Column: Mondkapjesvirus

Wat tientallen jaren waarschuwen, drammen, voorspellen, schermen met modellen en congresseren door klimaatprofeten niet is gelukt, krijgt zo'n coronavirus in een paar weken voor elkaar: de economie komt knarsend tot stilstand.

De beurzen kelderen, we durven ons huis nauwelijks meer uit en niemand wil straks nog in een vliegtuig stappen. Wie durft er nog over economische groei te praten, als we over een paar jaar blij mogen zijn dat we nog leven? We houden in stilte allemaal rekening met de mogelijkheid dat dit de genadeslag wordt voor de mensheid. Als de mondkapjes straks op zijn, kunnen we de tent eigenlijk net zo goed sluiten, dan is het einde oefening. Dan geven we de spreekwoordelijke pijp aan Maarten.

Ook hier in Groningen worden we erop voorbereid, want waarom zouden uitgerekend wij de dans ontspringen? U hebt het coronavirus waarschijnlijk al opgelopen, zonder dat u dat hebt gemerkt. Er is niks meer aan te doen, er zijn in sommige apotheken nu al geen mondkapjes meer. Met elke ademteug krijgen we nieuwe virussen binnen.

Dat is voor ons extra sneu want we hadden hier deze week nota bene het klimaatprobleem min of meer opgelost. In theorie dan. Met een paar duizend windmolens in de Noordzee zouden we vanuit hier 12,5 miljoen huishoudens van waterstof kunnen voorzien om ons potje op te koken en de kachel te laten branden. Voor wie zich afvraagt waarom we dan nog zitten te urmen met zo'n windparkje in Meeden, als het zo makkelijk op zee kan: voor dat wereldreddende prachtplan is nog geen geld.

Hoe dan ook, dat windpark komt te laat, het naderende einde van de mensheid lijkt uit een andere hoek te komen. Word je niet door de kat gebeten, dan wel door de hond. Er zit niets anders op dan de komende maanden tot inkeer te komen, in gebed, met mondkapjes voor, dan worden we misschien gespaard. Al hopen de onheilsprofeten die zich, als Jona voor de poort van Nineveh, zitten te verheugen op het einde daar natuurlijk niet op. Die hebben nu de tijd van hun leven met hun 'Ik heb het altijd wel gezegd', op dat pedante toontje van ze. De klimaatprofeten kunnen meezingen in dat koor, want de schuld van de naderende pandemie is gelegen in dat excessieve gereis van al die blanke vleeseters met hun enorme ecologische voetafdruk.

Alsof het zo moest wezen, krijgt onze boetvaardigheid een zetje in de vorm van de vastentijd die alweer een paar dagen bezig is. Het carnaval is voorbij, roept de kalender, het feestje is over. Corona is een biermerk en trouwens ook een soort sigaar, maar voor dat soort vrolijkheid is nu even geen tijd meer. We moeten nu in diepe ernst mondkapjes hamsteren, of die misschien bij wijze van huisvlijt zelf in elkaar naaien, in stilte gezeten rond de eettafel. Zakdoeken, theedoeken en oude hemden in stukjes knippen, elastiekjes eraan vast en klaar. We komen gezamenlijk in een serene coronastemming.

Natuurlijk, het coronavirus is vast heel besmettelijk. Als er nu twee gevallen in Nederland zijn (waarvan één niet ernstig en de ander 'aan de beterende hand') zijn het er straks misschien wel tweehonderd! Maar als er iets nog aanstekelijker is dan het coronavirus, dan zijn het wel de speculaties over een naderende epidemie. We zijn, ruim voordat we zijn begonnen te hoesten, al besmet met het mondkapjesvirus.

Willem van Reijendam

Meer over dit onderwerp:
coronavirus columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws