Voor orgelbouwers is Groningen het walhalla

Op zijn vijftiende liep Sander Booij al stage bij een orgelbouwer. Amper twee jaar later was hij zelfstandig ondernemer en begin juni nam hij Mense Ruiter Orgelmakers B.V. in Ten Post over. Zijn roeping? Het in stand houden van historische kerkorgels.

Het is een kleine wereld, want er zijn slechts twintig bedrijven actief in de orgelbouw. Tegenwoordig is het vooral restauratie. De sector waar zo’n 150 mensen in werkzaam zijn tekent voor de kleinste zelfstandige cao van ons land.

Nergens zoveel orgels

Wie van een Hinsz, Arp Schnitger of Freytag orgel uit de zeventiende eeuw houdt, komt in Groningen royaal aan zijn trekken. Dat weet Booij (34), een paar keer per week heen en weer pendelend van zijn woonplaats Wijk bij Duurstede naar Ten Post, ook. ‘Nergens ter wereld kom je zoveel historische orgels per vierkante kilometer tegen als in Groningen.

Booij komt al jaren in Groningen en woonde een tijdje in Uithuizermeeden toen hij voor orgelbouwer Sicco Steendam in Roodeschool werkte. Dolf Tamminga (66) werkt ruim 40 jaar bij Mense Ruiter. Sinds 1990 als lid van de directie. Hij is blij dat de overname door Booij in kannen en kruiken is. ‘Ik zocht een opvolger en het vinden ervan liep stroef. Ik werd getipt en zo kwamen we bij elkaar.’

Los van het feit dat Groningen een walhalla voor orgelliefhebbers is, heb ik iets met de mensen in deze regio
Sander Booij, nieuwe directeur Mense Ruiter B.V.

Compleet verrast

De basis werd gelegd in Houten, waar eind vorig jaar aan een orgel gewerkt werd. Booij was compleet verrast door het aanbod om directeur te worden.

‘Ik moest wel even slikken en heb eerst maar eens met mijn vrouw overlegd. Ik heb in mijn eentje een zaak in Langbroek en doe steeds grotere projecten. Ik kon wel ondersteuning gebruiken en toen overkwam me dit. Het mooie is dat het in Groningen is. Los van het feit dat het een walhalla voor orgelliefhebbers is, heb ik iets met de mensen in deze regio.’

Het was wel een moment voor de goedlachse Booij om een stevige horde te nemen. ‘De stap om iemand aan te nemen is beduidend kleiner dan een lopend bedrijf met vijf man personeel over te nemen, waarvan twee hier al werkten toen ik nog niet eens geboren was.’

Muziek is fascinerend

Dat Booij doet wat hij graag wil, daar is geen twijfel over mogelijk. ‘Ik heb laatst een schriftje gevonden van de lagere school. Daarin had ik op de vraag 'wat wil je later worden?' orgelmaker geschreven.’

De vroege fascinatie is voor scheidend directeur Tamminga niet anders geweest. ‘Voordat ik er over na kon denken, zat ik al achter een harmonium en op mijn dertiende speelde ik op het orgel van de kerk in Harkstede. Muziek maken is fascinerend.’

'Schreeuwerd van Krewerd'

Beide heren praten vol liefde en passie over orgels. Zo roemen ze het orgel in de Martinikerk in de stad Groningen, maar ook dat in de Nieuwe Kerk. De grootste van de stad en het orgel van Noordbroek zien ze als één van de topinstrumenten in onze provincie. Net als de ‘Schreeuwerd van Krewerd’, een orgel uit 1531. Één van de oudste in Groningen.

In de werkplaats wordt het orgel van Oosterend (Texel) gerestaureerd (Foto: Theo Sikkema)

‘Elk orgel is anders. Al maak je het in een serie dan is het toch nooit hetzelfde. Het allermooiste vind ik dat je de historie niet alleen kunt zien, maar ook horen. De klank van een paar honderd jaar geleden in het hier en nu laten horen vind ik geweldig', aldus een bevlogen Booij.

Liefde schaadt ondernemerschap

Het is diezelfde liefde en bevlogenheid voor klank en orgelwerk wat ondernemerschap soms in de weg staat. Dat zag Tamminga meerdere keren gebeuren. ‘Voormalig eigenaar Mense Ruiter is vaak voor een faillissement behoed. Het is een groot gevaar om te veel je liefhebberij na te jagen. Veel te veel uren steken in een project, omdat je het zo mooi vindt om te doen. Dat deed Ruiter. Hij kon eindeloos doorgaan met de klankvormgeving van kerkorgels, maar verdiende daar niks mee. En een andere voorganger maakte eindeloos tekeningen.’

Orgelmakers weten vaak heel goed wat ze willen en vinden. Op het eigenwijze af
Dolf Tamminga - scheidend directeur Mense Ruiter B.V.

Eigenwijsheid

Tamminga loopt ruim veertig jaar mee en weet dat de orgelbouw een apart wereldje is. ‘Orgelmakers weten vaak heel goed wat ze willen en vinden. Op het eigenwijze af en daar moet je mee om kunnen gaan. Iedereen kent elkaar. En dan heb je nog partijen zoals monumentenzorg en Stichting Oude Groninger Kerken met eigen beleid. In dat geheel moet je kunnen meebewegen.’

Booij laat weten niet in zijn passie door te slaan. ‘De zakelijke kant gaat gewoon door. Er moet brood op de plank komen en dan is de persoonlijke voorkeur soms ondergeschikt. Het helpt altijd dat klanten zien dat mijn werk mijn passie is.’

Iedere orgelpijp heeft een eigen klank (Foto: Theo Sikkema)

Concurrentie moordend

Dat moet ook wel, want Tamminga weet hoe de vlag erbij hangt in de branche. ‘Op je specialisme is de concurrentie moordend. Er zijn meestal twee of drie inschrijvers op een aanbesteding en dan is het altijd weer spannend om het te renoveren orgel binnen te slepen.’

Klank specialiteit

Alles wat met de klank te maken heeft is Booij zijn specialiteit. Het zogeheten intoneren. ‘Vorig jaar heb ik een orgel uit 1978 omgevormd naar een quasi 18e-eeuwse klank. Daar hou ik van en dan kan ik mijn visie op klank goed toepassen.’

Dat is een prima aanvulling op hoe Mense Ruiter B.V. bekend staat, weet Tamminga. ‘Wij hebben naam gemaakt in het klaren van moeilijke klussen en willen graag iets neerzetten wat de mensen pakt.’

De weloverwogen sprekende Tamminga neemt nog tot september volgend jaar de tijd om de overdracht van zijn bedrijf te doen. Daarna is het mooi geweest en laat hij de orgelpijpen voor wat ze zijn.

tientallen orgelpijpen op een rij (Foto: Theo Sikkema)

Handel in tweedehands

En dan? Hoe ontwikkelt de branche zich? ‘Het is met nieuwbouw bijna afgelopen in Nederland. Kerken gaan dicht, de Biblebelt uitgezonderd. Er ontstaat een overschot aan tweedehands orgels. Daar zit de handel in’, zo schetst Booij de situatie.

Ambitie is nieuwbouw

Tamminga heeft het zien veranderen. ‘Toen ik begon deden we twee nieuwe orgels per jaar. Ons laatste nieuwe was in 2011 in Barneveld. We doen soms nog wel gedeeltes nieuw, maar iets compleet nieuws is niet meer aan de orde.’

‘Mijn grootste ambitie is wel om een nieuw orgel te mogen bouwen. Daar gaan we hard aan werken’, voegt Booij er aan toe.

Weinig schade door bevingen

En je zou misschien denken dat orgels flink te lijden hebben van de bevingen, maar dat lijkt mee te vallen. Er is pas één orgel versterkt. In Oldenzijl is het orgel uit de vervallen kerk van Garsthuizen geplaatst en tegelijk preventief versterkt.

‘De schade is vaak niet aanwijsbaar’, stelt Tamminga vast. ‘Maar de veiligheid is wel een punt. Ik ken een orgel waar de pijpen zomaar los kunnen schieten en dan naar beneden vallen. Daar zal wel iets aan gedaan moeten worden.’

Ik heb ook in Amerika gewerkt en de liefhebbers daar konden zo een rijtje beroemde Groningse orgels opnoemen
Sander Booij - directeur Mense Ruiter B.V.

Booij is ambitieus en wil niets liever dan het cultureel erfgoed van de historische orgels in Groningen koesteren. ‘Groningen is de plek om te zijn. Ik heb ook in Amerika gewerkt en de liefhebbers daar konden zo een rijtje beroemde Groningse orgels opnoemen. Dat is toch prachtig.’

Lees ook:
- Monnikenwerk in een kerk: orgel van Warffum wordt gerestaureerd
- Der Aa-kerk decor van tweetal orgelconcerten

Meer over dit onderwerp:
economie
Deel dit artikel:

Recent nieuws