Column: Moi!

'Moiii!', hoort ze links van haar. De dame verstijft even, verbreekt haar naar voren gerichte blik en kijkt naar links waar ze een man met een hond ziet lopen. Een lichte argwaan borrelt bij haar op. Groette die man haar nou net?

Wie was dat en waarom groette hij haar? Ze woont nog maar net in het dorp en kent er niemand. Als de man al uit het zicht is verdwenen, begint het haar langzaam te dagen: dit dorp is zo klein dat de mensen elkaar nog groeten op straat. Dit is compleet nieuw. Toen ze nog in Amsterdam woonde, gebeurde dat namelijk nooit. Daar gunden de mensen elkaar nauwelijks een blik waardig.

Een paar weken later is haar blik opener geworden. Alsof het nooit anders is geweest, schalt er een luid 'haooooii!' uit haar keel naar iedereen die ze tijdens haar wandelingen tegenkomt. Als ze mij later over deze gedragsverandering vertelt, fonkelen haar ogen van enthousiasme.

Het maakte me op een bescheiden manier trots dat de Amsterdamse hier in Groningen een stukje medemenselijkheid heeft teruggevonden. Het is een verademing voor de dame, en als ik haar hoor vertellen begin ik te filosoferen over dat het een verademing is als we elkaar in een groet wat adem gunnen, een paar teugen adem als we elkaar laten blijken hoe we elkaar de lucht en de grond gunnen, en het licht in de ogen van de anderen die je op je levensloop ontmoet. Je hoeft niet met iedereen vrienden te zijn, maar met een groet erkennen dat de ander bestaat, is het minste wat je kan doen.

Het grappige is dat ik de omgekeerde weg van de hare heb bewandeld, van eerst eenzaam befietste dorpspaadjes naar later drukker bevolkte stadsstoepen. Als ik vroeger fietste door de schier eindeloze vlaktes boven Delfzijl was het vaker niét dan wél dat je een tegenligger trof. Een ander mens was iets bijzonders en je zag hem al van mijlenver aankomen.

Uit die bijzonderheid groeide ooit de met 'moi!' bevestigde code: als je iemand tegenkomt, groet je. Maar dissonanten waren er ook. Mensen die je straal voorbij probeerden te kachelen zonder zich te houden aan de code. Als er zo eentje dan niet mijn 'moiii!' retourneerde 'moi, MOI!'-de ik die persoon extra luid nog even na. Op zo'n recalcitrante puberale uitspatting na ben ik verder goed opgevoed.

Na mijn middelbareschooltijd kwam ik in Stad terecht. Ik kwam er snel achter dat daar niet dezelfde begroetingscode gold als op het platteland en paste me aan. Het leek me nogal vermoeiend als ik in de drukke binnenstad iedereen 'moi' zou willen zeggen. Tegenwoordig heb ik een middenweg gevonden, wanneer ik op lege paadjes loop en een tegenligger vriendelijk 'moi' zeg. Of juist toch een Hollands 'hoi', nadat ik getaxeerd heb dat ik toch meer een hoi-persoon voor me heb. Je kan dat vaak zien aan het gezicht, geloof me. Je krijgt er op een gegeven moment gevoel voor.

Toch voel ook ik soms die vreemde weerzin als ik acteer in het Theater van de Groet, een weerzin als reactie op de zo-lang-mogelijk-afgewende blik van mijn tegenligger. Het initiatief ligt nu bij mij, want als ik niks doe, handhaven we de status quo en passeren we elkaar als een stel schichtige katten die krampachtig doen alsof ze voor elkaar niet bestaan. Elkaar groeten is niet vanzelfsprekend voor veel mensen en dat is best vermoiend. Pardon, vermoeiend. Toch blijf ik me stug door het leven heen 'moiën', en houd zo die dorpse code in ere.

In deze tijden van coronatie voelt die code des te urgenter voor me. Want het steekt mij dat tegenwoordig de paranoia naar een ander gelegitimeerd is tot aan de wet aan toe. Door een simpel 'hoi' of 'moi' naar een onbekende wordt die verplichte anderhalve meter vanzelf kleiner. Welke groet je wilt gebruiken is aan jou, je krijgt er vanzelf gevoel voor.

Nu ik het er toch over heb, wil ik ook even 'moi' tegen jou zeggen beste lezer, aangenaam kennis te maken. De komende vier weken mag ik op deze plek wat van mijn gedachtenpaadjes met jullie delen. En reken maar dat ik je groet als ik je daarop tegenkom. Moi!

Jelger Staal is een van de zoons van Ede Staal. Hij is muzikant, tekstschrijver en naar eigen zeggen 'creatieveling'. Hij vervangt op deze plek vier weken lang onze vaste columnist Erik Hulsegge, die even zijn verhalenaccu op moet laden

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws