Hoe lang blijven subsidies voor wind- en zonneparken nog nodig?

Er zijn in Noord-Nederland veel wind- en zonneparken gebouwd de afgelopen jaren. En er staan nog veel projecten op de rol. Daar is alleen al voor zonneparken zo'n anderhalf miljard euro overheidssubsidie mee gemoeid, zo berekende RTV Noord begin juli in samenwerking met Omrop Fryslân, RTV Drenthe en RTV Oost. En dit bedrag wordt vermoedelijk alleen maar hoger.

Zonder overheidssubsidies kunnen zonneparken en windparken op dit moment nog niet rendabel stroom produceren. Hoe lang zijn deze subsidies nog nodig? En wanneer kunnen initiatiefnemers van zonneparken en windparken op eigen benen staan?

Wat is de SDE-subsidie?
Om het voor bedrijven interessant te maken om zonneparken te ontwikkelen, is overheidssubsidie nodig: de SDE-subsidie. SDE staat voor Stimulering Duurzame Energietransitie. Deze subsidie wordt uitgekeerd voor maximaal vijftien jaar. Deze vijftien jaar gaan pas in als het zonnepark daadwerkelijk gebouwd is en stroom opbrengt. Het bedrijf heeft bij de aanvraag van de subsidie een bedrag per kiloWattuur (kWh) voorgesteld om het zonnepark mee te kunnen bouwen, zeg 8,8 cent.

Stel dat dit bedrijf de stroom op de markt maar voor 6,8 cent per kWh kan verkopen, dan komt het bedrijf dus twee cent te kort. Deze twee cent wordt dan gesubsidieerd. Dit wordt de onrendabele top genoemd. De exacte hoogte van de subsidie is dus afhankelijk van de hoogte van de marktprijs en de exacte hoeveelheid stroom die door het zonnepark geproduceerd wordt.

Na 2025 stopt subsidie

Het klimaatakkoord dat vorig jaar is gesloten, laat er geen misverstand over bestaan. ‘De kosten om duurzame stroom te maken gaan verder omlaag. De subsidie voor nieuwe projecten wordt na 2025 stopgezet.’ Kortom: na 2025 moeten zonneparken en windparken kunnen concurreren met kolen-, gas- en kerncentrales zonder financiële hulp van de overheid.

De gedachte hier achter is dat het steeds goedkoper wordt om wind- en zonneparken te bouwen. Het wordt daardoor reëler om alle kosten die gemaakt zijn volledig terug te verdienen door de verkoop van stroom op de markt. En dan is er dus geen overheidsgeld meer nodig.

Solarfields, een Gronings bedrijf dat zonneparken ontwikkelt, verwacht dat de stroomprijzen de komende jaren nog wel omhoog gaan. ‘Door dalende kosten zien we dat het gesubsidieerde deel van de inkomsten aanzienlijk is afgenomen ten opzichte van de marktinkomsten’, legt woordvoerder David de Jong uit. Kortom: van alle inkomsten komt een steeds groter deel uit de markt en een steeds kleiner deel uit de SDE-subsidie. ‘Over vijf jaar zal de subsidie die we krijgen nagenoeg nihil zijn, verwachten wij.’

Als banken geen risico's willen accepteren, zal subsidie nodig blijven
David de Jong, Solarfields

Willen banken risico nemen?

Maar helemaal gerust is De Jong nog niet. Als een bedrijf als Solarfields een lening wil om zonneparken te bouwen, dan leunen volgens hem banken nu nog sterk op gegarandeerde inkomsten uit overheidssubsidies. Banken durven het nog niet aan om leningen te verstrekken aan een bedrijf dat verwacht alle inkomsten uit de markt te halen. Dat zou volgens De Jong wel moeten. ‘Als banken niet op korte termijn dit risico accepteren, zal subsidie nodig blijven om de benodigde financiering bij banken te verkrijgen.’ Die subsidie zou volgens De Jong dan kunnen bestaan uit een minimale prijsgarantie. Dat houdt in dat een ontwikkelaar van een wind- of zonnepark zeker is van een bepaalde minimumprijs en haar rendement kan behalen op een hogere elektriciteitsprijs.

