75 jaar bevrijding: De vlucht van de familie Ritsema

De provincie Groningen was een van de laatste slagvelden van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. RTV Noord en Dagblad van het Noorden staan met de serie 75 jaar bevrijding Groningen dagelijks stil bij de bevrijding van onze provincie.

Vandaag: de familie Ritsema vlucht uit Woldendorp voor de gevechten.

Door Frank von Hebel


Veel mensen die de oorlog meemaakten zwegen na de bevrijding over wat ze meemaakten. Landbouwer Willem Ritsema (1882– 1963) uit Farmsum niet, hij begon een oorlogsmuseum in zijn huis dat hij later aan de gemeente Delfzijl schonk en dat naar de bunker bij de dijk - het huidige Muzeeaquarium - werd verplaatst.

Zijn zoon Adolf Ritsema en echtgenote Anny Ritsema- Garrelts zijn eigenaar van De Schans in Woldendorp waar ze onder meer koolzaad, bieten en granen verbouwden. Willem Ritsema is al met pensioen als Adolf met zijn gezin tijdens de bevrijding voor de gevechten op de vlucht slaat. Willem Ritsema tekende de ervaring van zijn zoon op, sprak met andere vluchtelingen en bundelde dit in een verslag dat hier – ingekort – wordt weergegeven. Hij schrijft:

Woldendorp moet evacueren

(...) De Duitse troepen trokken steeds verder terug. Dit was zondagavond 15 april 1945. De hele familie ging 's nachts slapen in de woonkamer mat alle kleren aan. Om ong. 11 uur werd er zoveel geschoten dat ze moesten vluchten in de schuilkelder. Ook de maandag gierden er vele granaten over Woldendorp, deze kwamen van Fiemel. Om ongeveer half vijf 's middags komen de vaste arbeider Eltje Zeemering en zijn vrouw Aaltje bij hun met de mededeling dat Woldendorp moet evacueren en wel door de polder naar de Fiemel bij Termunten.

(...) 16 april 1945 om ong. 8 uur 's morgens waren de paarden voor de wagens gespannen, ze moesten weg, ze moesten bukken voor het geweld. Wat ze niet op de wagens konden laden moesten ze achterlaten, hun vee liep in de weide, 's morgens waren de melkkoeien nog gemolken, maar wie molk ze verder. Geen mens die er verder naar kon kijken, op zo'n manier je have en goed te moeten verlaten is erg hard voor een boer, dat is niet te beschrijven. Melkkoeien die in de wei lopen en niet gemolken worden krijgen uiers die wel moeten barsten en hoe lijden zulke beesten, niet te beschrijven.

Willem Ritsema in zijn oorlogsmuseum. (Foto familie Perdok)

Afbeelding

(...) en zo ging dan deze 'hele grote familie' (de families Ritsema, Garrelts, Zeemering, Wenning en de Boer, de redactie) met elkaar op pad met alle spullen die iedereen op de wagens geladen had. Alles op 4 wagens en ze namen een melkkoe mee die achter de wagens aan liep en geleid werd om de beurt door Uuldrik Zeemering en Harm Wenning. Met de melkkoe hadden ze tenminste melk om te drinken.
De reis of eigenlijk beter gezegd de vlucht ging via de Zwaagweg zo mogelijk naar de Reiderwolderpolder naar een bevriende boer, eigenlijk was er gezegd dat ze naar de Fiemel moesten maar dit leek hun veel te gevaarlijk. Onderweg werd hun stoet steeds langer, mensen die al onderweg waren sloten zich bij hun aan. Greetje, die nog erg ziek was zat met juffrouw Post in een grote z.g. spekkist/voerkist waar ze het lekker warm hadden.

Mijnen op de weg

(...) Toen ze verder kwamen bij de boerderij van Kremer in de RW Polder werd er even gepauzeerd. In deze boerderij hadden die nacht al wel 100 mensen geslapen, die de vorige avond Woldendorp hadden verlaten.
(...) Toen werd besloten om te trachten in Finsterwolde te komen. Onderweg werd hun verteld dat dat niet mogelijk was omdat er mijnen op de weg lagen, vlak bij Finsterwolde. (...)

Eltje Zeemering nam het oponthoud te baat om de koe te melken, maar hij had de melk nog maar voor de helft uit de koe toen er 2 Poolse soldaten aankwamen en die legden de mijnen aan de kant van de weg. Het melken werd direct onderbroken en de stoet kon Finsterwolde binnentrekken.

