Column: De zonderlinge schaatser die de Noorder Rondritten en de Oldambtrit won

Een tijdje terug reed ik in het pikkedonker op Tjuchem aan. Net voorbij de gaslocatie moest ik ineens aan hem denken. Zullen ze hem in het dorp wel kennen? En meteen daarna sloeg me de schrik om het hart. Zou hij nog wel leven?

De man waar ik aan dacht, is Piet Kruger. Ik ken Piet Kruger van mijn broer waar hij regelmatig op de boerderij even kwam buurten, 'eem kwedeln' over van alles. Piet woonde in Huizinge, tussen Eemshavenweg en Middelstum. Vroeger, in de jaren vijftig van de vorige eeuw, was Piet een begenadigd schaatser, misschien wel de beste Groninger schaatser ooit.  

Piet is de enige Groninger schaatser die zowel de Noorder Rondritten als de Oldambtrit won. Dat Piet beter was dan Jan Uitham daar valt natuurlijk over te twisten. Maar dat Piet de meest zonderlinge schaatser van Groningen was, staat buiten kijf. 

Piet was metselaar van beroep. Op zijn veertigste stopte hij van de ene op de andere dag met werken. Piet vond dat hij te weinig loon in het zakje kreeg, maar zijn baas wilde van niks weten. Op dat moment besloot Piet nooit meer voor een baas te gaan werken. 

Piet reed immer in een grijze Mercedes. Zelf sprak hij nooit over de Mercedes maar over 'De Ster'. Toen hij De Ster kocht, zette hij een plastic zak met geld op de balie van de garage en zei: 'Zo hier ist wel mit betoald'. 

Piet zag je nooit zonder pet. Hij ging ermee naar bed werd er gezegd. Dat Piet altijd een pet op had, was omdat ie geen haar had. En dat deed minder pijn met pet. 

Piet zag je wel altijd met pet, maar nooit met vrouw. Daar was hij nooit aan begonnen. 'Om melk te kriegen, huf je gain kou hebben..' was de simpele verklaring.

Piet was ook een harde. Voor een ander, maar ook voor zichzelf. Zo was hij een keer gevallen met de fiets op een paadje midden in het land. Door de val brak hij zijn been, Tot drie keer toe probeerde hij zich weer op zijn fiets te hijsen. Bij de vierde keer zette hij zich achter op de bagagedrager en stepte hij kilometers met zijn goeie been naar huis. 

Piet was niet de sportiefste. Als hij iemand naaien kon bij het schaatsen of wielrennen (dat kon hij ook goed) dan deed 'ie dat. Het meest beroemde verhaal is dat van de stoel. Bij de start van de Noorder Rondritten van 1954 in Winsum werd er vertrokken vanuit een loods. Kruger had zich al vroeg samen met vriend Piet Berghuis uit Middelstum elk op een stoel voor de deur van de loods geposteerd, wachtend op het startschot.

Toen het startschot klonk en de deur van de loods openging, vloog duo Piet en Piet als eerste weg. Achter de twee lagen plotseling twee stoelen in de weg. De schaatsers die achter Piet en Piet aankwamen, struikelden erover en die daar weer achter aankwamen konden er niet langs. Die dag hebben ze Kruger en Berghuis nooit meer teruggezien en won Piet uit Huizinge de Noorder Rondritten met grote voorsprong.    

Toen Piet al behoorlijk op leeftijd was, verhuisde hij van Huizinge naar Tjuchem. Hij ging bij zijn neefje inwonen, aan de Hoofdweg. waar eerder de garage zat woonde nu Piet in een kamertje van drie bij vier. Genoeg voor een bed, twee stoelen en een televisie. Voor De Ster werd een veel grotere garage bijgebouwd. 

In Tjuchem aangekomen op die pikdonkere avond, draai ik vlak voor de brug van het afwateringskanaal een donker paadje in naar de kantine van de ijsvereniging en tennisclub. Ik moet er spreken voor de dorpsvereniging. In de kantine, een klein barretje met wat tafels en stoelen is het gezellig druk.   

Aan de vriendelijke vrouw die de koffie schenkt vraag ik of ze Piet Kruger ook kent. Haar gezicht staat op het standje 'nooit van gehoord'. Ik zeg dat hij bij iemand inwoont aan de Hoofdweg. De vrouw trekt haar wenkbrauwen bedenkelijk op. Ik heb de hoop al opgegeven. 'Een klein oud mannetje met pet', probeer ik toch nog een keer. 

'Owh..Piet…' zegt de vrouw met blijk van herkenning. 'Dat haren je vot ook wel zeggen kint.' Ze had hem die morgen nog gezien bij het vissen. Mijn hart maakt een sprongetje van blijdschap. De oude krijger leeft en heeft zich nu toegelegd op vissen, net zo fanatiek als bij het schaatsen vroeger. Zelfs op een winterse dag gooit hij zijn hengel gewoon uit. 

Een andere man die ons gesprek hoort, komt erbij. Het blijkt de buurman van Piet te zijn. Hij vertelt dat Piet even verderop in Schaapbulten geboren is. Dat wist ik niet, want ik meende dat hij een echte Huizinger was. 'Tja', zegt de man. 'En nou is d'ol boas  al over de 90.'

Op zijn 89-ste was Piet ook even weggeweest uit Tjuchem. Het huis met de garage waar Piet in woonde werd verkocht en daarom moest Piet ook uit zijn garage. Met pijn in het hart vertrok hij naar Appingedam naar een luxe ouderenappartement.

Een week nadat hij zich in zijn nieuw huisje had gesetteld, kwam het bericht dat de verkoop van het huis in Tjuchem niet meer doorging. Nog dezelfde dag verhuisde Piet zijn hele hebben en houden inclusief De Ster terug naar Tjuchem, naar zijn oude garage.  

Ieder mocht hem in het dorp. Maar van dat schaatsen, nee, dat wist niemand. .    

Gisteren zat ik rond etenstijd bij een oude boer aan de keukentafel in het huisje aan de boorden van het Boterdiep. Tafeltje Dekje belt net aan voor een avondmaaltijd voor de oude man. Onder het eten krijgen we het over schaatsen. De oude boer wijst me er op dat het nu anno 2020 al langer geleden is dat er geen Noorder Rondritten waren dan tussen 1963 en 1985.

De laatste Noorder Rondritten waren op 8 januari 1997 en dat is nu dus alweer 23 jaar geleden. De hoop dat er ooit weer een schaatstocht komt, hangt boven de keukentafel. De oude boer neemt een hap gebakken aardappels en zonder dat ik er naar vraag begint hij over Piet Kruger. 

'Waist doe wel dat Kruger bie de start van de Noorderrondritten in 1954 de stoulen ondersteboven goeit het….' 

Erik Hulsegge

(Ook Ypie op de Hoek uit Den Horn won zowel de Noorder Rondritten als de Oldambtrit. Zij is echter Fries van geboorte)

Meer over dit onderwerp:
columns Fraamklap
Deel dit artikel:

Recent nieuws