Column: Alleen suker

Martin Cusiel
Martin Cusiel © RTV Noord
Ik heb een ongemakkelijk gevoel. En dat vanwege een gebeurtenis zo'n vijftien jaar geleden. Een gebeurtenis waar ik niet trots op ben. Ik schaam me er zelfs een beetje voor.
Iedere zondagochtend is het smullen geblazen. Op de afgelegen velden in onze provincie voelen we ons het Barcelona van het noorden. Vanaf de zijlijn ziet het er ongetwijfeld uit als FC Knudde. Opvallende verschijning is een van onze aanvallers.
Een unieke speler. Altijd in beweging, sterk, maar wendbaar, een neusje voor de goal, maar altijd een actie te veel. Maar vooral door die drang naar de actie scoort hij fantastische goals.
Hij valt op, niet alleen binnen de lijnen. Hij is de enige kleurling in ons team en dat is aan het begin van dit millennium voor sommigen reden om te staren. Zelf lijkt hij er niet anders van te worden.
In alle vroegte bestelt hij koffie bij een oer-Groningse kantinedame bij een club in het oosten van de provincie. Hest d'r wat in? vraagt ze. Alleen suker, zegt mijn teamgenoot met een enorme glimlach. De kantinedame kan een lach ook niet bedwingen.
Het seizoen verloopt voor ons voorspoedig. Het kampioenschap in de reserve derde klasse lonkt. En dat voor een veredeld campingelftal. Onze pingelende aanvaller scoort er lustig op los en doet tropische dansjes om zijn treffers te vieren. Onze pogingen om soepeltjes mee te doen stranden in alles behalve schoonheid. De benaming 'houten klazen' is op zijn plek.
We vormen een hecht team, binnen en buiten het veld. Zoals wel vaker eindigt een trainingsavond in hartje Stad. Loslippig na een aantal biertjes maken we de binnenstad onveilig. We ouwehoeren en nemen elkaar in de zeik, zoals dat alleen kan in een voetbalteam. Flauwe grappen, keiharde grappen, iedereen kan het hebben.
Van de dreiging tot kaal worden tot een ontwikkeld bierbuikje en van het gebrek aan succes bij de dames tot het bespreken van mislukte acties op het voetbalveld. Ook onze aanvaller wordt niet gespaard. Ik maak een grap gerelateerd aan zijn huidskleur. Het n-woord valt.
De lachende reacties zijn van korte duur, want de aanvaller draait zich om en kijkt mij indringend aan. 'Hey!', roept hij. Teamgenoten kijken toe. 'Dat vind ik GEEN LEUK WOORD!'. De blik in zijn ogen laat een combinatie van woede en verdriet zien. 'Sorry', stamel ik. 'Ik wist niet dat...'.
Boos is hij niet, eerder opgelucht dat hij zich heeft kunnen uiten. 'Geeft niks', zegt hij. Ik bied nog tig keer mijn excuses aan, waar hij uiteraard niks aan heeft. Hij stelt mij gerust dat het geen probleem is.
Toch wordt het die avond niet ouderwets gezellig, althans niet voor mijn gevoel. Hoe kom ik zo dom zijn? Hoe heb ik zijn pijn niet kunnen aanvoelen? Ben ik nu een racist? Nee toch?
Twee dagen later staan we weer op het veld. Hij scoort, we juichen samen en het is alsof er niets veranderd is na de vrijdagavond ervoor. Bij hem in elk geval niet, want ik denk vanaf dat moment wel twee keer na voor ik een grap maak die iemand kan kwetsen.
Door de protesten in het kader van Black Lives Matter is de herinnering uit ons kampioensjaar weer springlevend. Soms heb je een impuls nodig om een fout te zien en verandering op gang te krijgen. Om met Johan Cruijff te spreken. ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’