(...) Hier in Finsterwolde zagen ze de eerste geallieerde soldaten en mensen van de ondergrondse met een oranje band om de arm. Toen ze bij J. Frieling aankwamen werden ze heel hartelijk ontvangen en kregen een kamer ter beschikking. Bij Frieling was het huis al eivol, een Zeeuws gezin met 1 kind een juf met 1 kind, 2 Amsterdamse jongens en 6 of 7 jongens gerepatrieerd uit Duitsland. Hier zijn ze 4 dagen gebleven tot ze 's nachts gewekt werden en aangezegd kregen dat ze de volgende morgen om 10 uur weg moesten zijn, ook de fam. Frieling en de andere bewoners van die buurt moesten evacueren.

'Vele dagen hebben ze in sloten geleefd'

De volgende morgen om 8 uur ging de lange stoet op pad naar Westerlee. Garrelts vond onderdak bij een rentenier, de heer Gastman, de mensen die daar wegens ruimtegebrek niet terecht konden gingen naar de schuur van de landbouwer Onnes. Hier zijn ze 14 dagen geweest.

30 april zijn de Woldendorpers die naar Termunten waren gevlucht met de Termunters zelf naar Midwolda gevlucht, wat deze mensen beleefd hebben is met geen pen te beschrijven. Vele dagen lang hebben ze in sloten geleefd en gingen ze 's nachts naar boerderijen in de buurt voor stropakken en om eten te halen.

1 mei gingen Adolf en Anny Ritsema, Eltje en Uuldrik Zeemering op verkenning uit en het gelukte hen om Woldendorp binnen te komen. Ze mochten daar een uur zijn want het was er nog niet veilig. Woldendorp was al wel in geallieerde handen maar werd nog fel beschoten vanaf Fiemel. In dat ene uur hebben ze nog wat spullen onder de vloer en op andere plaatsen verstopt. De eerste Canadezen kwamen ook al een kijkje nemen, maar toen bleek dat er mensen in huis waren dropen ze af. De NSB- ers waren op dat moment al druk bezig om de gesneuvelde Duitse militairen te begraven. Ook 6 burgers waren het slachtoffer geworden.

Brandkast vakkundig opengesneden

Donderdags gingen ze weer op pad. Ze kwamen om ong. 2 uur op Geefsweer bij de broer van Adolf nl. Egge Ritsema op de boerderij aan, waar ook zijn ouders waren.

's Zaterdags gingen de geruchten van Capitulatie. Toen we thuis kwamen vonden we de boerderij en vooral het voorhuis als een varkensstal, zo verschrikkelijk vuil en smerig. De brandkast was aan de achterkant vakkundig opengesneden (in omgeving Woldendorp waren 32 brandkasten opengesneden), de papieren lagen overal.

(...) De loods was ook geraakt door 2 voltreffers waardoor er gaten in zaten van 4 m2 . In de schuur van de boerderij zelf zat ook zo'n gat, daar was ook een voltreffer in gekomen, maar deze had gelukkig geen brand veroorzaakt. In het land rondom de boerderij zaten 85 granaattrechters.

Woldendorp en boerderij zwaar beschadigd

Opgebrand onder Woldendorp 8 boerderijen en uitgebrand de ijzeren kapschuur van Adolf Ritsema. De boerderij van de familie Bosker was helemaal kapotgeschoten. Ongeveer 25 huizen in Woldendorp waren erg kapotgeschoten, maar bijna alle huizen hadden schade, er was één huis zonder schade. Nagenoeg alle ramen in alle woningen en boerderijen waren kapot. De kerk was totaal vernield en uitgebrand, de gewelven 'stonden buiten'. De leden van 'de grote familie' die met elkaar gevlucht waren voor het oorlogsgeweld kwamen gelukkig allemaal weer gezond in Woldendorp terug.

Maar voor enkelen van hun kwam er al spoedig het bericht dat er doden en gewonden te betreuren waren in hun familie. En natuurlijk niet te vergeten de gewonde en gedode dorpsgenoten en de weggevoerde Joden die niet teruggekomen zijn. Het was een verschrikkelijke tijd en we zullen hopen dat zoiets nooit weer gebeurd.'

Lees ook:

- 75 jaar bevrijding: 'Blijham werd mijn tweede thuis'
- 75 jaar bevrijding: Een hongerevacué uit Amsterdam
- 75 jaar bevrijding: de bijzondere verjaardag van Trijntje Boven

Meer over dit onderwerp:
achtergrond WOLDENDORP
Deel dit artikel:

Recent nieuws