Meer dan tweehonderd Groningers op eerste testdag: 'Au, dat is echt niet prettig'

Ineens ben ik verkouden. Waar de afgelopen maanden iedere hoestende voorbijganger voor mij als een vijand voelde, ben ik nu zelf zo'n engerd. Het besef daalt maar langzaam in. Goed getimed is het wel, zou je kunnen stellen: klachten krijgen op het moment dat iedereen zich mag laten testen.

Geen seconde denk ik serieus dat ik corona heb. De verkoudheid voelt daarvoor veel te gewoon. Ik voel geen benauwdheid, ben niet uitgeput als ik de trappen oploop naar mijn werkplek op zolder en ik heb ook geen koorts. Bij wijze van test zet ik een stevige espresso. Zei arts-microbioloog Alex Friedrich immers niet dat hij zijn Italiaanse koffie niet meer rook toen hij corona kreeg? Gelukkig, mijn koffie smaakt heerlijk.

Ik ben een lopend gevaar geworden
Eva Hulscher - verslaggever

Toch merk ik dat het vervelend voelt. De buurvrouw ziet me in de deuropening staan en vraagt hoe het is. Als ik 'ben verkouden' antwoord, kijkt ze verschrikt. Ik ben een lopend gevaar geworden. Testen dan maar, pas dan weet ik het zeker. Daarvoor moet ik bij het UMCG zijn; de testlocatie waar tot nog toe medewerkers uit de zorg en onderwijs getest werden. Geen autoteststraat hier, maar gewoon in één van de onderwijsgebouwen.

Binnen geldt het bekende protocol van handen desinfecteren en afstand houden. De wachttijd loopt wel op voor wie er dinsdagmorgen al is. De landelijke afsprakenlijn heeft gerekend met drie minuten per test, terwijl de Groningse GGD zes minuten nodig heeft. Een kwestie van kinderziektes, noemen we dat maar.

Eng

In testruimte drie werken twee geneeskundestudenten als testers. Sascha van den Bosch is derdejaars. Ze meldde zich in het begin van de coronatijd aan als vrijwilliger. Inmiddels doet ze het testen als betaalde baan. Eng vindt ze het niet. 'Omdat er een heel protocol in elkaar zit om te zorgen dat de kans dat wij het zelf krijgen nihil is. Maar ik ben natuurlijk wel altijd alert en voorzichtig.' Tijd voor pauze heeft ze nauwelijks; de een na de ander wordt binnengebracht. Soms met klachten als keelpijn, een ander hoest en een derde snottert.

Sascha duwt een extra lang wattenstaafje tot achter in mijn neus. 'Verder dan neuspeuterafstand', legt ze uit
Eva Hulscher - verslaggever

Ik ben ook zo'n snotteraar. Ik krijg een zakdoekje om in te snuiten en nog een zakdoekje waarvan het doel nog even onduidelijk blijft. Zittend op een stoel moet ik mijn hoofd wat achterover kantelen en dan volgt de test. Sascha duwt een extra lang wattenstaafje tot achter in mijn neus. 'Verder dan neuspeuterafstand,' legt ze uit. 'Daar is het betrouwbaar.'

Ik ben verbaasd over hoe diep het staafje naar binnen kan. Prettig is het dan ook niet. Het prikt zo dat de tranen in mijn ogen springen. Aha, daar is het zakdoekje voor. Net op het moment dat ik de neiging krijg weg te draaien is het alweer voorbij. Het andere neusgat blijkt minder goed bereikbaar. Rest nog de keel; ook daar gaat het wattenstaafje even doorheen.

48 uur wachten

Terwijl ik mijn ogen droog, realiseer ik me enigszins opgelucht dat het alweer klaar is. De uitslag komt telefonisch binnen 48 uur. Dat vond ik als verslaggever best snel, maar als persoon best lang. Het is net alsof alleen al het ondergaan van de test de verkoudheid gevaarlijker maakt.

Als ik buiten sta, vraag ik mijn collega maar direct om de geplande reportage van morgen van me over te nemen. Ik heb zo vaak de regels van Rutte verwoord; ik kan ze wel dromen: binnenblijven, dat moet ik doen. Ik voeg er zelf maar gezond eten en vroeg naar bed aan toe. Dan gaan de uren tot aan de uitslag misschien ook wat sneller voorbij.

Meer over dit onderwerp:
coronavirus zorg GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws