Van koffiebonen tot zetmeel: bedrijven, RUG en Hanze zetten in op 'superkritisch CO2'

Zeven Groningse bedrijven onderzoeken samen met de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool wat CO2 voor hun productieproces kan betekenen.
Door CO2 onder druk te zetten en te verhitten ontstaat het zogenoemde 'superkritische CO2'.

Nuttige stof

De stof is dan geen gas of vloeistof meer, maar heeft wel de eigenschappen van beide verschijningsvormen. In die kritische fase zou CO2 nuttig kunnen zijn voor allerlei soorten bedrijven.
Superkritisch CO2 wordt bijvoorbeeld al gebruikt om cafeïne uit koffiebonen te onttrekken om zo cafeïnevrije koffie te maken.
Bekijk hier hoe superkritisch CO2 gemaakt wordt

Avebe ziet mogelijkheden

Aardappelzetmeelconcern Avebe denkt het superkritische CO2 te kunnen inzetten om tijdens het productieproces water kwijt te raken. Avebe-onderzoeker Thomas Wielema: 'In plaats van dat we het water laten verdampen, kunnen we het verdringen. Dat zal op langere termijn een enorme besparing geven in de hoeveelheid droogkosten.'

'Ontzettend gave technologie'


Het bedrijf Foamplant heeft een heel ander doel. Foamplant maakt nu biologisch afbreekbaar schuimsubstraat, waar bijvoorbeeld sla goed op kan groeien. Dit zogenoemde substraat wordt gebruikt om houvast aan de wortels van planten te geven. Foamplant maakt dat schuim nu zonder het superkritische CO2, maar het bedrijf denkt er toch veel aan te hebben.
'We zien nog veel meer kansen om afbreekbaar schuim in te zetten in de meubelindustrie of mode-industrie', zegt Martin Tietema van Foamplant. 'Maar om dat te doen hebben we veel meer kennis nodig. Nu hebben we een ontzettend gave technologie liggen bij de universiteit met dat superkritische CO2. We verwachten dat we daar ons schuim veel verder mee kunnen brengen.'

Miljoenensubsidie

De zeven bedrijven en de kennisinstellingen krijgen voor hun vierjarige project ruim 3,8 miljoen euro subsidie van de provincie en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Het overgrote deel van dat geld is doorgezet vanuit een Europese subsidie. Met dat geld kunnen onderzoekers en de bedrijven aan de slag om op milieuvriendelijke wijze nieuwe duurzame producten ontwikkelen.
Het project zou vijftig banen moeten opleveren bij de deelnemende bedrijven en een toekomstig kenniscentrum.