Niet overal in Noord- en Oost-Groningen is krimp

Dat Noord- en Oost-Groningen krimpgebieden zijn weten we al lang. Maar waar juist in meerdere dorpen in Noord- en Oost-Groningen het aantal inwoners daalt, laten de buitengebieden eromheen vaak een stabieler beeld zien.

Dat blijkt uit een analyse van RTV Noord op basis van inwoneraantallen per buurt tussen 2013 en 2019. Deze cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Hoewel het niet altijd om grote aantallen gaat, is in meerdere dorpen te zien dat sinds 2013 het inwoneraantal is afgenomen, terwijl in de directe omgeving eromheen dat niet het geval is. Denk bijvoorbeeld aan Bedum, Grijpskerk, Midwolda of Warffum.

Op zich logisch. Want in de dorpskernen wonen nu eenmaal meer mensen die kunnen vertrekken of overlijden. Maar toch ligt hier volgens plattelandsgeograaf Tialda Haartsen ook iets anders aan ten grondslag.

Jongeren trekken niet zo snel naar kleinere huisjes in de dorpskernen
Tialda Haartsen - plattelandsgeograaf

Nieuwe wijken

‘In veel buurten waar een bevolkingsgroei te zien is, zijn nieuwe woonwijken gebouwd.’ Denk bijvoorbeeld aan de omgeving Bedum, of de omgeving Zuidhorn. ‘In deze nieuwe huizen gaan vooral jongere mensen wonen, starters die een gezinnetje willen stichten. Die willen een huis waar weinig aan gedaan moet worden, willen meerdere slaapkamers, ruimte om een gezin te stichten. Die trekken niet zo snel naar de kleinere huisjes in de dorpskernen.’

Daardoor ontstaat er een beweging van inwoners die uit de kernen van dorpen vertrekken en in de nieuwbouwwoningen aan de randen van een dorp gaan wonen. Haartsen: ‘Dat zorgt ervoor dat in die buitenwijken meer mensen per huis wonen, terwijl juist in de dorpskernen een huishoudensverdunning plaatsvindt.’

Om twee redenen kan dit volgens Haartsen een probleem zijn. ‘Voor een dorp zelf kan deze trend nadelig zijn. Want juist die historische dorpskernen zijn voor het toerisme en de historie van het dorp belangrijk. Die wil je het liefst levendig houden.’

Ten tweede komen de jonge starters, die aan de randen van dorpen in nieuwbouwwijken zijn gaan wonen, ooit in een andere levensfase terecht.

Als je in Stad een woning koopt, raak je die nog wel kwijt
Tialda Haartsen - plattelandsgeograaf

‘Je zou denken dat mensen die in een andere levensfase komen ook doorschuiven naar een ander type huis. Want de kinderen die ze krijgen worden ouder, en vertrekken uit huis, waardoor het huis zelf eigenlijk te groot wordt. Maar mensen houden niet zo van verhuizen. Je ziet dat veel ouderen in de eengezinswoningen blijven wonen die ze als starter hebben gekocht.’

Doorschuiving

In grotere steden, zoals Stad, is dit niet zo’n probleem. ‘Als je daar als starter een woning koopt, dan raak je die woning nog wel kwijt,’ aldus Haartsen.

Maar volgens haar is dat in krimpgebieden lastiger. ‘Daar vindt minder doorschuiving plaats. Starters kopen liever direct een eengezinswoning, omdat ze bang zijn dat ze een kleinere woning niet meer kwijt kunnen.’

Doordat die starters steeds vaker direct al op zoek gaan naar een eengezinswoning, en er minder doorschuiving is, komen deze woningen voor nieuwere generaties moeilijker beschikbaar.

Als de huidige bewoners vertrekken of overlijden, dan komen daar minder snel nieuwe bewoners voor terug
Tialda Haartsen - plattelandsgeograaf

‘Mensen blijven daardoor lang in die huizen wonen, waardoor die nieuwbouwwoningen op een gegeven moment, na pak ‘m beet 15 of 20 jaar, niet zo splinternieuw meer zijn en het lastiger wordt deze woningen te verkopen.’ En als dan ook hun kinderen wegtrekken, krijg je ook in die nieuwbouwwijken weer krimp.

‘Veel huizen in dorpskernen op de wierden van het Groningse platteland zijn relatief klein, staan dicht op elkaar, en hebben een kleine tuin. Als mensen dat kopen, dan moet er vaak ook veel verbouwd worden.’

Daar kiezen volgens Haartsen veel starters vandaag de dag niet voor. En de mensen die in die huizen in dorpskernen wonen, raken daardoor minder snel hun huis kwijt, waardoor er makkelijker leegstand ontstaat. ‘Want als de huidige bewoners vertrekken of overlijden, dan komen daar minder snel nieuwe bewoners voor terug.’

In de kaart hieronder kun je per buurt de bevolkingsontwikkeling zien, als je op de buurt in jouw omgeving klikt. Een analyse van heel de provincie bleek onmogelijk. Want de geografische indeling van buurten verandert nog veel vaker dan die van gemeenten. In zulke gevallen is een vergelijking door de tijd onmogelijk. Daarom was het alleen mogelijk om buurten in de analyse mee te nemen waarvan de geografische indeling niet is gewijzigd tussen 2013 en 2019.

Werkt de bovenstaande kaart niet naar behoren? Klik dan op deze link.

Lees ook:
- 'Om jonge gezinnen te binden is meer nodig dan huizen bouwen'

Meer over dit onderwerp:
krimp
Deel dit artikel:

Recent nieuws