Verdeling cultuurgeld is ‘Randstad-feestje’ en 'eenzijdig denken'

De Partij voor het Noorden is verontwaardigd over de verdeling van de subsidies van het Fonds Podiumkunsten. Slechts 2 procent van het totale budget komt in het Noorden terecht en dat is volgens de partij ‘volstrekt onacceptabel’.

Ter vergelijking: ruim de helft van het te verdelen landelijke budget voor podiumkunsten gaat naar de stad Amsterdam. En Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht én Almere krijgen samen 90 procent van de meerjarige productiesubsidies.

De partij spreekt van een ‘Randstad-feestje’ en heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten over de ‘zeer scheve verdeling van cultuurgelden binnen Nederland’.

Maandag maakte het Fonds Podiumkunsten de vierjaarlijkse subsidies bekend voor festivals en artiesten. Het fonds heeft geen geld gereserveerd voor onder meer PeerGroup, het Luthers Bach Ensemble, Peter de Grote Festival, Meindert Talma, SoundsofMusic en Swingin’ Groningen.

Kritiek niet mals

De kritiek van het Fonds Podiumkunsten op de afgewezen festivals en artiesten was niet mals. Het Luthers Bach Ensemble zou volgens de commissie ‘met de soberheid van de producties een eenzijdig beeld schetsen van het repertoire’ en ‘een duidelijke signatuur missen’.

Voor PeerGroup heeft de commissie een aantal lovende woorden over, maar schrijft ze ook: ‘De thematieken zijn meestal zo specifiek toegespitst op locaties in Drenthe of Noord-Nederland, dat deze minder aansprekend zijn voor een breder regulier publiek.’

En over Talma: ‘De commissie plaatst kanttekeningen bij het vakmanschap’ en 'is minder te spreken over de kwaliteiten van Meindert Talma als zanger en componist.’

'Inclusief'

Eerder deze week noemde de Groningse cultuurwethouder Paul de Rook de verdeling al ‘heel jammer’. ‘Te noordelijk? De kwalificatie te randstedelijk ben ik nog in geen enkel advies tegengekomen. Juist voor deze wat kleinere instellingen is Rijksondersteuning heel belangrijk’, aldus De Rook.

Kritiek is er niet alleen op de verdeling zelf, maar ook op de manier waarop die tot stand kwam. Het Fonds Podiumkunsten wilde ‘inclusief’ te werk gaan en zegt maatregelen te hebben genomen naar aanleiding van de recente anti-racismeprotesten. Zo nam er in de commissies die de aanvragen beoordelen altijd meer dan één persoon plaats met een andere culturele achtergrond.

'Meebuigen lijkt nodig'

De Groningse geograaf Jan ten Brummelhuis schrijft in een ingezonden brief aan de Volkskrant dat de commissie lijdt aan een eenzijdige manier van denken. ‘Wat goed is voor Amsterdam is goed is voor Nederland, en dat wat in de regio speelt, mag worden genegeerd. Juist het maken van producties voor een specifieke doelgroep lijkt in de hoofdstad een garantie om voor subsidie in aanmerking te komen.’

En: ’Gewoon goed zijn is op zichzelf niet per se fout, maar buig een beetje mee en voeg wat woordjes zoals grensverleggend, reflectief en inclusief toe aan je aanvraagformulier. Het kan haast niet anders of over vier jaar krijgt Amsterdam er nog wat bij. Want inclusief is alleen inclusief als er Amsterdam op staat.’

Overleg provincies

Hoewel de verdeling ongeveer hetzelfde beeld geeft als vier jaar geleden, wordt de verontwaardiging buiten de Randstad breed gedragen. Ook uit andere provincies laten bestuurders, festivalorganisatoren en artiesten zich horen.

Op 19 augustus spreken de verantwoordelijke gedeputeerden van de verschillende provincies met elkaar over het cultuurgeld. Volgens de Partij voor het Noorden is het dan tijd om een duidelijk signaal af te geven uit de regio.

Lees ook:
- Theatergroep komt in actie tegen besluit om subsidie te schrappen
- Festivals en artiesten verliezen subsidie; kritiek op werk Meindert Talma
- Column: Randstadkunst

Deel dit artikel:

Recent nieuws