Column: Afstand

Een paar gelukkige fans van de FC zitten vanavond misschien wel naast Arjen Robben op de tribune, want hij doet nog niet mee tegen Heracles. Nou ja, naast… Zijne Heiligheid aanraken of kameraadschappelijk in het gezicht boeren is er niet bij, want je zit ver uit elkaar.

Het seizoen van FC Groningen zal zich komend jaar voltrekken in een Euroborg die maar voor een vijfde gevuld is, nog minder dus dan tijdens een vrijdagavondwedstrijd tegen RKC. De supporters zitten bovendien niet op luidruchtige kluitjes, maar helemaal uitgesmeerd over de tribunes, waar ze geacht worden stilletjes van de wedstrijd te genieten. Bij een doelpunt mogen ze binnensmonds hoera roepen, zonder al te veel aerosolen de lucht in te stoten. De rest van de supporters moet de wedstrijden op afstand volgen, op schermen in kroegen en misschien wel op pleinen, uiteraard ook op gepaste afstand tot elkaar. Het wordt boeiend om te zien hoe de saamhorigheid, die hoort bij voetbal, komend seizoen fysiek gestalte gaat krijgen.

In een week waarin het vooral over mondkapjes ging, zou je bijna vergeten dat het bewaren van afstand het meest probate middel is tegen coronabesmettingen. Natuurlijk zit het virus niet op het puntje van je neus te wachten tot het eindelijk kan overspringen op een ander neuspuntje (het is namelijk geen vlo), en is het vooral belangrijk dat je niet minutenlang in een benauwde ruimte in iemands gezicht loopt te hoesten. Of kameraadschappelijk te boeren, want dat schijnt, na zingen, nog de engste aerosolen te veroorzaken. Dat kan zo wezen, maar toch, afstand bewaren houdt ons gezond.

We moeten afstand nu dus anders gaan waarderen. Afstand heeft een ongunstige bijklank gekregen in een tijdsgewricht waarin mensen vrijwillig de drukte opzoeken en naar festivals en evenementen gaan om geen andere reden dan dat er veel anderen heen gaan. (Dat is de Wet van de Kritische, of eigenlijk Kritiekloze, Mensenmassa). Een afstandelijk persoon, daar wil je niets mee te maken hebben. Geef ons maar warmte en nabijheid, liefst gepaard gaand met veel aerosolen. Hossen en huggen, dat willen we.

Toch worden we door de technologie al meer dan een eeuw geschikt gemaakt voor het bewaren van afstand. Als we kunnen videobellen, appen, chatten, brieven schrijven, tinderen, gamen, mailen, telefoneren, als we zelfs virtuele sex kunnen hebben met daartoe strekkende dames van plezier, dan moeten we die laatste omhelzingen, handdrukken, kussen en schouderklopjes toch ook de deur uit kunnen doen, althans bewaren voor achter de voordeur. Denk je eens in: nooit meer collega’s hoeven zoenen na de jaarwisseling! Geen hand op je schouder meer van die enge chef! Nooit meer zo’n klef lijf tegen je aan in een volle kroeg. Je kunt best een mensengesprek voeren zonder dat je elkaar met aerosolen besproeit. En trouwens, een ros voor je kanus wordt ook moeilijk op anderhalve meter. Afstand is dus goed. Afstand is fijn. Afstand is heerlijk.

Alleen blijven we dus zitten met die opgekropte gevoelens van saamhorigheid. Bijvoorbeeld bij herdenkingen, rouwbijeenkomsten of collectieve vreugde in het stadion. Instemmend gemompel in de trant van ‘mooie goal’, als ging het om de 784e driebander van Raymond Ceulemans, kun je nauwelijks een uitlaatklep noemen. Je gaat bijna hopen dat de FC vanavond met 0-3 verliest.

Meer over dit onderwerp:
columns opinie fcgroningen voetbal coronavirus zorg
Deel dit artikel:

Recent nieuws