Column: Rietproef en wietproef

Als bestuurlijke daadkracht in Nederland niet al knarsend tot stilstand komt in de eindeloze procedures die nu eenmaal bij onze wet horen, dan is het wel het bestuur zelf dat op de rem trapt. Afgelopen jaren zie je overal 'pilots' opduiken: even kijken hoe het uitpakt.

Oorspronkelijk was een pilot de teen van een televisieproducent in het water van het publiek. Er werd eerst één aflevering van een serie gemaakt om te kijken hoe die viel. Inmiddels is de pilot overgenomen door overheden, die aldus hun plannen uitproberen.

Proefafsluitingen, proefopeningen, proefwoningen, proefpolitierobots, proefpendelbus, proefpaspoortbezorging, Konikpaardexperimenten, bijstandsexperimenten, baanexperimenten, experimenten met een speeltuin op de Grote Markt, met een basisinkomen, een lachgasverbod, een pilot met een geliberaliseerde huurprijs in de stad… we blijven een beetje hangen in voorlopigheid.

Als je niet beter wist, zou je denken dat de overheid een onderzoekende geest had, met al die pilots, maar in werkelijkheid is het behoedzaamheid. Je wilt als bestuurder niet eerst een vinger geven en dan ineens je hele hand, inclusief zegelring, kwijt zijn. Je wilt weer terug kunnen als de maatregelen anders uitpakken dan verwacht. 'Kijk Jan, je mag een maandje zelf je bedtijd bepalen en dan kijken we of je die verantwoordelijkheid kunt dragen.'

Als er alleen maar cisgenders op de genderneutrale pot gaan zitten, als de bomen op de Grote Markt een broedplaats blijken voor mensvijandige knaagkevers, als ineens hele bejaardentehuizen een voltooid leven blijken te hebben of als fietsers hun voorrangrechten misbruiken ten koste van de voetgangers, is het fijn om te kunnen zeggen: 'Leuk geprobeerd, maar dat was eens maar nooit weer.'

Er is weinig in te brengen tegen pilots. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Je zou willen dat een Brexit-pilot mogelijk was geweest, een experiment met een windmolenpark voor de deur of een proefgaswinninkje. Waarom zou een overheid niet iets mogen uitproberen? Maar dan zou althans zo'n proef toch wel kordaat ter hand genomen mogen worden. De discussies, afgelopen week, rond de rietproef bij de rechter en de wietproef in de raad, laten echter zien dat zelfs een simpele pilot een zaak van de lange adem is geworden.

De rietproef, over een tijdelijke peilverhoging in het Lauwersmeer van veertig centimeter, hangt al vier jaar in de lucht, de wietproef, over staatswiet in koffieshops, twee jaar. In het eerste geval komt het tegengas van boeren die vrezen voor verzilting van hun land als het zoute water zes weken lang hoger staat. Waterschappen en natuurorganisaties willen dat uitproberen om het riet met bijbehorende roerdomp te stimuleren. Nou zitten er weinig mensen op zo'n roerdomp te wachten, maar daar gaat het nu even niet om. De vrees van die boeren kan pas bewaarheid worden als je die peilverhoging uitprobeert.

De wietproef in Groningen, een belangrijke stap in een eventuele liberalisering van het softdrugsbeleid, dreigt na jaren principiële discussies te stranden op gekruidenier tussen gemeente en rijk over een paar ton. Aan een experiment mogen dus geen risico's kleven en het mag ook niks kosten. Tja, dan kan de overheid dus helemáál niks meer proberen. The proof of the proverbial pudding is nu eenmaal in the eating.

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws