Instellingen

'Mensen weten steeds beter hoe ze met zeehonden moeten omgaan'

Olaf strandde deze winter op een zandbank bij Vlieland
Olaf strandde deze winter op een zandbank bij Vlieland © Zeehondencentrum Pieterburen
Voor het Zeehondencentrum in Pieterburen is het gevoel wat dubbel: aan de ene kant hopen ze dat zo weinig mogelijk zeehonden hun hulp nodig hebben, maar aan de andere kant willen ze hun publiek wél wat bieden.
Feit is dat het centrum deze winter wat minder hulpbehoevende zeehonden verwelkomde dan normaal.
'Het is rustig geweest', geeft Sander van Dijk van de opvang toe. 'We hebben momenteel zo'n dertig zeehonden in huis, er is genoeg te zien, maar door het warme weer, denken we, hebben we wel wat minder zeehonden in huis dan normaal.'

Tweede oorzaak

Maar het warme weer is (waarschijnlijk) niet de enige oorzaak. Een tweede oorzaak ligt bij de mensen zelf, denkt het centrum.
Van Dijk: 'We denken dat mensen steeds beter doorhebben hoe ze, vooral tijdens de winterperiode, met zeehonden moeten omgaan. Dat ze afstand moeten houden, de beesten rust moeten geven en dat ze eerst moeten observeren. En dat ze pas als allerlaatste redmiddel de opvang moeten inschakelen.'
Dat verdient een schouderklopje, vindt Van Dijk: 'Een groot compliment naar alle mensen die goed naar de voorlichting hebben geluisterd en de zeehonden met rust hebben gelaten.'

Zeehondencursus

Ook in de voorjaarsvakantie gaat die voorlichting door. Sterker: speciaal voor kinderen is er deze week een soort van cursus tot zeehondenverzorger. 'Zoals een EHBO-cursus een pop gebruikt', legt Van Dijk uit, 'hebben wij hier een zeehondenpop, waarmee kinderen kunnen leren hoe ze zeehondenverzorger worden.'
'We hebben', zegt Van Dijk, 'geprobeerd om een zo realistisch mogelijke zeehond na te maken. Hij is zwaar, kinderen mogen er ook op gaan zitten, en bijvoorbeeld de slangvoeding die zeehonden krijgen, dat moet echt gebeuren. De slang moet echt de bek van de zeehond in.'
In de kerstvakantie was de zeehondencursus al een succes. Van Dijk: 'Mensen zijn toch altijd benieuwd. Die zien ons dat van een afstandje doen, en denken dan: hoe voelt dat nou? Nou, dat kunnen ze nu dus zelf ondervinden. En kinderen vinden dat geweldig.'