Waarom jongeren soms minder blij zijn met asielzoekers dan ouderen

Vrijdag publiceerde het Wetenschappelijk Onderzoeks en Documentatiecentrum (WODC) samen met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) een onderzoek waarin duidelijk werd dat mensen die dicht bij een asielzoekerscentrum (azc) wonen eerder een positieve dan een negatieve mening hebben over asielzoekers.

Het beeld in de publieke opinie is dat ouderen daarin kritischer zijn dan jongeren. Maar is dat eigenlijk wel zo? En hoe zit dat in Ter Apel?

Publieke opinie

Eerst het algemene beeld. Want dat ouderen negatiever kijken naar vluchtelingen dan jongeren valt niet uit de lucht. In 2015 concludeerde EenVandaag, op basis van het opiniepanel, dat 83 procent van de jongeren vond dat vluchtelingen uit oorlogsgebieden (zoals Syrië) moeten worden toegelaten in Nederland. Van de volwassenen vond 56 procent dit.
 
Daarnaast verwachtte 44 procent van de jongeren dat de toename van het aantal vluchtelingen in Nederland een neutraal effect zou hebben op de maatschappij, terwijl een meerderheid van de ouderen (57 procent) juist een negatief effect verwachtte.
 
In 2018 trok het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vergelijkbare conclusies. 'Ouderen vinden vaker dan jongeren dat economische migranten uit EU-landen en daarbuiten niet in Nederland mogen komen wonen en werken', aldus het onderzoek  Opvattingen over vluchtelingen in Nederland. In datzelfde onderzoek staat ook dat jongeren vaker dan ouderen denken dat vluchtelingen voor een verrijking van de Nederlandse cultuur zorgen.
 

Maar toch niet?

Maar als je in regio's gaat kijken waar een azc zit, zoals bij Ter Apel, dan ligt het anders. Onderzoek dat masterstudenten van de RUG in opdracht van RTV Noord in Ter Apel hebben gedaan impliceert dat jongeren uit de omgeving van het azc juist negatiever kijken naar het azc en asielzoekers dan ouderen. Een ander onderzoek uit 2017 van geograaf Aslan Zorlu van de Universiteit van Amsterdam (UvA) laat dit nog sterker zien.
 

Jongeren zijn over het algemeen wat vatbaarder voor geruchten dan oudere mensen
Aslan Zorlu, geograaf Universiteit van Amsterdam

Jongeren vatbaarder voor geruchten

Zorlu noemt een aantal verklaringen voor het feit dat jongeren uit gebieden met een azc negatiever kunnen zijn. Niet alleen is er overlast van zogenoemde 'veiligelanders', zoals inbraak en diefstal. Maar daarnaast doen er volgens Zorlu geruchten over vluchtelingen de ronde, bijvoorbeeld dat asielzoekers van plan zouden zijn om ouderen bij de geldautomaat lastig te vallen.

'Jongeren zijn over het algemeen wat vatbaarder voor geruchten dan oudere mensen. Zij voelen zich daardoor gedwongen om de vraag te stellen: waarom moeten er dan zoveel mensen hier in onze omgeving gehuisvest worden?'
 

Stad versus platteland

Daarnaast ziet Zorlu ook een ander aspect. 'Veel jongeren die een studie kiezen vertrekken naar de grotere steden. Ze willen zich breed oriënteren, en denken ook meer globaal. Maar achterblijvers zijn vaak lager opgeleid.'

Ook het onderzoek van het WODC en de RUG meldt dat in steden over het algemeen een positievere houding is jegens asielzoekers dan daarbuiten. Zo is te lezen dat 'stedelijke gebieden positiever zijn over asielzoekers omdat daar meer hoger opgeleiden wonen, en hoger opgeleiden zijn over het algemeen positiever jegens asielzoekers.'

