Door de mand: alsof Kees Vlietstra een emmer leeggooit

Oudste zoon komt op zijn kunstgrasschoenen de kamer binnen stampen. Nou, lekker dan pap. Heb net een bekeuring gekregen. Van zo'n sjomp van een motoragent.

Met gemengde gevoelens kijk ik op van het boek waarin ik net ben begonnen. Daar staat zoonlief. In het niemandsland tussen oude puber en jong volwassene. Haar woest op de kop. Rood hoofd. Hij heeft zijn sportkleren nog aan want ze mogen niet douchen na afloop van de training door de corona maatregelen. Onzin regel natuurlijk want we douchen bij korfbal echt niet gemengd zoals iedereen denkt. In de jeugd tenminste niet. Hij reed ineens achter me toen ik het tunneltje uit fietste. Ja, ik was aan het appen.

Zijn broertje begint te lachen. Kost dat geintje? Ja lekker dan. Vijfennegentig euro verdomme. Ik kijk naar jongste zoon en weet wat er gaat komen. En ja hoor, hij maakt hem gewoon. Vijfennegentig euro? Of je een emmer leeg gooit.

Oudste zoon gaat douchen. Jongste speelt verder op zijn mobiel. Ik probeer weer te lezen in Ali, een leven. Prachtigboek, helemaal nu tegen de achtergrond van de wereldwijde anti-racisme protesten en afkeer van gewelddadig politieoptreden na de moord op George Floyd.

Toch lukt het lezen niet. Mijn gedachten dwalen af naar mijn eerste bekeuring door een motormuis. In mijn pubertijd. Arnold speelde in de jeugd van FC Groningen. Hij kon beter voetballen dan ik korfballen. En ik kon, met nadruk op kon, héél goed korfballen. Kan je nagaan. We zaten bij elkaar in de klas op het Werkman College. We waren onafscheidelijk. Arnold woonde in Vinkhuizen en vanaf de hoek van de Friesestraatweg en de Kraneweg fietsten we altijd samen naar school.

Zo ook die keer dat we door het rode stoplicht fietsten bij de Sint Jansbrug. We waren wat aan de late kant en hadden geen zin om een briefje van de conciërge te krijgen. Dus door rood. Om de hoek stond een motoragent die ons een stopteken gaf. Arnold schreeuwde: Wegwezen Keessie, uit elkaar. We delen de boete. We demarreerden. De motormuis in de achtervolging.

Op het plein voor de school scheurden we de fietsenstalling in. Het had die nacht gesneeuwd. De agent ging met zijn motor onderuit. De leerlingen op de trappen voor de school gaven hem een ovationeel applaus. Motormuis werd woest. Onze pech was dat het hek aan de achterkant van de fietsenstalling op slot zat. We zaten als ratten in de val. Toen de motoragent ons te pakken had zette hij zijn helm af.

Waarom hebben die mannen altijd een rode snor, was het eerste wat bij me opkwam. Daar dacht Arnold niet aan. Hij gaf een valse naam op. De agent vertrouwde hem niet. Ik wil je agenda zien, zei hij. Ik heb geen agenda, antwoordde de middenvelder van FC Groningen A1. Hoe heten je ouders? siste de agent. Arnold keek de agent stoïcijns aan. Pappa en mamma antwoordde mijn vriend.

Zo ging dat nog een tijdje door. Uiteindelijk kregen we natuurlijk beide een bekeuring. Met twee briefjes in de hand, één van de agent en één van de conciërge, stapten we onder luid gejoel van onze klasgenoten het aardrijkskunde lokaal binnen. Mooie tijd. Terug naar de onze(kere).

Wat is het toch met die spelers die wel of niet naar de FC komen of juist wel of niet bij de FC willen blijven? Waar Mark Diemers van Fortuna Sittard, ondanks een mondelinge overeenkomst met technisch directeur Mark Jan Fledderus, opeens toch geen handtekening wil zetten omdat een ander arbeidersclubje ook belangstelling toont, zo wil Azor Matusiwa, ondanks een vierjarig contract, de FC verlaten en verwijt diezelfde Fledderus dat hij bepaalde afspraken niet nakomt.

Man een man, woord een woord, was het eerste wat bij me opkwam toen ik beide dossiers onder ogen kreeg. Daarna kwamen ook al snel andere dooddoeners als graag of traag en geen hand vol maar een land vol voorbij. Hoe dan ook is Mark Jan Fledderus deze weken even niet te benijden.

Het sal uiteindelijk allemaal wel reg kom. En ik voorspel hier dat alle betrokkenen (Diemers, Matusiwa en Fledderus) zich à la rapper Akwasi, die op de anti-Femke Halsema-demonstratie riep dat dat hij op het moment dat ik een Zwarte Piet tegenkom in november, ik hem hoogstpersoonlijk op zijn gezicht trap, dat dat allemaal overdrachtelijk moet worden gezien. Akwasi zei het namelijk als rapper. Als woordkunstenaar. Hij speelde met woorden. En dan telt het niet.

Diemers, Matusiwa en Fledderus gaan komende week ook met woorden spelen. Het zullen harde woorden worden. Om hun eigen gelijk te halen. Op voorhand ben ik in deze, voor het eerst, voor Fledderus als belangenbehartiger van de FC. Het gaat natuurlijk uiteindelijk ook om geld. Veel geld. Of je een emmer leeg gooit.

Ik probeer toch nog weer een stuk te lezen in Ali, een leven. De biografie leest als een roman. Schrijver Jonathan Eig is een échte woordkunstenaar. In het eerste hoofdstuk gaat het over zijn eerste wedstrijd tegen regerend wereldkampioen Sonny Liston. Eig citeert Malcolm X die ingaat op de show van Cassius Clay (toen nog, 1964) voorafgaand aan dit gevecht. Hij houdt ze voor de gek, zegt Malcolm X. Mensen vergeten weleens dat een clown nooit een wijze man imiteert, maar dat een wijze man wel een clown kan nadoen.

Beste Mark Jan Fledderus, ga de gesprekken met Diemers en Matusiwa vol in. Trap ze in het gezicht. Speel met woorden en speel de clown maar wees vooral een wijs man. Laat ons weer eens juichen.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel:

Recent nieuws