Evacués uit Kekerdom zijn Marumers nog steeds dankbaar

Het boek Kekerdom in bange dagen
Het boek Kekerdom in bange dagen © Jan Been/RTV Noord
Bijna tweehonderdvijftig vluchtelingen uit het Gelderse Kekerdom verbleven aan het einde van de oorlog bij gezinnen in de toenmalige gemeente Marum. Over die periode is een boek verschenen waarin inwoners van Kekerdom (destijds kinderen) terugkijken op die bijzonder tijd in hun leven.
'Kekerdom in bange dagen', zo heet het boek dat onlangs verscheen. In het boek, samengesteld door Kekerdommer Johan Bekhuis, delen vierendertig inwoners van het dorp hun herinneringen aan de tijd dat ze moesten vluchten en daarna liefdevol werden opgevangen in gastgezinnen in onder meer Noordwijk, Boerakker, Niebert, Marum, De Wilp en Jonkersvaart. Bekhuis: 'Ondanks alles hadden ze daar een fijne tijd. Als de mensen over hun tijd in die dorpen in het Westerkwartier vertellen hebben ze altijd een glimlach om de mond. '

Van rust naar oorlog

Kekerdom is een dorp aan de Waal. Het ligt in een polder ten oosten van Nijmegen, aan de grens met Duitsland. Bekhuis: 'Qua grootte is het net wat groter dan in de oorlog, maar er wonen net zoveel mensen als toen. Nu zijn de gezinnen veel kleiner, destijds had je gezinnen met soms wel twaalf kinderen.
Het dorp beleeft een relatief rustige tijd in de Tweede Wereldoorlog, maar dat verandert op slag in september 1944. Dan begint Operatie Market Garden, het geallieerde offensief om de bruggen over de Waal bij Nijmegen en de Rijn bij Arnhem in handen te krijgen. Van het ene moment op het andere moment ligt het rustige dorp aan de rivier midden in de vuurlinie in de beschietingen tussen de Duitsers en de Geallieerden. 'De granaten en mortieren vlogen in het rond en het was levensgevaarlijk. Mensen kropen in hun kelders in de hoop om wat bescherming.'
Evacués uit Kekerdom zijn Marumers nog steeds dankbaar
Een deel van de inwoners zoekt dekking in een sluis in de uiterwaarden, net buiten het dorp. Op een gegeven moment zaten tachtig mensen opeen gepakt in erbarmelijke omstandigheden. Ze zitten er bijna een maand terwijl de wereld om hen heen in brand staat en de ene ontploffing na de andere de mensen opschrikt.
Bekhuis: 'De sluis ligt letterlijk midden in het front dat dwars door de polder loopt. Het bouwwerk heeft dikke betonnen muren en dat biedt bescherming. 's Ochtends vroeg tussen de beschieting door gingen de mannen met gevaar voor eigen leven koeien melken om maar iets te drinken te hebben en de doodgeschoten koeien werden geslacht voor het vlees.'
De gezinsleden werden over verschillende families verdeeld - Jannie Melessen - Poppinga

Evacuatie

De Duitsers komen steeds meer onder druk te staan en om de opmars van de geallieerden tegen te houden willen ze de polder onder water zetten door de dijk van de Waal op te blazen. Om dat plan te kunnen uitvoeren krijgen de inwoners van Kekerdom het bevel om te vertrekken. Ze mogen alleen wat persoonlijke bezittingen en kleren meenemen.
Op 20 oktober 1944 worden ze bij Millingen per boot de Waal overgezet. En dan begint een voettocht van drie dagen die voorlopig eindigt in Lichtenvoorde en Zieuwent in de Achterhoek. Het Rode Kruis ontfermt zich over de evacués. Op 9 november krijgen de Kekerdommers het bericht dat ze weer moeten vertrekken. In de Achterhoek kunnen ze niet blijven, omdat daar steeds meer vluchtelingen naar toekomen, onder meer uit Limburg. Te voet gaat het naar het Noorden. De groep heeft het zwaar. Het is koud en het regent. Ze slapen in boerenschuren, kerken en scholen.
Op 18 november zijn de Kekerdommers in Groningen, Hier krijgen ze te horen dat ze naar de gemeente Marum gaan. Inwoners van Marum halen de vluchtelingen op met paard en wagen. In het verduisterde land gaat het naar het Westerkwartier. Onder meer in de school in Jonkersvaart komen ze terecht en krijgen ze te eten en worden ze verdeeld over verschillende adressen. Bekhuis: 'Omdat het vaak om grote gezinnen ging, werden de gezinsleden over verschillende families verdeeld. Dat was schrijnend, maar dat kon niet anders. Je kunt niet een gezin van twaalf mensen op een adres huisvesten.'

Herinnering

Jannie Melessen - Poppinga (84) uit Jonkersvaart is in november 1944 tien jaar. 'Ik wist dat er een evacué zou komen. Omdat ik nieuwsgierig was ben ik wakker gebleven tot ze kwam. We hadden een klein huis en ruimte voor een persoon. Dat werd een vrouw van 22, die de eerste nacht meteen bij mij in de bedstee sliep. Haar zusje was van mijn leeftijd, die woonde ergens anders in Jonkersvaart, zij werd later mijn vriendinnetje. Of het niet gek was om zomaar een wildvreemde in huis te krijgen. Melessen: 'Nee hoor, die mensen moesten geholpen worden en dat deed je gewoon, We vonden het verschrikkelijk wat ze was overkomen.'
De Kekerdommers gingen op in het dorpsleven in de huishoudens van hun gastgezinnen. De kinderen gingen naar school. 'Bekhuis: 'De Kekerdommers waren katholiek en ze kwamen terecht in het protestantse Noorden, maar dat was geen enkel probleem. Ze draaiden gewoon mee.'
Ik was daar heel verdrietig om en moest hard huilen - Jannie Melessen - Poppinga

'Thuis'

De evacués bleven tot na de bevrijding in de gemeente Marum. Melessen: 'Ze wilden graag naar huis en op een gegeven moment waren ze vertrokken.. Ik was die dag met mijn vader naar Surhuisterveen. Toen we terugkwamen waren ze allemaal weg. Ik was daar heel verdrietig om en moest hard huilen.' Eenmaal terug in hun woonplaats troffen de Kekerdommers een enorme chaos aan. Huizen waren zwaar beschadigd vanwege het onder water zetten van de polder en overal lag niet-ontplofte munitie.
De banden tussen de evacués en hun gastgezinnen zijn altijd blijven bestaan. Met verjaardagen en met de feestdagen werden over en weer kaartjes gestuurd. Bekhuis: 'Ondanks het feit dat de mensen op leeftijd zijn is er nog steeds een band. Uit de verhalen in het boek blijkt hoezeer de Kekerdommers de gastvrijheid van de inwoners van Marum hebben gewaardeerd.'