mie n kan jenever. Tja, dat kon'k toch echt nait waaigern…..(Ik wou eigenlijk gewoon doorrijden maar ze bood me een fles jenever. Tja, dat kon ik toch echt niet weigeren -EH)  

Dat van die jenever is helemaal niet waar. Opa Jampie was ondanks dat ie nog amper lopen kon, meteen van zijn fiets gesprongen om de doodsbange vrouw voor de aanstormende trein te redden.

Hij wil - net als bij zijn slechte lopen - 'geen woord hebben'' dat hij eigenlijk een heel goed en klein hartje heeft.  Want zo is opa Jampie. Al dik 96 jaar. 

Erik Hulsegge

Ik wens u alvast een heel goed en gezond 2020. Om in termen van opa Jampie te blijven: 
Veul heerns en jenever!

Meer over dit onderwerp:
columns WINSCHOTEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws