Door de mand: Kees Vlietstra houdt anderhalve meter afstand

Hé vriend, jij hebt nu toch online les?,' vraag ik aan mijn jongste zoon die languit op de bank ligt op de derde dag 'corona schoolvrij'.

'Ja, pap klopt,' antwoordt zoonlief zonder zijn ogen van zijn mobieltje te halen. 'Maar wat denk je? Ik ben eruit gestuurd.'

Het is een bijzondere tijd. Groningen zucht onder de angst voor het coronavirus. De sportwereld staat stil. In die stilte zoek ik in mijn archief en op YouTube naar mijn favoriete sportmomenten.

•FC Groningen directeur Hans Nijland die gejonast wordt in de Gelkingestraat na afloop van de gewonnen bekerfinale in 2015.
•Diego Armando Maradona die een warming-up doet op de muziek van Opus, live is life.
•Jeroen Dolfing die als invaller in mijn geliefde Nic.1 de winnende buzzerbeater scoort tegen Doszesenveertig.
•Alle 147 breaks van snooker legende Ronnie O'Sullivan.
•Rumble in the Jungle, Foreman-Ali
•Het gehele WK korfbal van 1995 in India met het beste Oranje team ooit.
•Larry Bird die in 1986 twee dagen voor de clash met zijn Boston Celtics tegen de Los Angeles Lakers besluit om in de de wedstrijd tegen de Portland Trailblazers alleen maar met zijn linkerhand te scoren. Waarom?

'I'm saving my right hand for the Lakers.'

Bird maakt in de reguliere wedstrijd de gelijkmaker en in overtime de winnende en eindigt met 47 punten (waarvan 20 met links!), 14 rebounds en 11 assists.

Ik wil mijn zoon meenemen in deze online geschiedenisles. Hij is helaas niet zo geïnteresseerd in wedstrijden die al gespeeld zijn. 'Ouwe meuk pap.'

In mijn eentje struin ik door en dwaal af in gespeelde sportwedstrijden. In deze tijd van afgelaste en uitgestelde wedstrijden denk ik opeens ook weer aan de mooiste niet gespeelde wedstrijd ooit. Helaas zijn daar geen beelden van. Wel herinneringen. Uit een wedstrijdverslag van toen:

'Gaat die wedstrijd van jullie wel door pappa?,' vraagt mijn jongste zoon terwijl ik mijn sporttas over het fietsstuur leg. 'Het heeft de hele nacht geregend.' Ik stap op mijn fiets. 'Het gaat altijd door. Nanno fluit. Kom je nog kijken?'

Hij kijkt me lachend aan. 'Wat denk jezelf pap, dat ouwe lullen voetbal van jullie. Begin maar gewoon als ik er niet ben. Kom sowieso om zes uur oké? Gaan we samen patat halen bij Harry's Café.'

In de stromende regen fiets ik naar het MFC. De tegenstander, Stadspark 4, zit al aan de koffie. En aan onze tafel. Ik mag ze nu al niet.

Het is bijna half tien, nieuwe tijd. De klok is vannacht verzet naar de zomertijd. Engelbert 3 is nog niet compleet, we zijn pas met zijn zessen. Het is onduidelijk of de wedstrijd door kan gaan.

Nanno, onze vaste scheidsrechter, loopt samen met de leider van Stadspark 4, volgens mij was het het good old Jan Boonstra, over het zompige hoofdveld. Ze komen met veel toeters en bellen de kantine binnen. Ze schudden met het hoofd. 'Het is niet te doen heren. Veel te gevaarlijk, allemaal plassen. In de doelgebieden kan je al helemaal niet wezen,' zegt Nanno.

'Maakt niet uit. Daar komen we toch nooit' roept Hero onze aanvoerder. Hero heeft duidelijk wel zin in een potje zondagochtend voetbal. De mannen van Stadspark 4 ook wel. Maar Nanno is onverbiddelijk, hij last de wedstrijd af. De leider van Stadspark 4 stelt daarop voor om met zijn allen naar het Stadspark te gaan om de wedstrijd daar te spelen. Kan altijd. Ze spelen namelijk op kunstgras.

Een snelle inventarisatie ronde bij ons team, we zijn inmiddels al met zijn tienen, levert een 'no go' op. De meesten van ons zijn tegen het voetballen op kunstgras, principe kwestie. Stadspark 4 druipt af. Sommigen van ons ook. Op weg naar een onverwacht bezoekje aan schoonouders of meubelboulevard. Het is kwart voor tien.

We blijven met zijn vieren over. Klaverjassen dus. En flesjes bier. Dat zouden we immers ook doen als de wedstrijd wel was gespeeld. Willem kaart met Bossie. Hero is mijn maat. Willem komt er na acht potjes achter dat Bossie op zijn Rotterdams- en Willem zelf op zijn Amsterdams klaverjast. Is even een dingetje tussen beide mannen.

Eigenlijk is het ook wel een beetje symptomatisch hoe we met het derde voetballen. De ene helft van ons wil à la Ajax georganiseerd met een inschuivende verdediger op het middenveld oeverloos de bal breed en achteruit spelen terwijl de andere kliek op zijn Feijenoords wat opportunistischer de diepe spits wil aanspelen met aansluitende middenvelders.

Veel woorden, geen daden. In de praktijk komt het er namelijk op neer dat we gewoon op zijn Engelberts spelen: Lucas, onze keeper, geeft de bal een rotschop zodat de tegenstanders tien minuten in de bosjes rondom het veld de bal moeten zoeken voor een ingooi.

Op het moment dat Aries, de kantinebeheerder deze zondag, ons uiteindelijk rond 6 uur vriendelijk doch dwingend de kantine uitveegt lopen Hero en Bossie naar kleedkamer 2, ritsen hun sporttassen open, halen hun droge schone handdoek eruit en houden die even onder de kraan. Ik sta verbaasd naar het tafereeltje te kijken. 'Hé gringo's, wat doen jullie nou?'

'Dat zie je toch wel, vriend,' roept Hero terwijl hij zijn natte handdoek in zijn sporttas propt. 'Een goede voorbereiding is het halve werk.'

'Hoe bedoel je?,' vraag ik. 'Waarom je handdoek nat maken? We hebben toch helemaal niet gevoetbald?'

'Ja,' gaat Hero verder, 'Dat weet jij, dat weet Bossie en dat weet ik. Maar dat hoeven ze thuis toch niet te weten?'

Ik sta perplex. Als een slaafs kuddediertje houd ook ik mijn handdoek dan maar onder de kraan. Op het moment dat ik op mijn fiets stap komt mijn jongste zoon me tegemoet. Samen fietsen we door de stromende regen naar Harry's Café. Ik hoop dat het druk is zodat ik met een potje bier lekker lang dom kan lullen met de mannen aan de bar; Abel, Panda, Dokter Bert en Menno. Dorpsraadoverleg.

Buiten de kroeg staat een scooter met een grote gele warmhoudbox achterop. Op die box het logo van het café. 'Hé pap, dat is handig, Harry heeft nu ook een bezorgdienst. Dat kunnen we volgende keer ook wel doen.' Ik schrik en begin te trillen. Met het zweet op mijn voorhoofd ga ik door mijn knieën, leg mijn handen op zijn schouders en kijk mijn zoon indringend aan. 'Luister jongen, dat weet jij, en dat weet ik, maar dat hoeven ze thuis toch niet te weten?'

Terug naar het nu. Heb van de week toch maar even gebruik gemaakt van Harry's bezorgdienst. Je moet toch wat. Het leven is immers als het spelen van een sportwedstrijd. Om te spelen moet je improviseren, je aan passen om uiteindelijk nieuwe situaties te overwinnen. Overzicht wil daar bij helpen. Mensen met inzicht missen het uitzicht. Een stapje achteruit doen creëert dat uitzicht. Houdt verdomme afstand. Minimaal anderhalve meter. Zodat we hopelijk binnenkort weer kunnen spelen. Sta Pal!

Meer over dit onderwerp:
sport
Deel dit artikel:

Recent nieuws