Machiel Mulder, hoogleraar Regulering van de Energiemarkten aan de Rijksuniversiteit Groningen, is een stuk pessimistischer. Hij ziet dat de kosten van zonnepanelen en windmolens inderdaad omlaag gaan. Als ze gebouwd zijn, komen er daarna nauwelijks meer kosten bij kijken, omdat dan eigenlijk alleen de zon en de wind hun werk hoeven te doen om stroom te produceren. ‘Maar dat is één kant van het verhaal. De andere kant is dat hoe meer duurzame energie er op de markt komt, hoe lager de stroomprijzen worden. Men verdient dan dus minder aan de verkoop van stroom. Daardoor wordt het steeds moeilijker om in de toekomst rendabele projecten te ontwikkelen, zonder financiële steun van de overheid.’

Je dwingt bedrijven naar het noorden van het land, en niet naar waar de meeste vraag is
Nold Jaeger, Holland Solar

Veel projecten in klein geografisch gebied

Dat probleem ziet Nold Jaeger ook. Hij is beleidsmedewerker bij Holland Solar, de branchevereniging van de zonne-energiesector. ‘Wat we zien is dat SDE-subsidies al heel laag zijn. Op zich is dat begrijpelijk, want overheidsgeld moet zo efficiënt mogelijk worden ingezet.’ De overheid wil met deze subsidie zoveel mogelijk duurzame energie voor een zo laag mogelijke prijs hebben. ‘Maar dat heeft ook een keerzijde. Want zo dwing je bedrijven zo groot mogelijke projecten te ontwikkelen daar waar de grondprijs het laagst is, zoals in het noorden van het land en niet daar waar de meeste vraag naar elektriciteit is.’ Volgens Jaeger zorgt dit voor een onwenselijke situatie.

Met name de bouw van grote, efficiënte wind- en zonneparken zal toenemen als duurzame energie het na 2025 zonder subsidies moet stellen. ‘Met een lage stroomprijs, die soms zelfs negatief is, is bovendien de vraag of kleinschalige zonneparken en windparken überhaupt wel mogelijk blijven.’

Het feit dat in een klein geografisch gebied (Noord-Nederland) veel grote projecten van de grond komen, noemt Jaeger onwenselijk. ‘En eigenlijk vindt iedereen dat. Maar de huidige subsidieregeling is daar wel op gericht. En een lage stroomprijs helpt daar in de toekomst niet bij.’

De prijs van elektriciteit moet volgens Jaeger dus omhoog om ook kleinere projecten mogelijk te maken en om zonneparken beter over het land te verspreiden. Al zijn voor dat laatste ook andere randvoorwaarden noodzakelijk.

Meer prikkels

Een hogere prijs van elektriciteit dient ook als prikkel om in duurzame energieprojecten te investeren. Mulder legt het zo uit. ‘Investeerders kijken of een investering rendabel is. Als ergens teveel van is, in dit geval duurzame elektriciteit, gaat de prijs omlaag, stoppen ze met investeren en blijft het verleidelijk om het bij fossiel opgewekte energie te houden.’

Ook het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) ziet dit effect. ‘Het is daarom belangrijk dat de vraag naar duurzame elektriciteit toeneemt’, aldus het ministerie. De brancheverenigingen voor zonne-energie (Holland Solar) en windenergie (NWEA) beamen dit. Want hoe groter de vraag, hoe hoger de stroomprijs en hoe groter de prikkel om in duurzame energie te investeren.

Een mogelijkheid om de stroomprijs te laten stijgen, is volgens Machiel Mulder om de prijs van CO2 (koolstofdioxide, red.) te verhogen, waardoor het duurder wordt om met fossiele brandstoffen, zoals kolen en gas elektriciteit te produceren. Een andere optie is volgens het ministerie het inzetten op productie van groene waterstof, waar duurzame elektriciteit voor nodig is. Waterstof kan worden gebruikt voor de opslag van duurzame energie.

Toch kan het zijn dat ondanks inspanningen om de vraag naar duurzame elektriciteit te laten stijgen, de prijzen laag blijven. In zo’n geval sluit de overheid niet uit dat er opnieuw financiële hulp wordt geboden. In het klimaatakkoord staat dat er ‘...wordt gekeken of er dan (na 2025, red.) nog andere manieren van financiering nodig zijn’. Wat dat concreet inhoudt is nog onduidelijk.

Lees ook:
- Provincie Groningen: 'Burgers steeds vaker mede-eigenaar zonneparken'
- NortH2: Het visitekaartje van Groningen als waterstofregio van Europa

Meer over dit onderwerp:
duurzaamheid zonnepanelen windmolens
Deel dit artikel:

Recent nieuws