Column: Smerige wc's

Hij haalt voorzichtig zijn laptop uit de zwart suède tas en legt ‘m op het witte tafeltje. Zijn donkerbruine bijna zwarte ogen kijken naar mij en dan naar mijn broer. ‘Ja’, zegt hij met zachte maar vastberaden stem. ‘Ik wil echt een documentaire met jullie maken.’

Een bescheiden lach verschijnt op zijn gezicht. Met zijn korte kapsel, karakteristieke neus, felle ogen en donkere wenkbrauwen heeft hij wel iets van een kickbokser. Maar zijn voornaam is van een atleet en zijn achternaam een racecoureur.

We zitten met ons drieën op het terras van een koffiezaak op de hoek van het Gedempte Zuiderdiep en de Folkingestraat. Het is heerlijk weer. Lachende jongens in korte broeken, meisjes flanerend in zomerjurkjes en een knetterende scooter komen voorbij.

De man tegenover ons is amper 23 en wil het verhaal van mijn broer en ik, de bij de geboorte gescheiden tweeling, vastleggen. Dat kan hij wel willen, ‘mor wel bistoe din’?’ denken twee nuchtere Groninger broers.

Hij vertelt dat hij uit een klein dorpje onder de rook van Amsterdam vandaan komt. Dat hij vroeger als kleine ventje met zijn vader en moeder naar het theater, de bios en het circus in Amsterdam ging. Dat hij toen al wist dat hij de filmwereld in wilde.

Bij hun autoritjes naar de hoofdstad reden ze altijd langs de studio’s van Eyeworks, de studio's van Reinout Oerlemans, je weet wel; Arnie uit Goede Tijden Slechte Tijden.

Op een dag - hij was toen twaalf jaar oud - was zijn vader zo zat van dat gezeur over film en Eyeworks dat hij zijn zoon voor de deur van de studio afzette. ‘Vraag maar of je er stage mag lopen’, zei zijn vader en deed het portier open.

Het jongetje met de donkere ogen was te klein om de vrouw achter de balie te kunnen zien zitten en riep haar. De vrouw boog over de balie en vroeg wat ie wilde. ‘Ik wil stage lopen bij jullie’, zei het jochie met luide stem. Op dat moment kwam Reinout Oerlemans voorbij lopen. Die vond het zo grappig dat hij hem meteen een stageplek aanbood.

De jongen keek zijn ogen uit en sloeg alles op wat-ie zag. Op zijn zestiende dacht hij: wat zij kunnen kan ik ook en begon met het maken van een speelfilm. De film, met onder meer Harry Piekema, de man van de Appie-reclames, kwam drie jaar later op zijn negentiende uit en werd ook nog eens verkocht aan het buitenland. Daarna maakte hij verschillende documentaires.

‘Ik ben nu bezig met twee andere documentaires’, zegt hij zonder arrogantie. Hij legt zijn telefoon op tafel en vraagt beleefd of hij het gesprek mag opnemen. Een vriendelijk lachend meisje zet koffie op tafel. Wij vertellen intussen ons levensverhaal. Mijn broer vertelt het meeste, want zijn geheugen is veel beter dan dat van mij.

Ik moet nodig plassen en dat moest ik al toen ik in de auto op weg was naar Stad. Ik loop de zaak in naar de wc. Ik was hier een keer eerder. Maar toen werd er geen koffie geschonken maar seks verkocht. Ik moest voor een vriend condooms kopen in de seksshop. Condooms halen doe je namelijk altijd voor een vriend.

De wc is een uniseks-wc met een gewone pot en een urinoir. Het is er redelijk schoon. Ik kan niet tegen vieze wc’s. In die zin dat als er weer eens iemand over de pot heeft gezeken of de rol met wc-papier heeft laten slingeren, dan ga ik schoonmaken en opruimen. Ik wil niet dat mensen die achter mij aankomen, denken dat ik die man ben die er zo’n zootje van heeft gemaakt. En dat is best vervelend, want wc’s zijn bijna altijd smerig.

Mijn broer vertelt ondertussen honderduit over onze trip naar Amerika, naar Minneapolis - St Paul. De tweelingstad aan de Mississippi waar onlangs beruchte wereldgeschiedenis werd geschreven door Derek Chauvin en drie collega’s. Wij waren daar 25 jaar eerder voor gescheiden tweelingonderzoek van de wereldberoemde Amerikaanse professor Thomas Bouchard.

Het was de eerste reis samen nadat wij elkaar weer hadden gevonden. En dat was best confronterend. Je ziet jezelf. De hele dag. Het irritante lachje, de opgefokte boosheid in het verkeer of het steeds dezelfde dingen willen doen die ik op dat moment ook wil doen.

Als ik een lekkere steak wilde bestellen deed hij dat ook. Als ik de volgende dag iets heel geks van het menu ging kiezen, als slakken, deed hij dat ook. Als ik in de hotelkamer even lekker wilde douchen wilde hij dat ook. Of als ik heel nodig naar de wc moest, moest hij ook zo nodig.

Als ik er aan denk moet ik alweer plassen. Mijn broer ‘kwedelt’ rustig verder met de jonge filmregisseur. Binnen een kwartier maak ik andermaal de gang naar de uniseks-wc. Het vriendelijk lachende meisje achter de toonbank kijkt mij met iets van achterdocht na.

De wc is in dat kwartiertje omgetoverd tot een bende. Wc-papier ligt overal. Plassen met urine liggen op de vloer. De spiegel zit onder de spetters leidingwater. Ik kan een vloek niet onderdrukken. Welke idioot heeft dit gedaan?

Ik pak al wat tissues om te gaan schoonmaken. Potverdorie. Ik ben toch niet gek. denk ik ineens, geheel tegen mijn natuur in. Ik ga netjes plassen in de pisbak, was mijn handen en denk: Après nous le déluge. Na ons de zondvloed, zoals ooit de zonnekoning orakelde.

Als ik de wc-deur van het slot doe en naar buiten stap loop ik bijna tegen een bloedmooi meisje aan. Lang donker steil haar, zonnebril er bovenop, prachtige jurk, zo uit een modeblad. Ze stond kennelijk te wachten. Ze knikt vriendelijk met een besmuikt lachje, loopt langs mij heen en verdwijnt de wc in.

Als ik terugkom bij ons tafeltje, zie ik mijn broer zitten met een benauwd gezicht, een op hete kolen-gezicht, een ik-moet-heel-nodig plassen-gezicht. Hij staat al op om naar binnen te lopen. Ik zeg dat hij daar nu beter niet heen kan gaan. Hij kijkt me aan van ‘doe kinst mie wat’ en stiefelt de zaak in.

Tja, mijn broer moet en zal ook zo nodig….

Erik Hulsegge

Het gesprek met de jonge filmmaker verliep verder uitstekend. Hij maakt nu een plan en dan gaan we weer om tafel.

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws