Door de mand: de wondersloffen van Kees Vlietstra

Zaterdag liep ik met mijn broer de Gamma in Roden uit toen Gerard Kemkers naar binnen stapte. We raakten aan de praat.

Al snel ging het over de sport in coronatijd. Visionair Gerard hoopt dat de sportwereld deze tijd gebruikt om ‘anders’ te gaan trainen. Ook na de coronatime-out. Hij gaf aan dat zijn schaatsers gewend zijn om een lange zomer te trainen zonder wedstrijden. Daar kunnen de spelsporters, lees de voetballers van de FC, nu mooi van leren.

Ik knikte afwezig naar Gerard, terwijl ik in gedachten mijn spelers en speelsters van mijn geliefde korfbalclub Nic. klunend met zandzakken op de rug pootje-over een doorloopbal zag nemen. ‘Genoeg geluld heren,’ kapte mijn broer ons intervisie gesprek af. ‘Wij gaan terug naar Peize. Nog even de zolder sauzen. Moi Gerard.’

Roden-Peize. ‘We’ moeten leren van sporten in coronatijd. Over vastgeroeste grenzen heen kijken. Dat moeten beleidsbepalers en trainers doen. De sporter zelf is alleen maar bezig met het hier en nu. Zo mogen de indoor vechtsporters elkaar niet aanraken door die 1,5 meter maatregel. Daarom willen kickbokser Sarèl de Jong en judoka Henk Grol letterlijk de grens over om in Duitsland, waar ze elkaar wel op de bek mogen slaan en op de rug mogen kwakken, te gaan trainen. Hals- und Beinbruch.

We nemen afslag Peize-Centrum. Ik denk terug aan afgelopen woensdag. Come-back training van Irma Geersing. Na veertien jaar komt de ‘Pitbull van Paais’ een balletje schieten met het midweek team van Nic. Het was een beetje roestig maar Irma schoot als vanouds, loepzuiver.

Tijdens die training denk ik aan hoe Irma haar debuut maakte in het eerste. Ongecompliceerd. Rap. Recht toe recht aan. Ze was de enige vrouw in Nederland die uit beweging op één been vanaf de middellijn kon schieten. Raak schieten. Ook de enige vrouw die na een toiletbezoek een volle kantine kon binnenstappen (op slippers, altijd op slippers) terwijl ze haar spijkerbroek nog aan het dichtknopen was.

Veertien jaar geleden stopte ze er mee. Na haar afscheidswedstrijd, die speciaal voor haar en Taco Poelstra was georganiseerd, heeft ze geen bal meer aangeraakt. Geen wedstrijden in een lager zogenaamd ‘vriendenteam’. Niks. Nee, Irma ging van korfbal af. Ze ging op klootschieten. In haar Paais. Mooi.

Terwijl broerlief in zijn oude nieuwe huis nog wat opruimwerkzaamheden verricht, neem ik plaats aan de picknicktafel in de tuin (gemaakt van het hout van de tribune van de oude Wijerthal. (Voor info: Martens Tuinhuisjes Middelbert). Zie op mijn mobiel een oud nieuwsbericht voorbijkomen. Bij een veiling zijn de schoenen van Michael Jordan, waarop hij in 1985 speelde voor de Chicago Bulls, voor maar liefst 516.000 euro van eigenaar gewisseld. Een half miljoen voor een paar sneakers. Kon minder.

Mijn broer komt op 1,5 meter naast me zitten aan de picknicktafel. Heeft twee koude flesjes bier meegenomen. Ik denk nog steeds aan Michael Jordan en opeens ook aan onze Piet van Dijken. Piet moet gedacht hebben dat wat die Jordan kan, kan Pietje ook. Piet heeft namelijk zijn prachtige groene-witte FC Groningen schoenen ter veiling aangeboden om de FC financieel te ondersteunen. Maatje 42. Ook mooi.

Op de weg terug naar Meerstad denk ik aan het fenomeen schoeisel in de sport. Denk aan (de zwabbervoet) van Gerard Kemkers in een klapschaats, aan de slippers van Irma Geersing, aan de sneakers van Michael Jordan en aan de FC Groningen schoenen van Piet van Dijken. De sportschoen. Onmisbaar werktuig voor de topsporter. Wat de schaar is voor een kapper, de kwast voor een schilder, het fluitje voor een scheidsrechter, zo is de sportschoen hét gereedschap voor de topsporter. Die schoenen verzorg je met liefde. Je eigen verantwoordelijkheid. Jouw ticket naar succes.

Bij de ringweg langs de Euroborg moet ik ineens denken aan mijn debuut als bondscoach. Nederland U19- België U19 in Utrecht. Geloof in 1999. We zijn het voorprogramma van de Grote Interland, de Derby der Lage Landen. In dat Nederlandse Team is Nic.-speler Taco Poelstra aanvoerder. Ik ben druk aan het coachen langs de lijn als ik ineens een hand op mijn rug voel. Hand van Taco.

‘Hé Keessie, heb jij toevallig je kunstgrasschoenen in je auto liggen? Ben die van mij verdomme vergeten!’

Taco speelt op míjn schoenen de wedstrijd van zíjn leven. Maakt maar liefst tien goals. Een dag later pakken de landelijke dagbladen groot uit. Ze roemen de schutters kwaliteiten van de aanvoerder. Poelstra zelf: ‘Ik stond constant op de goede plaats. Het zijn net Sjakie zijn wondersloffen. Die schoenen brachten me waar ik moest zijn, hoefde er zelf niets voor te doen.’

Zondagochtend. Het zit me toch niet lekker. Het knaagt. Wanneer was die interland van ‘Taco op mijn schoenen’ in Utrecht? 1998 of toch 1999? Zoals het schoeisel van een topsporter precies moet passen, zo moeten de feiten in een sportcolumn precies kloppen. Op onderzoek dus. Op fietsje naar de kantine, naar het archief van Nic.

Het sportcomplex achter De Papiermolen ligt er verlaten bij. Waar normaal op zondagochtend de clubvlag is gehesen en de terrasstoelen al uitnodigend klaar staan voor de derde helft is het nu akelig coronastil. In de kantine blader ik door oude Maandbladen. Ja hier, toch 1999. Niks mis met mijn geheugen.

Blader toch nog even door. Memory lane. In een Maandblad uit 1997 staat de songtekst van het eerste nummer van Acda en De Munnik. Ik slik. Met geen leger te bedwingen pak ik mijn fiets en knal hardop zingend via het centrum terug naar Meerstad. Bij het Bowlingcentrum aan het Kattendiep flitsen mijn gedachten naar een teamuitje met de selectie van jaren geleden. Bowlen.

Anders trainen volgens Gerard Kemkers. Irritant gedoe vond ik het altijd om in die vieze gladde bowlingschoenen te stappen. Hét gereedschap voor de topbowler. Na vier strikes en zes ballen in de goot liepen we de stad in voor de after-party. De portier van The Palace weigerde me de toegang. Had mijn bowlingschoenen nog aan.

Meer over dit onderwerp:
column Opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws