Door de mand: Kees Vlietstra ziet het 'zwemduimpie' overal terugkeren

'Hé Keessie, in welk groepje zwem je eigenlijk?', vroeg mijn vader in de auto op weg naar zwemles. Normaal ging mijn moeder altijd mee mee naar het Noorderbad. Dit was de eerste keer met mijn vader. Mei, 1975.

'Ik zwem met een geel polsbandje', antwoordde ik, luisterend naar een liedje van de George Baker Selection op Hilversum 3. Una Paloma Blanca. Het zwemvolgsysteem was gelijk aan het judo. Wit-geel-oranje-groen-blauw-bruin-zwart.

'Geel, geel', reageerde vader ongeduldig. 'Wat is dat voor onzin. Sla maar wat over. Vandaag ga je gewoon naar het blauwe groepje.' 'Ja maar d-d-dat mag niet', stotterde ik terug. 'Wie zegt dat? Die badmuts langs de kant? Jij kan prima in het blauwe groepje, vriend. Geloof mij nou maar.'

Om zijn woorden kracht bij te zetten, sloeg hij met zijn vlakke hand vaderlijk op mijn bovenbeen. Dat deed-ie altijd om zijn liefde te tonen. Enigszins mank stapte ik de auto uit en het Noorderbad binnen. Het was koud in de kleedkamer. Waar de andere kinderen door hun papa of mama werden geholpen met omkleden, stond ik in mijn eentje te klooien met mijn speedo-zwembroek.

Mijn gele groepje stond al in het ondiepe bad watergewenningsoefeningen te doen. Bellen blazen onder water. Jaloers keek ik toe. Ik schuifelde tergend langzaam naar mijn nieuwe blauwe groepje. Ik sloot achteraan in de rij bij startblok 3. Mijn vader stond achter glas in de kantine. Hij stak een duim naar me op. In zijn andere hand hield-ie een brandende sigaret vast. Marlboro. Mijn vader leek op de man van de Marlboro-reclame. Stoer kijkend boven een mooie jaren 70-pornosnor.

De badmeester begon te schreeuwen. 'Vanaf het blok in het water springen. Halve draai en rugslag naar de overkant. Vier baantjes', klonk het. Ik slikte en keek naar het raam van de kantine. Zocht contact met mijn vader. Die had nog steeds zijn duim omhoog. Ik was bijna aan de beurt. Trilde een beetje. Niet alleen van de kou. Ik had nog nooit zonder bandjes in het diepe gezwommen.

Ik keek nogmaals naar de kantine. Duimpie. De één na de ander plonsde voor me in het water. 'Zal ik het de badmuts vertellen?', schoot door me heen. Een wanhopige laatste blik naar de kantine deed mijn laatste beetje twijfel wegsmelten. Duim omhoog met een grote glimlach. Tien seconden later had de badmuts me met zo'n ouderwetse ijzeren reddingshaak van de bodem gevist.

Proestend zat ik op het bankje naast het water. De badmuts wees me vriendelijk de weg naar mijn gele groepje. Terwijl ik langs de kantine liep, zag ik mijn vader glimlachend zijn schouders ophalen. Een half jaar later haalde ik diploma A.

Van het Noorderbad in Groningen is het maar een kleine stap naar zwembad De Warande in Oosterhout. Daar ging afgelopen week Maarten van der Weijden op voor zijn zoveelste poging om het wereldrecord 24 uur zwemmen in bezit te krijgen. Ondanks alle duimpjes van meelevende en meezwemmende supporters is het de Olympisch kampioen niet gelukt.

Vooropgesteld, ik heb enorm veel respect voor de man die genas van kanker, een Olympische titel behaalde, elf Friese steden heeft bedwongen en miljoenen voor kankeronderzoek binnen heeft gezwommen. Maar heb het ook wel een beetje gehad met de Maarten-die-na-weer-een-poging-het-onmogelijke-mogelijk-probeert-te-maken-en-na-vierduizend-keerpunten-in-het-zicht-van-de-finish-verzuurd-moet-opgeven-en-in-een-talkshow-dat-komt-uitmelken. Genoeg is genoeg.

Moest van de week steeds aan de vrouw van Maarten denken. Hoe ze in de kleedkamer haar man met vaseline insmeert. Zijn zwembroek vastsjort. Hem een kus geeft en haar duim opsteekt. 'Hup badmuts'. Met je kinderen naar zwemles is al geen pretje, maar met je eigen man lijkt me helemaal een ramp.

Enfin, Maarten heeft het niet gehaald. In alle analyses, nabeschouwingen en achtergrondverhalen ontbrak de huidige wereldrecordhouder. Vreemd. Heb het even voor u uitgezocht. De Zweed Anders Forvass zwom op 28-29 oktober 1989 maar liefst 101,9 kilometer in 24 uur. Heeft daar geen Zweedse kronen mee opgehaald. Wel een duimpie.

Je eigen kinderen leren zwemmen is vertrouwen geven. En durven loslaten. Techniek is ook wel een dingetje. Gelukkig ben ik als vader al weer enige tijd af van het naar zwemles brengen van mijn kroost. Was net als mijn vader ongeduldig. Vond het een crime om in zo'n heet kleedhokje te helpen met omkleden.

In zwembad Scharlakenhof in Haren moest je als bezoeker van die blauwe plastic hoesjes om je schoenen in het 'natte gedeelte'. Nadat ik mijn oudste in de speedo zwembroek had gehesen en hem vaderlijk een ram op zijn schoudertje gaf als aanmoediging, vertelde ik hem dat ik nog even snel boodschappen ging doen in Haren. 'Oké pap, neem je wat lekkers mee?' Ik stak mijn duim op.

In de Jumbo in Haren snelde ik door de schappen. Karretje vol. Ook met wat lekkers. Afrekenen. Bij de uitgang staat een verkoper van straatkrant De Riepe. Ik graai wat kleingeld uit mijn broekzak en koop het magazine. De verkoper heeft een doorleefd gezicht met een vlassnorretje. 'Gaaist zwemmen mienjong?' Schouderophalend kijk ik hem aan. Hij wijst naar mijn schoenen. 'Met je blauwe sloffen'.
 

Meer over dit onderwerp:
GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws