Column: Gewakker en gewekker over een deuntje van het volkslied

Ik weet niet hoe het bij jou gaat, maar bij mij gaat de wekker elke morgen om kwart over zeven. Nu hoor ik de wekker nooit. In die zin dat ik al voor de wekker wakker ben. Mijn ingebouwde klok heeft me dan al gewekt.

Soms zelfs maar een paar tellen voor de gewone wekker.

Toch zet ik altijd wel de wekker, want stel je eens voor dat de ingebouwde klok mij niet wakker maakt. Dat mag bij mij niet mogen. Ik bedenk me nu tussen al dat gewakker en gewekker dat als kleine rooie mijn wekker altijd op tien voor zeven stond. 

Op het nachtkastje naast mijn bedje in de slaapkamer met groot enkel glas slaapkamerraam stond een wekkerradio. Zo eentje waarin de cijfers nog op een grote rol zaten die achter het glas na een minuut tikkend omvielen in een nieuwe tijd. 

Ik werd nooit om tien voor zeven wakker met de wekkerradio, maar om kwart voor. Ik werd wakker met de buurman. Met buurman Knelis. Eigenlijk met de brommer van buurman Knelis. Elke morgen om precies kwart voor zeven vertrok buurman Knelis op de brommer naar het werk, naar Ten Have's Verduurzaamde Groenten, naar de fabriek aan de andere kant van het spoor. 

Het gepruttel van de brommer had altijd hetzelfde ritme. Het starten op de eigen inrit. Dan een heel klein beetje gas als hij een stukje over het voetpad reed, langs de lantaarnpaal en dan het gas wat meer open als hij de weg op reed. Helemaal open ging het gas nooit.

Buurman Knelis had een Zündapp. Een groene met buddyzit. Vaak kroop ik 's morgens mijn bed uit als ik de eerste trappen van het starten van de Zündapp hoorde. Met mijn neus tegen het glas van het slaapkamerraam zag ik buurman Knelis in het licht van de lantaarnpaal.  

Er ging geen dag voorbij of buurman Knelis reed over het voetpad onder mijn slaapkamerraam door om bij de oprit van de andere buren de weg op te rijden. Een witte helm met grote ouderwetse motorbril voor zijn gezicht en een lange bruine leren jas. Het wegstervende geluid van de Zündapp en de man in zijn leren jas en helm en motorbril had iets magisch. Het beeld zit als het glazen plaatje van een toverlantaarn in mijn hoofd. 

Als ik dan weer terug was in mijn warme bed sprong de wekkerradio aan. Geen muziek. Geen 'gekwedel', maar je hoorde dit: 

De eerste synthesizertonen van ons volkslied en daar achteraan heel staccato: Hilversum 3. In mijn kleine rooie tijd begon de radio pas om zeven uur en eindigde om middernacht. In de nacht hoorde je dan toerloos het zendersignaal met stukje Wilhelmus.

Even voor zevenen luidden op de radio de kerkklokken met ook enkele tonen van het volkslied. Dat klokgelui ging over in het echte lange volkslied, zonder tekst dan, waarna de nieuwslezer van het ANP een nieuwe radiodag begon. 

Op zondag was alles anders. Geen brommer. Geen buurman. Mijn dorp was in diepe zondagsrust. Mijn wekkerradio daarentegen deed niet aan zondagsrust. En mijn ingebouwde wekker ook niet. Met mijn wekkerradio verheugde ik mij de hele week op zondagmorgen. 

Zondagmorgen twee minuten over zeven na het volkslied en de nieuwslezer was hij er eindelijk weer...

Ko de Boswachter. En natuurlijk Anton Gleuf de postbode van de Ko de Boswachtershow. Een kinderprogramma over dieren, waarin Ko en Anton allerlei avonturen beleefden in het Bosbessenbos. Hoogtepunt was 'Huuuh... Beesten in het Nieuws', waarin brieven van kinderen werden behandeld en hardop voorgelezen door Ko de Boswachter zelf.  

Dat ging ongeveer zo: 'Beste Ko, ik schrijf deze brief heel langzaam, omdat ik weet dat jij heel langzaam kan lezen. Wij zijn nu op vakantie en we hebben deze week twee keer regen gehad. Eerst drie dagen en toen nog vier dagen. Eerst had ik een vogel die ging dood. Toen had ik weer een vogel die viel van zijn stok en toen kregen we nog een vogel, maar die vloog weg toen we gingen verhuizen. Mijn mama zei dat de vogel was gevlogen….' 

Ko de Boswachter is al lang niet meer op de radio. De zendersignalen met stukje volkslied voor radioloze uurtjes bestaan al lang niet meer. Buurman Knelis is al lang niet meer onder ons. Zijn groene Zündapp zal op de schroot zijn beland. De oude wekkerradio ligt er waarschijnlijk naast. Mijn ultramoderne mobiele telefoonwekker gaat al heel lang ook gewoon om kwart over zeven af.  

Behalve op zondag. Want dan is nog steeds alles anders. Elke zondagmorgen gaat om vijf uur de wekker. Dan sta ik op voor mijn eigen radioshow, op zondagmorgen. Voor de Noordmannen op Noord.  

Om vijf uur opstaan op zondagmorgen. Op een of andere manier valt daar niet aan te wennen. Ook mijn ingebouwde klok heeft het er heel zwaar mee. Ik word namelijk nooit voor de wekker wakker. En als de wekker van mijn mobieltje dan daadwerkelijk gaat, weet ik ook nooit goed waar ik ben. Alsof ik nog dromen droom uit mijn jeugd. 

Elke zondagmorgen om precies vijf uur hoor ik de indringende ringtone van de wekker van mijn mobieltje. En die klinkt dus zo: 

'...Tada-da-dadadadaa……..Hilversum 3…' 

Erik Hulsegge 

Meer over dit onderwerp:
columns WESTERLEE
Deel dit artikel:

Recent nieuws