Gevoel van concurrentie

Zorlu kan wel begrijpen waarom de achterblijvers soms moeite hebben met asielzoekers. 'Zij zien asielzoekers in hun dorp mogelijk als een bedreiging, als nieuwe actoren in een concurrentiestrijd om bijvoorbeeld publieke middelen en de publieke ruimte.'
 
Hij haalt een voorbeeld aan. 'Toen wij in Ter Apel onderzoek deden, zaten daar veel asielzoekers in de bibliotheek achter de computer. Want die hadden de hele dag verder niets te doen. Wat je daardoor kan krijgen is dat anderen daar juist wat aanstoot aan nemen, omdat zij dan niet van die computerfaciliteiten in de bibliotheek gebruik konden maken.'
 

Waar haal je je identiteit uit?

Tialda Haartsen is hoogleraar Rurale Geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze woont in Eenrum. Zowel vanuit haar expertise aan de universiteit als de alledaagse praktijk kent zij het leven in de plattelandsgebieden. Ze ziet dat leeftijd en levensfase een rol kunnen spelen in hoe naar nieuwkomers wordt gekeken.

'Als je echt jong bent, dan ben je vooral bezig om je eigen identiteit te halen uit je gezin. Je bent het kind van die moeder en vader, je hebt die opa en oma, enzovoorts. Maar naarmate je ouder wordt, wordt je actieradius groter. Dan ga je je identiteit ook aan andere dingen ontlenen, bijvoorbeeld aan de plek waar je woont. Dat maakt, zeker in plattelandsregio's, dat er een soort 'wij-gevoel' ontstaat.'
 
Dat 'wij-gevoel' kunnen jongeren soms bedreigd zien worden door asielzoekers. 'Je ziet dat jongeren vaak stelliger zijn, ze knallen er van alles uit. Maar als je dan met ze doorpraat, dan worden ze genuanceerder. Maar bij een enquête over wat je vindt van een azc of van asielzoekers hoeft dat natuurlijk niet, omdat een enquête anoniem is.'
 

Jongeren gaan er vaker op uit

Een ander aspect dat Haartsen noemt is dat jongeren er vaker op uit trekken dan ouderen. 'Ze gaan de regio in, gaan uit, hangen rond. Rondom Ter Apel zal dat betekenen dat ze daardoor sneller in de buurt van het azc komen. Dan zie je ook meer van wat daar gebeurt. Ze komen meer in aanraking met de asielzoekers zelf. Dat is toch minder als je ouder bent en gewoon druk met van alles.'

Zorlu herkent dat, en voegt daar nog aan toe dat ouderen vaker de mensenmassa ontwijken.
 
Voordat Zorlu zijn onderzoek uitvoerde, had hij in Ter Apel een vrij negatieve houding van de bevolking in het algemeen verwacht richting het azc en asielzoekers. Maar ondanks dat hij opmerkte dat jongeren negatiever waren dan ouderen, vond hij over de hele breedte een positievere houding dan verwacht. En ook het rapport van het WODC en de RUG bevestigt dus dit beeld, alhoewel dit beeld volgens hetzelfde rapport in twee jaar tijd wel een beetje negatiever is geworden.
 

Verantwoording
RTV Noord heeft in september vorig jaar een samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen opgezet om te onderzoeken wat de inwoners wérkelijk van het azc in de buurt vinden. Om die reden zijn studenten van de onderzoeksmaster van de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen in Ter Apel geweest om vragenlijsten onder inwoners af te nemen. De resultaten van dit onderzoek waren uiteindelijk niet krachtig genoeg om deze vraag wetenschappelijk voldoende verantwoord te onderbouwen. Dit kwam door een te laag aantal respondenten. Maar de resultaten wezen wel in de richting van het feit dat jongeren uit Ter Apel negatiever zijn dan ouderen. Iets dat door Aslan Zorlu van de UvA in 2017 ook al was geconstateerd en wat is gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift.

Meer over dit onderwerp:
vluchtelingen achtergrond GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws